Waarde nieuwe hypotheekschuld stijgt naar record

AMSTERDAM, 6 AUG. De waarde van de gemiddelde afgesloten hypotheek is in het eerste kwartaal van dit jaar uitgekomen op 218.000 gulden. Dat is een stijging met 16 procent ten opzichte van het zelfde kwartaal een jaar daarvoor. Het totaalbedrag aan afgesloten hypotheken komt uit op het recordbedrag van 55 miljard gulden. Dat is 14 procent meer dan vorig jaar. Nog nooit is zo'n groot bedrag aan hypotheekschuld opgenomen. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen gemeld.

Het gemiddelde bedrag aan nieuw afgesloten hypotheken steeg sneller dan de waarde van de gemiddelde woning, die in deze periode 10 procent toenam tot 265.000 gulden. Door de stijging van de waarde van afgesloten hypotheken is de gemiddelde hypotheekschuld die op de eigen woning rust, toegenomen tot 162.000 gulden. In 1993 was deze uitstaande hypotheekschuld nog 109.000 gulden per woning. Vijf van de zes eigen woningen zijn met een hypotheek belast.

Voor het eerst in drie jaar daalde het aantal afgesloten hypotheken, met 2 procent. Dit komt volgens het CBS omdat het aantal oversluitingen en tweede hypotheken met 6 procent is afgenomen. De daling van het aantal hypotheken, die met name plaatsvond bij tweede hypotheken en hypotheekleningen onder de 50.000 gulden, wordt volgens het CBS voor een deel verklaard door het nieuwe belastingregime. Rente-aftrek op tweede hypotheken is alleen nog mogelijk als het geleende bedrag wordt gebruikt voor woningverbetering. Als het bedrag voor comsumptie wordt gebruikt is rente-aftrek niet meer mogelijk. Een tweede verklaring voor de afname van het aantal hypotheken is het hoge niveau dat de afgelopen jaren al werd bereikt.

Een medewerker van het CBS bevestigde vanmorgen het verband tussen de stijgende hypotheekschulden en het blijvend hoge niveau van de particuliere consumptie. Sins 1993 zijn de woningprijzen met 54 procent gestegen, volgens opgave van het Kadaster. De gemiddelde uitstaande schuld per woning heeft daar gelijke tred mee gehouden, en is zelfs relatief gestegen van 59,5 procent in 1993 naar 61,1 procent in het eerste halfjaar van 1998. Dat geeft aan dat de overwaarde van het eigen huis te gelde is gemaakt, en is gebruikt voor consumptieve bestedingen.

Het Centraal Planbureau (CPB) bevestigde vorig jaar de invloed van dit 'vermogens-effect' uit de gestegen huizenprijzen op de particuliere consumptie. Daarbij wordt naast de gestegen waarde van huizen, ook de waarde van aandelen ingecalculeerd. Het CPB gaat er wel van uit dat de waardestijging van woningen een veel sterker effect heeft op de consumptie dan de stijging van de aandelenkoersen. Het woningbezit is evenwichtiger verdeeld over de bevolking dan het aandelenbezit.

Bovendien ervaren particulieren de waardestijging van de eigen woning als stabieler dan de stijging van de aandelenkoersen, zodat extra consumptie op basis van de prijsstijging van huizen waarschijnlijker is dan extra consumptie op basis van de stijging van de waarde van het aandelenbezit.

Het CBS meldde vanmorgen ook dat de gemiddelde hypotheekrente is gedaald van 5,9 procent in januari tot 5,6 procent in juni. Het aantal verkochte woningen is licht gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar van 1997.