Spontane belastingharmonisatie

Nergens in de Europese Unie zijn de belastingen op sigaretten, bier en sterke drank zo hoog als in het Verenigd Koninkrijk. Op een blikje bier zit daar zeven keer zoveel accijns als in Frankrijk. Veel Britten maken daarom een dagtripje van Dover naar Calais om de auto vol genotmiddelen te laden. Zolang die voor persoonlijk gebruik mee naar huis worden genomen, hoeft bij terugkeer geen belasting te worden bijbetaald. Inmiddels wordt dertien procent van al het in Frankrijk gebrouwen bier in Groot-Brittannië uitgeschonken.

Volgens een bericht in de Financial Times van 29 juli betekent de import van particulieren via Dover en andere Noordzeehavens voor de Britse fiscus een schadepost van zevenhonderd miljoen gulden per jaar. Ook de georganiseerde misdaad heeft de mogelijkheden van de Kanaalroute ontdekt. De zware jongens laten particulieren dagelijks heen en weer pendelen en slaan de volgens eigen bewering voor persoonlijk gebruik ingevoerde goederen op in pakhuizen voor distributie in het hele land. Daarnaast heeft op grote schaal ouderwetse smokkel plaats. Fraude met de accijnzen op drank en tabak kost de Britse schatkist jaarlijks nog eens drie miljard gulden per jaar. In een wanhoopspoging de nog hand over hand toenemende particuliere invoer en regelrechte fraude te keren zet de douane de komende jaren honderd man extra in. Niemand verwacht van deze maatregel spectaculaire resultaten. Vooralsnog weigert de regering-Blair echter de oorzaak van het probleem aan te pakken door de accijnstarieven te verlagen tot een peil dat vergelijkbaar is met dat in aangrenzende landen. Deze maatregel zou namelijk een gat in de begroting slaan van meer dan 25 miljard gulden per jaar, en dat geld kan de overheid niet missen. De vraag rijst hoelang de autoriteiten in hun eilandmentaliteit kunnen volharden.

Nederlandse beleidsmakers hebben het hoofd al in de schoot gelegd. Zij kenden de afgelopen jaren vergelijkbare problemen, nadat de regering de benzineaccijns had verhoogd. Het prijsverschil met België en Duitsland bewoog veel automobilisten in de grensstreek hun tank in de buurlanden vol te gooien. Inmiddels komen pomphouders in het oosten en zuiden in aanmerking voor een forse schadevergoeding, die overigens bij de Europese Commissie het vermoeden van ongeoorloofde steunverlening heeft opgeroepen.

Het zijn groeistuipen bij het proces van economische integratie dat onontkoombaar doorzet. Naast automobilisten heeft een selecte groep andere belastingplichtigen al jaren geleden België als uitwijkhaven ontdekt. De afgelopen jaren vestigden zeker enkele duizenden vermogenden zich te midden van de zuiderburen, die geen jaarlijkse vermogensbelasting kennen. De Nederlandse overheid heeft - met vertraging - de wet aangepast. Van het in eigen zaak gestoken vermogen van ondernemers is inmiddels tweederde vrijgesteld, de belastingvrije sommen zijn extra verhoogd en dit jaar is het tarief verlaagd van 0,8 tot 0,7 procent van de waarde van het vermogen. Bij de komende belastingherziening zal de vermogensbelasting volledig verdwijnen. Deze voorbeelden illustreren hoe landen met in verhouding hoge tarieven een toenemend deel van hun belastinggrondslagen (accijnsgoederen, vermogen) dreigen te verliezen. Onder invloed van groeiende 'belastingconcurrentie' tussen nationale staten is op fiscaal gebied sprake van een soort spontane harmonisatie. Inmiddels bestaan in veel landen, waaronder Nederland, uitgewerkte plannen om ook de (top)tarieven van de inkomstenbelasting te verlagen. Zo komt mogelijk een proces op gang waarbij nationale overheden haasje-over spelen en de tarieven steeds verder zakken. Sommige waarnemers juichen deze ontwikkeling toe. Zij zien de verzorgingsstaat als een moderne roofridder die tot kort geleden zijn onderdanen straffeloos kon uitpersen.

Door de sterk gegroeide mobiliteit van de bevolking, wijdverbreide toepassing van moderne communicatiemiddelen en de vrijmaking van kapitaalmarkten kunnen burgers en ondernemingen zich steeds eenvoudiger aan de greep van de fiscus onttrekken. Belastingconcurrentie is in deze visie het buskruit dat een eind maakt aan de alleenheerschappij van de roofstaat. Anderen zijn bezorgd dat het verlies aan belastinginkomsten gevolgd zal worden door een kaalslag bij collectief gefinancierde voorzieningen. Een spiraal van dalende tarieven valt te voorkomen door internationale afspraken. Zo hebben de lidstaten van de Europese Unie met elkaar overeenstemming bereikt over minimumtarieven voor de omzetbelasting, om te voorkomen dat sommige lidstaten te veel omzet uit aangrenzende landen zouden wegzuigen. Op het gebied van de inkomstenbelasting, de sociale premies en de winstbelasting voor vennootschappen is het echter nog lang niet zo ver. Lidstaten houden krampachtig vast aan hun autonomie in belastingzaken. Die neiging neemt zelfs toe nu de achterdocht in nationale hoofdsteden tegen de vermeende machtshonger van Brusselse eurocraten toeneemt. Ook al wijzen de EU-lidstaten formele harmonisatie bij heffingen op inkomen en winst vierkant af, feitelijk gaat de ontwikkeling wel die kant op. Spontane belastingharmonisatie zal de budgettaire ruimte in landen met bovengemiddeld hoge collectieve uitgaven onder toenemende druk zetten.