Inzet revolte Congo: Kivu of Kinshasa?

De Tutsi-rebellen in Congo hebben zich een leider gekozen, die de opstand een 'strijd van alle Congolezen' noemt. De verklaringen van de muiters zijn echter tweeslachtig. Willen ze Kabila weg uit Kinshasa of een autonoom Kivu?

ROTTERDAM, 6 AUG. De parolen van de rebellen waren voor tweeërlei uitleg vatbaar. Op maandag 3 augustus las Sylvain Mbuchy, commandant van het Congolese leger in het oostelijke Goma, voor het plaatselijke radiostation een communiqué voor. “Wij, het leger van de Democratische republiek Congo, hebben besloten president Laurent-Désiré Kabila af te zetten.” Mbuchy verzocht zijn kameraden in de hoofdstad Kinshasa zorg te dragen voor een betere leiding van het land. Hij verweet de regering van Kabila corruptie, incompetentie en bevoordeling van bepaalde gewesten. Het klonk als het startschot voor een militaire staatsgreep.

Enkele uren later sloot Mbuchy's collega in Bukavu, aan de zuidelijke oever van het Kivumeer, zich aan bij de kameraden in Goma. Radio Bukavu, zojuist bezet door muitende troepen, riep om dat de rebellen van plan waren van de oostelijke grensprovincies Noord- en Zuid-Kivu een autonome republiek te maken. Dát klonk als een afscheidingsparool.

Een dag later waren beide steden in handen van Banyamulenge-soldaten. De Banyamulenge zijn etnische Tutsi's, die stammen uit wat nu Rwanda is, maar vaak al generaties lang het koele hoogland van Kivu bewonen. Voor hen is Kinshasa, de hete hoofdstad aan de benedenloop van de rivier de Congo, ver weg en is Rwanda dichtbij. Zij vormen een minderheid in Kivu, die onder Mobutu het staatsburgerschap van (toen nog) Zaïre werd ontzegd en die in 1996 werd bedreigd met gewelddadige deportatie.

Toen kwamen zij in opstand, met steun van hun mede-Tutsi's uit Rwanda die sinds 1994 aan de macht zijn in Kigali. Rwandezen, Banyamulenge en Congolese revolutionairen - aanhangers van ex-president Patrice Lumumba - sloten een bondgenootschap en in zeven maanden volbrachten zij het ondenkbare: zij marcheerden naar Kinshasa en brachten de lumumbist Kabila aan de macht. Onder diens bewind ging de Tutsi-minderheid de militaire, bestuurlijke en zakelijke dienst uitmaken in Oost-Congo. Dit zeer tot ongenoegen van de lokale meerderheid, die de Banyamulenge beschouwt als bezetters. Het kwam in Kivu meermalen tot botsingen tussen Tutsi- en andere eenheden van Kabila's nieuwe leger.

Enige weken geleden waarschuwde de scheidende Amerikaanse ambassadeur in Kinshasa, Daniel Simpson, tijdens een seminar in Washington dat Kabila's regering, indien ze niet tegemoet kwam aan de veiligheidsbehoefte van de Banyamulenge, met vuur speelde. De Banyamulenge, zei Simpson, hadden hun bloed vergoten om zich te bevrijden van Mobutu en zouden niet dulden dat Kabila de anti-Tutsi-kaart speelde.

De gezant had een vooruitziende blik. Kabila, die zich verlaten voelde door zijn bondgenoten in de regio, gaf toe aan de anti-Tutsi-sentimenten bij velen van zijn landgenoten. De Banyamulenge moesten een toontje lager zingen en de Rwandezen moesten eruit. Maandag revolteerden de Banyamulenge opnieuw. Zij beschouwen de met uitzetting bedreigde Rwandezen immers als hun beschermheren. De Tutsi-rebellen werden bijgestaan door Rwandese soldaten, die deels het uitzettingsbesluit hadden genegeerd, deels in trucks werden aangevoerd over de nabije grens. In een kennelijk tot in de puntjes voorbereide operatie maakte deze Tutsi-coalitie zich bliksemsnel meester van een groot deel van Noord- en Zuid-Kivu. Sinds dinsdag leveren zij slag bij het honderden kilometers naar het noordwesten gelegen Kisangani. Als zij het vliegveld van die stad, de op twee na grootste van het land, veroveren, maken zij Oost-Congo nagenoeg onbereikbaar voor verse troepen uit Kinshasa. Dat zou de kroon zijn op het project 'autonoom Kivu'.

Dinsdag zei een Westerse diplomaat: “We zitten nu weer met dezelfde vraag als toen Kabila's opmars begon: is dit vooral een poging om de regering in Kinshasa omver te werpen, of willen de Rwandezen een bufferzone creëren in Oost-Congo?” De laatste, beperkte doelstelling is een gedeeld veiligheidsbelang van de Banyamulenge en de regering in Kigali. Rwanda's sterke man, Paul Kagame, had eigenlijk maar één motief om Kabila aan de macht te helpen: een veilige westgrens. Sinds zijn leger van Tutsi-ballingen in 1994, als antwoord op de massamoord onder Rwandese Tutsi's, de macht greep in Kigali, is Rwanda keer op keer belaagd door op revanche beluste Hutu-fanatici, die zich schuil houden in Oost-Congo. De verwachting dat Kabila hier paal en perk aan zou stellen, bleek overspannen. Het dicht beboste grensgebied bleef een broeinest van moorddadig Hutu-revanchisme. Wellicht mikt de Tutsi-coalitie op wat Kabila niet wilde of kon realiseren: Oost-Congo als veilige haven voor Banyamulenge en een bufferzone voor Rwanda.

Het scenario van een 'vrij Kivu' vertoont echter een zwakke plek: de Tutsi's zijn in het hele Grote Merengebied, Kivu inbegrepen, een niet bepaald geliefde minderheid. Misschien daarom wordt er in de rebellen-communiqué's gehamerd op Kabila's eigen zwakke plek. De laatste maanden verwijderde hij niet alleen Rwandezen en Banyamulenge uit hoge militaire en regeringsposten, maar ruimt hij opvallend veel plaats in voor familieleden en mede-Baluba uit zijn geboortestreek Katanga.

De tirades van de militaire Tutsi-coalitie tegen 'corruptie' en 'nepotisme' kan ook een poging zijn een 'nationale' consensus tegen Kabila te smeden. In dat geval is het doelwit van de revolte Kinshasa.

Dinsdag kaapten rebellen op het vliegveld van Goma een vrachtvliegtuig van Congo Airlines, dat vervolgens koers zette naar de militaire basis Kitona, aan de monding van de rivier de Congo. Daar waren enkele duizenden voormalige soldaten van Mobutu geïnterneerd, die door Rwandese instructeurs werden klaargestoomd voor integratie in het het nieuwe Congolese leger. Volgens Kabila's minister van Informatie vervoerde het toestel “400 Rwandese soldaten”, veel voor een simpel vrachtvliegtuigje. Volgens andere bronnen bestond de lading uit zakken vol dollars, om de ex-soldaten van Mobutu te bewegen de Atlantische havenstad Matadi te bezetten, een strategische overslagplaats voor Kinshasa.

Vele vragen blijven onbeantwoord. Was het uitwijzingsbesluit voor Rwandese militairen ingegeven door informatie over coup-plannen in Kinshasa? Waren de Banyamulenge-soldaten in de hoofdstad, die volgens Kabila c.s. inmiddels zijn uitgeschakeld, uit op “een betere leiding in Kinshasa” of was hun kortstondige rebellie een afleidingsmanoeuvre? Kabila's regering roept nu manhaftig dat Congo “bereid is de oorlog te exporteren naar Rwanda”. Dat zal niet meevallen. De hoogst gemotiveerde en gedisciplineerde Banyamulenge-soldaten vechten inmiddels in het andere kamp. De middenweg - een Tutsi-bufferzone in het oosten - betekent niets meer of minder dan de desintegratie van Congo.