Kritische Palestijnen zijn nu zelf minister;

In plaats van corruptierapporten van het parlement uit te voeren, heeft de Palestijnse leider Yasser Arafat gisteren twee auteurs ervan minister gemaakt.

JERUZALEM, 6 AUG. Onder de Palestijnen heerst opperste verwarring over de vraag: hoeveel ministers zijn er nu precies? 35, meent de een. 32, zegt de ander. PLO-leider Yasser Arafat, die gisteren in een tumultueuze parlementszitting zijn nieuwe kabinet presenteerde, is erin geslaagd chaos in de politieke gelederen te scheppen in plaats van duidelijkheid. Maar dat, zeggen sommigen, is precies waar hij op uit was.

Anders dan velen hoopten, heeft Arafat niet één minister van zijn functie ontheven. De minister van Onderwijs trad om persoonlijke redenen af. Hanan Ashrawi verhuisde van Hoger Onderwijs naar Toerisme, maar nam vanmorgen boos ontslag. Drie anderen zijn nu minister zonder portefeuille. Arafat benoemde zo'n tien nieuwe ministers, eveneens zonder portefeuille - van wie er een in coma ligt - en creëerde drie nieuwe ministeries. Vijf zware ministeries, zoals Binnenlandse Zaken en Onderwijs, moeten het zonder minister stellen. “Het is oude wijn in nieuwe zakken”, zegt parlementslid Ziad Abu Amr teleurgesteld. “Niets is veranderd. Alleen wat nieuwe namen. Arafat is niet van zins het beleid van slecht-functionerende ministeries te herzien.”

Vorig jaar augustus al beloofde Arafat al met een nieuw kabinet te komen, nadat het parlement vernietigende rapporten had opgesteld over de handel en wandel van enige ministers. Nabil Sha'ath en Jamil Tarifi werden openlijk van corruptie en gegoochel met overheidsgelden beschuldigd. Maar Arafat was op een moeilijk punt beland in de vredesonderhandelingen met Israel, en het parlement gaf hem respijt. Toen er in juni nòg geen nieuw kabinet was, diende het parlement een serie moties van wantrouwen tegen Arafat in. Het wilde koppen zien rollen om zijn geloofwaardigheid te behouden. Het zittende kabinet trad af en was sindsdien demissionair.

Toen Arafat gisteren de nieuwe lijst ministers voorlas, repte hij niet van de corruptierapporten. Zodra Abdel Jawad Saleh, de ex-minister van Landbouw, hoorde dat hij een van de nieuwe 'ministers van staat' zonder portefeuille was geworden, riep hij dat hij de functie niet accepteerde zolang de van corruptie verdachte ministers bleven zitten. “Corruptie”, zei hij, “is nu een institutie geworden in het Palestijnse systeem”. Wat 'minister van staat' betekent, weet overigens niemand. “Een salaris en status, meer niet”, zegt politiek analist Ghassan Khatib in Jeruzalem, die de positie vergelijkt met de honderden bezoldigde 'adviseurs' die Arafat in de loop der jaren heeft benoemd. “Zo houdt hij mensen loyaal”.

De meeste nieuwe ministers zijn lid van Arafats Fatah-partij, die hij ferm onder controle heeft. Er zijn slechts twee oppositieleden bij: kritische parlementsleden die vorig jaar het corruptierapport schreven. Beiden kregen een fors ministerie toegewezen: Arbeid en Landbouw. In het verleden is gebleken dat parlementariërs de neiging hebben hun kritiek op Arafat en het Zelfbestuur in te slikken zodra ze minister worden. Een parlementariër beet de twee dan ook boos toe: “En vandaag gaan jullie gebroederlijk met de corrupten in één regering zitten?!”

Velen zijn het erover eens dat het parlement gisteren een nederlaag tegen Arafat heeft geleden. Aan de corruptie is niets gedaan, wat het parlement in de ogen van het volk reduceert tot een praatclub zonder invloed. Dat imago zal de komende weken verder afbrokkelen: het parlement mag twijfel hebben over het nieuwe kabinet, het ziet ernaar uit dat het er wel degelijk zijn goedkeuring aan zal hechten. “24 van de 88 parlementsleden zijn nu minister”, zegt Ziad Abu Amr. “En er zijn genoeg Fatahleden onder de overige 62 die bij Arafat in een goed blaadje willen blijven, en uiteindelijk zullen helpen een meerderheid te vormen.”