Terras; Namen proeven in kunstenaarsdorp

Het Huis met de Pilaren, Raadhuisstraat 10, Bergen

Nero's Place, Breelaan 7a, Bergen

Strandpaviljoen Joep, op het strand ter hoogte van de Patijnweg Bergen aan Zee.

De naam maakt wat uit bij de keuze van een pleisterplaats. Het is niet doorslaggevend, maar er zijn nu eenmaal namen die verleiden en namen die tegenstaan. Ik vertoon me liever in café 'De Vooruitgang' dan in 'Ruk en Pluk', hoewel daarvoor ongetwijfeld ook een publiek is. Een overnachting in hotel 'Sunrise' lijkt meer perspectief te bieden dan een nachtje slapen in 'Terminus'. En zou het eten in 'De Acht Zaligheden' niet lekkerder zijn dan in restaurant 'Schimmel'?

'De Verliezertjes' heet de eerste uitspanning, met dakterras, die we in het Noord-Hollandse Bergen aantreffen. Schuin eronder ligt snackbar 'Bello'. Ook een naam die, zeker met de aanblik van kroketten en frikadellen, niet noodt tot aanschuiven. We proeven de naam en gaan eraan voorbij.

'Ons café-restaurant Het Huis met de Pilaren' daarentegen wekt meteen vertrouwen. Niet alleen omdat het etablissement met de kenmerkende Noord-Hollands classicistische gevel bekend voorkomt doordat het ooit figureerde in Niemeyers tabaksreclame. Vooral dat woordje 'ons' doet het 'm. Het appelleert aan de gemeenschapszin, net als de toevoeging 'de huiskamer van Bergen'. Waar kun je als toerist beter zijn dan onder de plaatselijke bevolking?

'Huiskamer' is een treffende beschrijving van het interieur, veel bruin en rode tapijtjes op de tafels. De taartjes van de buurman, bakker Roos, en het uitzicht op het plein met de Ruïnekerk en het postkantoor versterken het gevoel in het hart van de lokale gemeenschap te vertoeven. Op het terras stellen we vast dat Roos lekkere vlaaitjes bakt en dat ze bij het Huis met de Pilaren slechte koffie zetten. Het vocht smaakt als keteltjescappuccino. Vanachter de pilaren zien we Duitse toeristen langskomen en menig Bergenaar met hond, vast op weg naar snackbar Bello.

Er moeten zich onder het publiek veel kunstenaars of op zijn minst kunstminnaars bevinden. Bergen buit zijn imago als kunstenaarsdorp toeristisch uit. Na een bezoek aan de VVV zitten we op het terras met een beeldentocht en verschillende architectuurroutes, met vooral woningen en gebouwen uit de Bergense bloeiperiode in de eerste helft van deze eeuw. De brochures doorbladerend merken we opnieuw wat namen vermogen. We kijken tenminste met heel andere ogen naar het postkantoor nu we weten dat het een creatie van Berlage is. Jacot blijkt de ontwerper van het huis met de pilaren. Hij is de architect van de Bonneterie en het Hirsch-gebouw in Amsterdam. Zo valt ook het classicisme 'op klompen' te plaatsen. Het geeft de huiskamer van Bergen iets van de grandeur van het einde van de negentiende eeuw.

Het elan van het eind van de twintigste eeuw blijkt een paar straten verderop uit een gebouw van architect Maarten Min. Een voorbeeld van 'kritisch regionalisme', meldt de architectuurfolder. Desondanks is het daarin gevestigde café-restaurant er voor de kosmopolitisch ingestelde toerist. De naam zegt het al, Nero's Place. Het interieur is in art-deco stijl op z'n Las Vegas. Op de kaart toont zich de wereldkeuken in Spaanse tapas, Amerikaanse Hamburgers en Hemaworst met Amsterdams zuur. Nero's Place is voor Amsterdammers die zich in Bergen in Amsterdam willen wanen. Op het menu prijken ook andere Amsterdamse specialiteiten als het broodje halfom en de Van Dobben kroketten. Die blijken in Bergen als vanouds te smaken.

Mijn dagtochtgenoot is niet erg te spreken over de architectonische ontwikkelingen van de laatste twintig jaar in Bergen. Schreef Henri Polak niet ooit in het Algemeen Handelsblad “Ik ken in ons land geen dorp (behalve dan Rijswijk) dat zóó gehavend is als Bergen?” Alleen was het toen omstreeks 1925 en had hij het over de nu zo bewonderde uitbreidingen uit die periode. Dat de tijd niet alle wonden heelt, blijkt in het iets verderop gelegen Bergen aan Zee. Zowel de beeldenroute als de architectuurtocht voeren ons onvermijdelijk langs de scheve bomen van de Eeuwigheidslaan naar de kust.

Bergen aan Zee mist de charme van Bergen en geen enkel terras kan onze goedkeuring wegdragen. Vaak ruikt het er naar frites, dan weer is het uitzicht een haveloze muur of een rij geparkeerde auto's. We nemen onze toevlucht tot het strand; ook daar is het niet echt een geanimeerde bedoening. Ver in de verte zien we een fris-geverfde strandtent. Ze schenken er Gulpener Bier en we vermoeden meer Limburg. We zien de zon in de zee zakken vanaf het terras, onder de plastic palmen van - het heeft zo moeten zijn - strandpaviljoen 'Joep'.