De imagemakers van House of Orange; Het moet kloppen met het koppetje

Hun werk is te zien in de Britse of Duitse Vogue, de Franse Marie Claire en de Britse Elle. Maar ook in Knipmode, Margriet en tv-programma's als 'Modellen' en 'Tien voor taal'. Met de oprichting van het stylistencollectief House of Orange, in 1996, gaf visagist John Kattenberg kappers, interieur-ontwerpers en andere 'mooimakers' een eigen podium. “Iedere boerenlul kan een kop vol smeren, maar het is een kunst apart. Begrijp je, lief?”

De make up en het 'vliegende' haar van de modereportage in de Rails: House of Orange. De styling van de jazzy dansende Grolsch-jongen in smetteloos wit overhemd: House of Orange. Kapsels, make up en styling van commercials voor Douwe Egberts, Gühl shampoo, Braun haarföhns, of Unox: House of Orange. Reportages in Elegance, Elle, Yes, Squeeze, Dutch: House of Orange.

“In het begin dachten ze dat we een sekte waren, de Orange People of zoiets”, zegt Mirjam de Haan. Ze is manager bij House of Orange, en steun-en-toeverlaat van John Kattenberg, de oprichter van dit agentschap voor visagisten, kappers en (interieur)stylisten, gevestigd aan de Keizersgracht in Amsterdam. En Kattenberg is ongetwijfeld de bekendste visagist van Nederland.

De Haan noemt hem “een charmante reclamezuil”, die iedereen 'schat' en 'm'n lief' noemt. Sinds de opening van House of Orange, in 1996, is Kattenberg regelmatig op tv te zien in programma's als 'Modellen', 'Tien voor taal', 'De Plantage', en 'Dat staat je goed'. “Ik vind het absoluut geen probleem om een mediahoertje te zijn”, zegt hij. “Bovendien vind ik het énig voor mijn moeder. Ze belt me elke keer weer op om te zeggen dat ze het niet heeft kunnen zien, omdat ze zo moest huilen.”

Kattenbergs status als bekende Nederlander is illustratief voor de veranderde betekenis van zijn beroep. Van naamloos hulpje van de fotograaf zijn visagisten, maar ook kappers en stylisten, steeds meer de beeldbepalers in de media en mode-industrie geworden. Daarmee krijgen ze - nationaal en internationaal - een eigen plek in de glamourbusiness naast modellen, ontwerpers en fotografen, en zijn ze soms met naam en toenaam bekend bij het publiek. En wordt die naam vervolgens te gelde gemaakt: internationaal bekende visagisten als Bobby Brown en Francois Ners lanceren hun eigen make-up lijnen. “Ach ja”, zegt Kattenberg, “het is net als met die andere gezonde dingen op de wereld, alcohol en sigaretten, er valt aan te verdienen als je net dat gevoelentje bij de klant kan overbrengen.”

Het is Kattenbergs verdienste dat hij in Nederland een podium heeft gecreëerd voor stylisten. In het buitenland zijn dergelijke agentschappen gewoon, maar hier worden haar- en make-up stylisten meestal ondergebracht bij modellenbureaus. Bijna dertig 'mooimakers' staan er ingeschreven bij House of Orange, waaronder ook enkele buitenlanders die vanuit New York, Londen of Parijs opereren. De uitstraling van House of Orange gaat steeds meer over de landsgrenzen heen. Regelmatig valt de naam in kleine lettertjes te lezen naast producties in de Britse of Duitse Vogue, de Franse of Italiaanse Marie Claire, of de Engelse Elle. “Nederlandse stylisten en visagisten staan goed aangeschreven in het buitenland”, aldus Kattenberg. “We leveren kwaliteit, en we hebben geen kapsones”.

Een van de veranderingen die House of Orange heeft bewerkstelligd, is de scheiding tussen 'haar' en 'visagie'. “Vroeger deed je het alletwee, dan had je een prachtige make-up en was het haar om maagzuur van te krijgen, of andersom”, zegt Kattenberg. Er zijn volgens hem in Nederland steeds meer fotografen, film- en reclamemakers die snappen dat het twee disciplines zijn en dus ook voor twee mensen willen betalen. Het is een wereldje van “ijdelheid, nuffigheid, elkaar veren in de reet steken”, beaamt Kattenberg volmondig, “maar wat is daar verkeerd aan? Mensen zijn zo, willen droompjes zien en droompjes hebben. Dat is nooit anders geweest, Cleopatra was ook ijdel.”

Niet al het werk is voor de Vogue of Elle, “we doen ook Knipmode of Margriet, of de styling voor tv programma's”, vult De Haan aan. “Dat heeft niks met mode of glamour te maken. Dan kleed je gewone mensen, zorg je ervoor dat ze niet glimmen. Bovendien zijn er de commerciële opdrachten, zoals de brochures voor warenhuizen.” Styliste Caroline Fuchs is er net met één bezig. “Dan heb je je te houden aan wat de klant wil, al probeer je er natuurlijk wel je eigen stempel op te drukken. En houdt het vak van stylist vooral een hoop gesjouw in. Winkelen, winkelen, winkelen om kleren, schoenen en accessoires te lenen. En na de shooting vlekken wegwerken, strijken, indien nodig repareren. Soms sta je een ochtend op schoenen te poetsen.”

Problemen waar de visagist, die alleen zijn make-up koffer heeft te dragen, niet mee zit. Veel tijd om zelf nog modellen op te maken heeft Kattenberg niet. Hij runt het agentschap, opende dit jaar een make-up school en importeert een “merkje”, Maquillage Professionnel, met veel producten voor de “gele, zwarte, of bruine huid”.

Kattenberg staat bekend als een extreme visagist. Hij zet zwarte lijntjes naast de ogen als letterlijke kraaienpootjes, stempelt een naakt mannenlichaam met in inkt gedoopte profielzolen of spat met een borsteltje spettertjes rond de ogen, een inmiddels veel 'geciteerde' make up. “Hoe ik daarbij kom? Ik moest ineens denken aan de tandpasta-spetters op de spiegel.” Maar waar cosmeticahuizen zich nu profileren met steeds opvallender make-up, laat Kattenberg meer en meer weg. Zoals te zien is op de expositie Rauw op de Huid, over Hedendaagse Nederlandse modefotografie in de Kunsthal in Rotterdam. Het model dat Maurice Scheltens fotografeerde, is zo goed als onopgemaakt, en heeft een brandpleister geplakt over de ogen. “Dat is raar, want normaal vestig je met make-up juist aandacht op de ogen. Ik kan niet uitleggen waarom ik het zo gedaan heb, maar ik vind het prachtig. Kijk, iedere boerenlul kan een kop vol smeren, maar het zo doen dat je een mens meer mens laat zijn, net die punten uit een gezicht te halen... en dan bedoel ik niet dat je alle oneffenheden moet wegshapen en wegkleuren, zoals zo veel gebeurt. Begrijp je, lief?”

“Het is een kunst apart”, vervolgt Kattenberg, “dat durf ik nu wel toe te geven. Je kunt veel leren, maar je moet het toch ook vanuit je ziel en zaligheid vatten. Je moet zien, zien! En voelen. Ook als je een studio binnenstapt. Wat is hier gaande, welke energieën krijg ik naar me toegeworpen, waar is de fotograaf? Jezelf niet te belangrijk vinden, iedereen met wie je samenwerkt in zijn waarde laten. En dan kan er iets gebeuren. Dan kan er zo iets moois ontstaan, dat je er kippevel van krijgt.”

Het is opvallend hoe vaak bekende modefotografen als Marcel van de Vlugt, Carli Hermès en Cornelie Tollens een beroep doen op de mensen van House of Orange. De indruk ontstaat van een conglomeraat van imagemakers, die veel mediabeelden in Nederland maken en bepalen. Maar er is geen sprake van een House of Orange 'kleur', aldus De Haan: “Iedereen hier heeft heel eigen kwaliteiten.” Bij de stylisten is Ruud van der Peijl - let op de laatste Canon campagne - het meest all-round. “Altijd spannend, en nooit iets van 'u vraagt wij draaien'.” Van der Peijl rekt het begrip stylist tot het uiterste op en doet regelmatig mee aan projecten met kunstenaars en vormgevers. Hij gaf een deel van de huidige expositie van 10 jaar Housecultuur in de Kunsthal in Rotterdam vorm en maakte eerder een presentatie in het Stedelijk Museum. Maarten Spruit is ladylike en sophisticated. De gezusters Tournier zijn weer meer casual, hip, tweedehands, documentaire-achtig, en Caroline Fuchs is wijviger, lekker met hakken en meer seks erin, aldus De Haan.

House of Orange heeft ook interieurstylisten: Stef Bakker en Kasia Gatkowska. Zij ontwierpen de inrichting van het eigen kantoor en de kapperszaak/make up school Le Souk, ze maken interieurproducties voor View on Interior, Elle Decoration en andere tijdschriften en verzorgen de styling van commercials.

De nieuwste aanwinst is visagist Philip Miletto, een Belg die onder meer werkt voor de Italiaanse Amica en Marie Claire. Waarom schreef hij zich in bij House of Orange? “Het gevoel, aardige mensen”, zegt Miletto tijdens een shooting voor Elegance in het Amstel Hotel. “Et il se passe quelque chose in Amsterdam. Er worden hier hele mooie tijdschriften gemaakt, View on Color, Dutch, de Elle die steeds beter wordt.” Miletto houdt van een minimalistische en 'vrije' make-up. “Geen regels, er wordt al zo veel gezegd hoe het moet en hoort. En niet te mooi: als je streeft naar perfectie verlies je onderweg iets. Ik hou van oude deuren, oude auto's en oude vrouwen. NO! that's a joke.”

Terug op het House of Orange honk: Kattenberg bladert door het 'Haar en Make-up boekje' van het tijdschrift BeauMonde. “Om te braken”, noemt hij de vrouwen met wild opgestoken haar, de gezichten dichtgesmeerd met foundations en blushers, bijgetekende wenkbrauwen, bijgetekende monden, flink aangezette ogen. Later nuanceert hij: “Niet iedereen kan er zo uitzien als John Kattenberg mooi vindt, dat zou ook saai worden. En negentig procent van Nederland gelooft hier heilig in, je ziet het ook voortdurend op tv.” Maar het zou er wat hem betreft een stuk aardiger en rustiger kunnen uitzien. “Begrijp me goed, een zware make up kan ook klasse zijn; misschien is zwart van wenkbrauw tot wimper hartstikke mooi. Als het maar geen masker is, niet zo'n stempeleffect geeft. Het moet kloppen, schat! Het moet kloppen met het koppetje.”