Participatiemaatschappij CVC roert zich in Nederland; Het kapitaal moet zweten, de managers ook

Participatiefonds CVC is de koning van de verzelfstandigde Nederlandse bedrijven. De financier koopt samen met de zittende directies dochterbedrijven van conglomeraten en andere concerns die hun kernbedrijf versmallen. Opportunisme bepaalt mede het succes van de tijdelijke financiers.

Rolly van Rappard predikt het ouderwetse kapitalisme waarin directeuren van een onderneming niet alleen op de loonlijst staan, maar ook mede-eigenaar zijn. We are turning managers into owners all over Europe is de slogan waarmee Van Rappards werkgever, de Europese participatiemaatschappij CVC, in de zakenpers reclame maakt voor zijn succesverhalen. Met fotootjes van de managers van de bedrijven waarin CVC participeert.

Een wervelwind aan transacties in de afgelopen maanden heeft CVC in Nederland uit de relatieve beslotenheid van de financiële wereld gehaald. Twee maanden geleden legde CVC samen met het Britse participatiefonds CinVen 3,4 miljard gulden op tafel voor de Europese verpakkingsbedrijven van KNP BT. Van Wolters Kluwer gaat CVC Veen Uitgevers Groep (100 miljoen gulden omzet, 125 medewerkers) kopen. Vorige maand kondigde CVC de overname aan van de activiteiten van Bols (500 miljoen gulden omzet, 900 medewerkers), nu nog een onderdeel van het zieltogende voedings- en drankbedrijf BolsWessanen.

CVC is een van de grootste financiers van verzelfstandigingen van Nederlandse bedrijven uit grotere concerns. Het succes heeft directeur Van Rappard (38) de afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Praten over CVC wil Van Rappard, die sinds 1989 voor de firma werkt, overigens niet.

De participatiemaatschappij is opgezet door de Amerikaanse bank Citicorp en werd zelf in 1993 verzelfstandigd. De managers werden mede-eigenaar. De oorspronkelijke naam Citicorp Venture Capital werd afgeslankt tot de afkorting CVC. De afgelopen zeveneneenhalf jaar financierde CVC alleen al in Nederland samen met andere kapitaalverschaffers meer dan 6 miljard gulden in overnames van bedrijven. CVC beschikt zelf over een beheerd vermogen van zo'n 7 miljard gulden en heeft in Europa vestigingen in de belangrijkste financiële centra.

Hoeveel geld CVC voor 'zijn' bedrijf op tafel legt, wil directeur B. de Groot van Veen Uitgevers niet kwijt. “Het gaat om niet geringe bedragen”, zegt hij. Veen omvat uitgeverijen als Contact , Luitingh-Sijthoff, Kosmos-Z&K, maar geeft ook de 'dikke' Van Dale uit.

“Geld komt je op driehonderd manieren aanvliegen. Wij zijn van verschillende kanten benaderd toen steeds meer partijen indicaties oppikten dat wij als algemene uitgeverij niet meer pasten in de kernstrategie van Wolters Kluwer. Op basis van de reputatie van CVC, die zich uit in besluitvaardigheid en dapperheid, maak je dan een keus.”

Dat bestuursvoorzitter C. Brakel van Wolters Kluwer commissaris is bij een van de bedrijven waarin CVC kapitaal heeft geïnvesteerd “heeft zeker in eerste instantie een rolletje gespeeld”, bekent De Groot. “Om van elkaars bestaan op de hoogte te zijn was een intermediair nodig.”

“Wij waren onderdeel van het Britse detailhandelsbedrijf Sears dat zich in 1995 ging heroriënteren op zijn strategie en zijn thuismarkt prioriteit gaf”, zegt directeur J. Daamen van Hoogenbosch, marktleider in Nederland in de verkoop van schoenen (Invito, Dolcis, Manfield). “Wij kwamen in de etalage terecht en CVC was een van de partijen die langs kwam.”

Wat CVC doet is op papier tamelijk simpel: de financier koopt, doorgaans samen met andere participatiefondsen, dochterbedrijven uit grotere concerns die niet meer tot kernactiviteiten behoren. Daarbij voert CVC doorgaans een ingrijpende financiële reorganisatie door om het potentiële rendement op zijn aandelen zo hoog mogelijk te maken. De financiële structuur van de verzelfstandigde onderneming is altijd uitgekookter dan bij het oude moederbedrijf en dat alleen al geeft de activiteiten van de nieuwe onderneming extra vaart.

CVC krijgt meestal ook een vertegenwoordiger in de raad van commissarissen. Extra kapitaal komt op tafel als er profijtelijke expansieplannen zijn. Bij Bols Royal Distilleries, de naam van het 'nieuwe' Bols heeft CVC toegezegd “de financiële middelen voor de beoogde groei van de onderneming ter beschikking te stellen”.

Overtollig kapitaal wordt afgeroomd: verpakkingsbedrijf European Packing Holding betaalde vorig jaar een kwart van zijn aandelenkapitaal van 20 miljoen gulden terug aan zijn aandeelhouders, waaronder CVC. Het bedrijf had desondanks nog genoeg vermogen achter de hand voor een overname, begin dit jaar, in Frankrijk.

Na vier tot zes jaar verkoopt CVC zijn participaties weer. Of sneller. Opportunisme bepaalt mede het succes van de tijdelijke financiers. Bij Beter Bed was CVC anderhalf jaar aandeelhouder. Verkoop aan een branchegenoot is doorgaans het meest profijtelijke slot van een participatie. Beursintroducties zijn de afgelopen jaren ook populair. Vier bedrijven uit de stal van CVC staan inmiddels genoteerd op de Amsterdamse effectenbeurs: Smit Transformatoren (energieproducten), cd-fabrikant Docdata, Beter Bed en Axa Stenman (hang en sluitwerk).

De winst voor CVC is het verschil tussen wat CVC zelf betaalde en wat de koper ervoor geeft. Deze waardegroei, die spectaculaire vormen kan aannemen, is de worst die zij de managers/aandeelhouders van het bedrijf voorhangen. Het kapitaal moet zweten en de managers ook.

“Adam Smith wist al dat de maatschappij bestaat bij de gratie van het geaccumuleerde eigenbelang”, vertelt De Groot van Veen Uitgevers. “Dat geldt ook voor een microkosmos.”

De waardestijging van de participaties is tevens het profijt van de directeuren en topmedewerkers van CVC zelf, die in elke onderneming ook zelf een beperkt aandelenbelang kopen. De prospectus bij de beursgang vorig jaar van cd-fabrikant Docdata bevat hierover meer details dan in Nederland gebruikelijk is. Dat kwam doordat Docdata niet alleen naar de Amsterdamse beurs ging, maar ook naar de strengere Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq die meer openheid eist. Uit het prospectus blijkt dat de CVC-directie toen eigenaar was van 72.839 aandelen, die tegen de uitgiftekoers bij de beursgang een waarde kregen van bijna 1,8 miljoen gulden. Hun investering in deze aandelen, ruim twee jaar eerder, is misschien een ton geweest.

In prospectussen van Nederlandse beursintroducties van CVC-participaties wordt deze privé-informatie niet vermeld. “Ik wou dat ik in hun schoenen stond”, zegt een dealmaker in Londen, die zelf geen klagen heeft over salaris, aandelenbezit en financiële bonus.

Financiële succesverhalen als Docdata heeft CVC in Nederland in groten getale gehad. De meeste winst heeft CVC naar schatting behaald op een investering in de verzelfstandigde Nederlandse herverzekeringsactiviteiten, genaamd Alhermij, van ING-dochter NRG. Een jaar later viel de verzelfstandigde verzekeraar al in handen van de Zwitserse branchegigant Swiss Re. Die had een jaar eerder ook al belangstelling, maar legde te traag een bod op tafel. Precieze cijfers over de overname zijn niet openbaar. Uit resultaten van de investeringsmaatschappij HAL, die ook aandelen in Alhermij had, kan worden afgeleid dat de investering in een jaar tijd in waarde verdrievoudigd is.

Tegenover de succesverhalen staan ook een - gering - aantal floppen. De meeste aandacht trok de beursgang van Smit Transformatoren in 1994. Het bedrijf stond toen nog geen jaar op eigen benen na een verzelfstandiging door een consortium van financiers onder leiding van CVC en ABN Amro. Daarvóór behoorde Smit Trafo tot het industriële concern Begemann. Minder dan een jaar na de beursgang bleek dat de financiële prognoses drijfzand waren. De overname van een bedrijf in Amerika was een zwart gat. Het verlies over 1995 bedroeg 47 miljoen gulden. Het tumult onder beleggers was zo groot dat ABN Amro, de bank die de beursgang van Smit Trafo had begeleid, een vangnet spande voor beleggers die van hun aandelen afwilden.

Wat is de kracht van CVC, afgezien van snel handelen? “Met zo'n divers palet aan participaties kunnen zij moeilijk vakdeskundigheid inbrengen”, zegt De Groot. “Zij hebben financiële kennis, zij staan breed in de markt, maar zij gaan niet op de stoel van de directie zitten”, vertelt Daamen van Hoogenbosch.

Met de overgang van een uitgeefconcern naar financieel gedreven aandeelhouders heeft De Groot geen probleem. “Wij kijken al sinds jaar en dag met één oog naar het boek en met één oog naar het grootboek.”

De gang van zaken na de overname van Hoogenbosch wekt de indruk dat CVC belust is op snel geld. Hoogenbosch verkocht dochter Schoenexpres, bespaarde mede daardoor grote bedragen op voorraadbeheer. Met dat geld kon een deel van de overnamesom snel worden afgelost en vervolgens verkochten de nieuwe aandeelhouders de helft van het bedrijf aan detailhandelsbedrijf Macintosh. “Dat waren allemaal managementbeslissingen”, zegt directeur Daamen. “Wij waren in 1995 al bezig ons te beraden op de toekomst van Schoenexpres, die verliesgevend was. En wij hadden een programma voor het verbeteren van het supply chain management.”

De achtereenvolgende participaties in dochters van bedrijven die hun kernactiviteiten versmallen heeft CVC tot de koning van de verzelfstandigingen gemaakt. Bols uit BolsWessanen, Docdata uit Begemann, Smit Transformatoren uit Begemann, Veen uit Wolters Kluwer, Meneba (meelfabriek) uit Goodman Fielder, Hoogenbosch uit Sears, European Packing uit Austria Metall.

De industriële conglomeraten die actief zijn in diverse, ongerelateerde bedrijfstakken houden onder druk van hun aandeelhouders grote uitverkoop. De managers van deze concerns kunnen hun aandacht niet over zoveel verschillende bedrijfstakken verdelen en succesvol zijn, is de heersende opvatting op de financiële markten.

Paradoxaal genoeg hebben financiers als CVC door het opkopen van de brokstukken nu zelf financiële netwerken opgebouwd die in breedte en onsamenhangendheid kunnen concurreren met de conglomeraten van weleer. Met één verschil: CVC koopt geen bedrijven om ze “eeuwig” te houden, maar om ze weer te verkopen, en daar heeft het management zelf alle belang bij.