Museum voor valse kunst; Meesters en knoeiers

Museum voor Valse Kunst, Brink 1, Vledder. Inl 0521-383352. Entree ƒ 5, CJP ƒ 2,50. MJK gratis, 65+ en 31- ƒ 4.

Open dag. 11-16u, behalve di. Groepsrondleidingen op afspraak.

Een herfstig bostafereel van Mondriaan. “Technisch mooi gedaan”, zegt Henk Plenter, initiatiefnemer en eigenaar van het vorige maand geopende museum voor Valse Kunst in Vledder. “Er is alleen in de signatuur geknoeid. Het is een valse Piet Mondriaan, gemaakt door zijn oom Frits. Er is alleen in de signatuur geknoeid omdat een Piet meer waard is.”

Op de bovenverdieping van het Drentse museum hangen tientallen vervalsingen, aangekocht door Henk Plenter en zijn vriendin Erna Jansen: het bekende hertje van meestervervalser Han van Meegeren en een houtprint gesigneerd met Hokusai, die Plenter kocht voor 400 gulden. “Hij lijkt erg veel op het origineel van de Japanse kunstenaar, dat zo'n anderhalve ton kost.” Er hangt ook een olieverfje van Ensor uit 1879 dacht Plenter. Een Ensor-kenner vond het dubieus. Verder is er een krijttekening van een vrouwenfiguur met een echt lijkende handtekening van Anton Heyboer. Plenter twijfelt: “De handtekening lijkt echt, maar kwalitatief is dit te slecht voor Heyboer. Of hij moet zijn dag niet hebben gehad. Ik weet het niet. Over een litho van 'Karel Appel' is hij zekerder. “Vals”. Wijzend op een kleurig tafereel met een amorf oranje gezicht met groene ogen zegt hij: “Dit is een wazig figuur. Echt lelijk. Appels figuren zijn meestal herkenbaar.”

Veertien jaar geleden begon het stel met kunst verzamelen. Hun eerste 'zeperd', zoals Plenter een miskoop noemt, was een litho van Matisse. In een grote Amsterdamse galerie telden ze 1.500 gulden neer voor de in blauwe contouren afgebeelde vrouwenfiguur. Vier jaar geleden ontdekten ze dat hun aanwinst onecht was. In een Duits kunsttijdschrift zagen ze een afbeelding van hun 'Matisse'. De maker bleek de Nederlander Geert Jan Jansen, die in een kasteel in Frankrijk 1.500 werken van onder meer Matisse, Cader, Chagall, Picasso en Jorn had vervalst.

Na vier onechte aankopen ontstond bij Plenter, gepensioneerd leraar Engels, en Jansen het idee voor een museum voor valse kunst. De meeste valse werken in het museum zijn bewust gekocht op veilingen tegen lage prijzen. Waarom een museum? “Mensen vinden het slechte fascinerend en vervalsingen sensationeel”, weet Plenter. Hun doel is vooral mensen te waarschuwen tegen valse kunst. “Wij zeggen: 'Wapen je tegen valse kunst'. Daarvoor is kennis nodig.” In het museum hangen bijvoorbeeld een echte litho en een poster naast elkaar met een loep ertussen. “Als je door de loep kijkt, zie je op de litho geen rasterpatroon, op de reproductie wel”, legt Plenter uit. “Een kunstdruk of een kristallitho is gewoon ordinaire offset. Daar worden tijdschriften op gedrukt. Toch wordt dat verkocht voor achthonderd gulden.”

Plenter kan de technische vaardigheid van een vervalser als Han van Meegeren nog wel waarderen. “Maar in het algemeen hebben vervalsers een beperkte creativiteit. Ze gaan geen stapje verder om zelf iets te creëren.” Begrip voor iemand die een signatuur van een ander onder zijn eigen werk zet, heeft Plenter dan ook niet. “Vervalsers willen alleen snel en veel geld verdienen.”

Veel van hen verraden zichzelf omdat ze eenvoudigweg te haastig of te dom te werk gaan, meent hij. De vervalser van een D.H.W. Filarski, signeerde met 'Filarki'. Zo val je snel door de mand. De maker van een beeldje die het idee stal van Zoritchak, gaf zijn plastiekje de naam van de Finse kunstenaar Timo Sarpaneva. Ook vergist een vervalser zich regelmatig in lengte of maat. Het bronzen beeldje 'The mountain man' van de Amerikaan Remington (1861-1909) is in werkelijkheid 72,4 centimeter hoog. Dat is het overigens mooie exemplaar, dat in de museumvitrine staat, bij lange niet. “Ik denk dat iemand er een stuk of twintig in China heeft laten gieten. Als op veilingen ineens allemaal Remingtons opduiken, moet je achterdochtig worden.” Een werk van Escher is te groot. “Dat is zo uit een prentenboek geknipt en ingelijst”, vermoedt Plenter.

Toch aarzelt hij soms. Hij wijst naar een ongesigneerd olieverfschilderij, mogelijk van de Duitse expressionist M. Slevogt (1868-1932). Op de achterkant is een oud krantenknipsel geplakt dat bericht over het overlijden van de schilder. “Iemand had een Slevogt in huis en heeft het artikel bewaard en achter op het werk geplakt”, redeneert hij. “Lijkt aannemelijk.”