Griekenland gelooft heilig in brandstichting

In heel Griekenland woeden tientallen bosbranden. Bij Athene zijn de branden vandaag weer opgelaaid en worden opnieuw woonwijken bedreigd. Volgens de Grieken zijn alle branden aangestoken. Andere mogelijke oorzaken worden uitgesloten.

ATHENE, 6 AUG. Elk jaar opnieuw worden de Grieken door de bosbranden overvallen. Elk jaar doet zich hetzelfde patroon voor. Na een hittegolf wordt eindelijk koele wind uit het noorden verwacht. Men vermeit zich in het vooruitzicht dat de temperatuur zal dalen van veertig tot vijfendertig graden. Maar men vergeet dat die wind hard zal zijn, acht tot negen Beaufort, en dus bosbranden zal aanwakkeren.

Voorzorgsmaatregelen worden nooit getroffen. Brandweerposten blijven onbemand. Er worden geen oproepen gedaan toch vooral geen vuilnis of dood hout te verbranden, op te passen bij picknicken en extra te letten op 'verdachte elementen'. Als de branden toeslaan, is het te laat. Ze zijn allemaal aangestoken, wordt vervolgens voor de zoveelste keer gemeld.

Dat zouden er dan honderden brandstichters moeten zijn, in het hele land. Twee weken geleden woedden er honderdtachtig branden tegelijk. Als elke brand twee brandstichters eist - want 'het kwam van twee kanten', aldus vaak de getuigen - moeten er die dag dus minstens driehonderdzestig brandstichters aan het werk zijn geweest. Maar er wordt nooit één gepakt, afgezien van een enkele keer een dorpstype, misschien pyromaan, voor wiens berechting de media en het publiek absoluut geen belangstelling blijken te hebben.

“Ook op de Olympus zijn brandstichters aan het werk geweest.” Met zulk automatisch commentaar meldt de televisie de laatste tijd de branden. De brandstichting is een geloofsartikel geworden; wie haar in twijfel trekt, speelt een wonderlijke rol. De motieven van de brandstichters zijn bekend: rondom Athene zijn het lieden die de verbrande stukken willen bebouwen, elders zijn het herders die er hun vee willen laten grazen, of Turken die het toerisme willen schaden. Toen onlangs een lid van de Turkse extreem-rechtse beweging Grijze Wolven op de Turkse televisie trots vertelde dat hij op het Griekse eiland Rhodos branden had gesticht, werden de Grieken in hun overtuigingen gesterkt.

Het geloof in brandstichting gaat gepaard met de idee-fixe dat alleen in Griekenland zulke grote branden woeden. Voor de bosbranden die gelijktijdig Sardinië, Sicilië, Portugal, Spanje of Cyprus - laat staan Turkije - teisteren, is geen belangstelling. Men heeft het op Griekenland voorzien, aldus de complottheorie, die niet alleen bij bosbranden opgeld doet.

De Grieken lijken zich met hun geloof in brandstichting in te kapselen tegen schuldgevoelens over de branden. Van honderdtachtig gelijktijdige branden de afgelopen twee weken geleden is bewezen dat minstens vijfentwintig begonnen zijn op plaatselijke vuilnisstortplaatsen, waarvan er alleen in de Atheense regio Attica zo'n achttienduizend zijn. De belangstelling van de media voor deze misstand is miniem. Slechts een enkele keer is geschreven dat bij veertig graden celsius - dat was het toen en dat is het nu ook weer - glas, en dus ook flessen in zo'n stortplaats een brandhaard worden.

Bij opnamen vanuit helikopters van het verbrande gebied bij Athene, bleek dat overal huizen (deels) waren verbrand. Die huizen waren bijna allemaal afthéreto, illegaal gebouwd, maar ze hebben in de loop der jaren wél water, elektriciteit en telefoon gekregen. Het zwaar getroffen dorp Anthousa was in zijn geheel zo'n afthéreto. Overal luidt de klacht dat de brandweer niet kwam. “Waar bleef de staat?” Maar die huizen zijn buiten de staat om gebouwd en bestaan soms formeel niet. Met het afval dat de bewoners genereren en de wegen die ernaar toe leiden, dragen ze ook weer aan het brandgevaar bij. Alle brandgevaarlijke gebieden zijn toegankelijker geworden voor automobilisten en vooral motorfietsers, met hun sigaretten. Dit is ongetwijfeld één van de oorzaken van de grote toename van branden.

Niet alleen de preventie is gebrekkig, ook de bestrijding. Griekenland moet het nog altijd doen met vijftien blusvliegtuigjes, plus enkele blushelikopters, voor het hele land. De meeste zijn van kort na de oorlog, andere zijn tweedehands in Joegoslavië gekocht. Er zijn er altijd wel minstens vijf defect; vorige week steeg dat aantal naar dertien - op één dag. Voor de versterking van het Griekse leger wil de regering voor twee biljoen drachme (veertien miljard gulden) extra militair materiaal kopen. Éénhonderste van dit bedrag besteden aan het bestrijden van de bosbranden en het verkleinen van de risico's, zou catastrofes kunnen voorkomen.

Als het in heel Griekenland brandt, dan faalt ook over de hele linie de brandweer. De regering komt hierbij in een moeilijk parket, want ze heeft vlak voor deze zomer in een nieuwe wet het commando over de bosbrandbestrijding in handen gegeven van de gewone brandweer. De bosdienst, die de verantwoordelijkheid had, zegt nu verongelijkt hoe slecht de brandweer het doet. De regering is niet meteen begonnen met de - inmiddels aangekondigde - uitbreiding en bijscholing van de brandweer. Het feit dat er reeds drie, in bosbranden onervaren brandweerlieden zijn verongelukt, wordt door de rechtse oppositie uitgespeeld.