Trouble in Mind

Trouble in Mind (Alan Rudolph, VS, 1985), Belg.1, 21.25-23.13u.

Dat Alan Rudolphs Trouble in Mind (1985) door de jaren heen een cultstatus heeft verkregen, is niet zo verwonderlijk. Zelden zag ik een film die zo 'net niet helemaal gelukt maar wel heel intrigerend' is. Daar draagt de bijrol van travestiet Divine, de favoriete acteur van 'Pope of Trash' John Waters, beslist aan bij. Hij speelt gangsterbaas Hillie Blue, zonder jurk en nepwimpers, maar in smoking en met diamanten oorknop. Ook zijn 'entourage' is het net niet. Zijn huurmoordenaars, lijfwachten en koppelbazen dragen kunstig gecoiffuurde kapsels met krullen en frutsels, keurig getrimde baardjes en overhemden in alle mogelijke kleuren fluorescerend satijn. De geestigste scène van de film is dan ook onbetwist die waarin op een van Hillie's partijtjes een schot valt: uit alle getailleerde kostuums, zijden herenkousen en damesdecolletés komen de vuurwapens tevoorschijn.

Afgezien van dit soort frivole momenten is Trouble in Mind vooral een heel atmosferische film. Gedraaid halverwege de jaren tachtig heeft hij ruim tien jaar later zo'n heerlijk ontheemde sfeer van gedateerdheid en nabije toekomst tegelijkertijd. Dat komt ook door de hoofdpersonen: de zojuist uit de gevangenis ontslagen ex-politieman Hawk (Kris Kristofferson in nachtzwart pak en met gedistingeerd grijs sikje), herrieschopper Coop (let op de metamorfoses van Keith Carradine) en zijn vriendin Georgia (de toen nog nauwelijks de schoolbanken van Fame ontgroeide Lori Singer als tragische femme fatale) en cafébazin Wanda (Genevieve Bujold) en tevens oude vlam van Hawk. Het hadden de hoofdpersonen van een film noir kunnen zijn; ze stevenen onverschillig op hun noodlot af. En als toeschouwer leef je niet eens ècht met ze mee: zo gefascineerd sla je hun ondergang gade.

Wat betreft sfeer sluit Trouble in Mind aan bij de eerdere films van voormalig Robert Altman protegé Alan Rudolph. Met hetzelfde Edward Hopper-licht waarin hij eerder Los Angeles wist te vangen (Welcome to L.A., 1977 en Choose Me, 1984), tekende hij nu de achterbuurten van Seattle. Toch verraadt hij in zijn zorgvuldige stileringen al een voorliefde voor het kille production design dat zijn onlangs verschenen Afterglow (1997) tot een kitscherige draak maakte. Reden waarom Trouble in Mind, hoe intrigerend ook, altijd op het randje blijft, maar ook langer blijft boeien dan als de film helemaal geslaagd zou zijn.