Artsen wennen aan melden euthanasie

Het aantal meldingen van euthanasie is het afgelopen jaar sterk gestegen, zo blijkt uit cijfers van justitie. Komt euthanasie vaker voor of houden artsen zich beter aan de meldingsplicht?

ROTTERDAM, 7 AUG. Vorig jaar hebben artsen 1.927 gevallen van euthanasie bij justitie gemeld. Het jaar daarvoor was dat nog 1.679 keer. De stijging van bijna 250 meldingen is de grootste sinds in 1991 de meldingsplicht bij euthanasie werd ingevoerd. Dit blijkt uit cijfers van parket generaal van het openbaar ministerie.

Euthanasie bleef in 1991 na invoering van nieuwe zorgvuldigheids- en meldingsregels strafbaar, maar artsen die euthanasie alleen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt uitvoeren, een collega bij de zaak betrekken en de euthanasie zorgvuldig documenteren en vervolgens melden worden niet vervolgd.

Op grond van de meldingen in 1997 heeft het OM tegen één arts alsnog vervolging ingesteld omdat het vermoeden bestond dat hij niet aan de zorgvuldigheidseisen had voldaan. In 1996 moesten nog vier artsen na hun euthanasiemelding voor de rechter verschijnen. Deze zaken werden vaak begonnen om jurisprudentie te verkrijgen die de grenzen van 'euthanasiewaardigheid' moet bepalen. In enkele gevallen verklaarde de rechter een arts schuldig zonder straf op te leggen.

Het aantal rechtszaken is maar een klein deel van de zaken waarbij justitie een onderzoek instelt. In de periode 1990 tot 1995 gebeurde dat in ongeveer twee procent van de gemelde gevallen. Artsen die het lijdend voorwerp worden van zo'n onderzoek ervaren dat altijd als een groot onrecht: in tegenstelling tot niet-meldende collega's houden ze zich aan de regels om vervolgens als verdachten aan een verhoor te worden onderworpen. De meeste artsenorganisaties vinden dat euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht moet worden gehaald.

Het nieuwe kabinet komt de artsen daarin tegemoet. De rol van artsen bij euthanasie wordt verankerd in het Wetboek van Strafrecht. In het regeerakkoord van Paars II staat 'een arts die aan alle zorgvuldigheidseisen voldoet én de meldingsverplicht vervult is niet strafbaar'. Het kabinet zal een reeds ingediend initiatiefwetsvoorstel met die strekking ongewijzigd overnemen.

De al lang bestaande meldingsprocedure leverde in 1988 nog maar 181 meldingen op. Na invoering van de meldingsplicht steeg het aantal meldingen van 590 (in 1991) naar 1.318 het jaar daarop. In de jaren erna steeg het aantal meldingen met ongeveer 100 per jaar. De stijging van het laatste jaar steekt daar met bijna 250 ver bovenuit.

“Die stijging vind ik zeer verrassend,” zegt prof.dr. P.J. van der Maas, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit en met de Amsterdamse hoogleraar G. van der Wal auteur van een euthanasie-onderzoek onder Nederlandse artsen dat internationaal nog steeds te boek staat als het enige onderzoek dat redelijk betrouwbare cijfers over door artsen gepleegde euthanasie heeft opgeleverd. Van der Maas: “In 1995 vonden we dat ruim 40 procent van het aantal gevallen van euthanasie werd gemeld. Uit onze enquête bleek toen dat de mensen die wilden melden ook al meldden. De stijging van ongeveer 250 van 1996 op 1997 komt denk ik niet door een geweldige groei in het aantal uitgevoerde euthanasieën. Ook dat aantal zit volgens ons wel tegen het maximum. Bij alle ziekten waarbij patiënten in de situatie komen dat aan euthanasie wordt gedacht kan euthanasie ook altijd wel besproken en geregeld worden. Voorzichtig interpreterend denk ik dat toch meer artsen nu de zorgvuldigheidseisen volgen en vervolgens de euthanasie ook melden. De artsenorganisatie KNMG heeft er het afgelopen jaar nog al wat werk van gemaakt om artsen er toe te bewegen euthanasie volgens de regels uit te voeren en te melden. En heeft ook duidelijk gemaakt dat het helemaal niet zo'n gedoe is.”

Drs. B.D. Onwuteaka-Philipsen, onderzoekster bij Van der Wal binnen de vakgroep Sociale Geneeskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam onderschrijft de conclusie van Van der Maas: “Ook tussen 1990 en 1995 zagen we al dat het aantal meldingen veel sterker steeg dan het aantal gevallen van euthanasie. In 1990 werd 18 procent van alle euthanasie en hulp bij zelfmoord gemeld. In 1995 was het 41 procent. De toename was dus ruim 125 procent. In die jaren steeg de euthanasie van 1,9 procent naar 2,7 procent van de totale sterfte, een toename van 42 procent. De meldingen stijgen dus steeds veel harder dan euthanasieën. Jammer genoeg weten we na 1995 niet meer hoe het aantal euthanasieën zich ontwikkelt. Daarnaar wordt geen onderzoek meer gedaan.”