Bij Paars II bestaat begrip emancipatie niet meer

In één paragraaf rekent het regeerakkoord af met het begrip emancipatie. Het 'inhalen van achterstanden van vrouwen' is opgegaan in het kabinetsbeleid.

DEN HAAG, 6 AUG. 'Mainstream' zeggen ze op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waar ze het tot voor kort over 'emancipatie' hadden. Maar emancipatie bestaat niet meer: de Emancipatieraad is opgeheven en hetzelfde wordt overwogen met betrekking tot de al gedecimeerde 'Emancipatieafdeling' van de voormalige lijsttrekker van de CPN, de geplaagde Ina Brouwer.

Ook voor de auteurs van het regeerakkoord is emancipatie niet langer een kwestie van het inhalen van achterstanden van vrouwen. Het gaat er nu om dat voor vrouwen én mannen de zorgtaken gelijk worden getrokken en dat zij dezelfde positie krijgen op de arbeidsmarkt. Omdat het ministerie er voor beide geslachten is, is dat wat altijd emancipatiebeleid werd genoemd, nu opgegaan in de stroom van het totale beleid, in de mainstream.

Hoewel emancipatie als zodanig geen issue meer is, komt er voor het eerst sinds 1981 weer een staatssecretaris Emancipatie. Toen was Hedy d'Ancona de eerste staatssecretaris op deze post, zij het voor acht maanden. Daarna waren het vooral de ministers van Sociale Zaken die optraden als 'coördinerend minister voor het emancipatiebeleid'.

De burgemeester van Zutphen, Annelies Verstand (D66) is nu opvolger van D'Ancona. Voluit is haar functie staatssecretaris voor Arbeid, Zorg en Emancipatie.

De functiebenaming had ook staatssecretaris Mainstream kunnen zijn, want waar het regeerakkoord onder het kopje 'emancipatie' vastloopt in obligate constateringen, krijgt Verstand via het hoofdstuk 'Arbeid en Zorg' zo'n beetje het totale nieuwe beleid van haar departement in haar portefeuille. Het gaat daar om verlof, deeltijd, kinderopvang, het bevorderen van de arbeidsdeelname van ouderen, de introductie van straf- en beloningspremies voor de WW, een sluitende aanpak tegen de langdurige werkloosheid, de Melkertbanen en het verkleinen van de afstand tussen het minimumloon en de laagste schalen in de CAO. Daarachter gaat het lastige 'AVV-dossier' schuil over het algemeen verbindend verklaren van CAO's. Als mevrouw Verstand dat allemaal zelf gaat doen, kunnen de mannen, minister De Vries (PvdA) en de staatssecretaris Sociale Zekerheid Hoogervorst (VVD), wel toe met een driedaagse werkweek. Anders zal op het departement nog stevig gevochten moeten worden over de vraag wie precies wat gaat doen.

De inspanningen van Verstand moeten in ieder geval leiden tot een Kaderwet Arbeid en Zorg. En daarvoor zal ze met voorstellen komen om alle bestaande verlofregelingen - en dat zijn er nogal wat - op elkaar af te stemmen. Verlof kan worden opgenomen om te zorgen voor kinderen of ouders, al dan niet in goede gezondheid. En omdat vrouwen in aantal achterblijven op de arbeidsmarkt, komt die zorg tot nu toe vooral op hen neer.

Mannen en vrouwen moeten evenwel de zorgtaken evenredig zien te verdelen, zo luidt de missie van het kabinet. Vooral mannen moeten kunnen sparen voor hun verlof dat kan oplopen tot een jaar, bijvoorbeeld om 'de accu op te laden', of om zorgtaken over te nemen.

Onder de Kaderwet van Verstand valt ook het tevergeefs door GroenLinks bevochten recht op deeltijdwerk. De drempel voor vrouwen om toe te treden tot de arbeidsmarkt zou, in de redenering van het kabinet, aanzienlijk lager komen te liggen als vrouwen wettelijk kunnen afdwingen dat hun nieuwe baan een deeltijdbaan is. Andersom zou een recht op korter werken voor mannen betekenen dat ze meer zorgtaken op zich kunnen nemen. Dat is handig voor mannen om hun werkgever onder druk te kunnen zetten. En handig voor vrouwen om mannen ertoe te bewegen meer zorgtaken op zich te nemen.

Het regeerakkoord probeert vrouwen daartoe ook financiële argumenten te geven. Paars II komt immers met een nieuw belastingstelsel waarin onder meer de belastingvrije som wordt afgeschaft.

De belastingvrije som wordt vervangen door de zogenoemde individuele heffingskorting. Dat is een voor iedereen gelijke korting op het te betalen belastingbedrag van 3.000 gulden “die aan niet-verdienende partners door de Belastingdienst individueel wordt uitbetaald”, aldus het regeerakkoord. Het kabinet verwacht dat dit de drempel voor met name vrouwen zal verlagen om een betaalde baan te gaan zoeken.

Maar dan nog blijven er genoeg drempels over, zoals de kinderopvang. In vergelijking met de Europese buurlanden komen veel te weinig kinderen in de leeftijd van nul tot dertien jaar voor opvang in aanmerking. En als kinderen moeten worden opgevangen, nu nog vooral door de moeder, is een volwaardige baan nagenoeg uitgesloten. Het kabinet streeft naar een verdubbeling van het aantal kinderopvangplaatsen, maar daarmee loopt Nederland de achterstand niet in. Het aantal plaatsen kan weliswaar toenemen, maar dan kan de financiering van de opvang nog een probleem vormen voor met name ouders met een gering inkomen.

Over de kinderopvang kan een macro-economische kosten-baten analyse worden gemaakt. De kosten zijn de bedragen die overheid, werkgevers en ouders in de opvang steken. De baten betreffen de veel langere termijn. Want kinderopvang moet het voor vrouwen mogelijk maken aan het werk te gaan. Zo niet, dan zijn er over een jaar of twintig meer mensen in de AOW dan mensen die werken. En de laatste categorie betaalt de premies voor de eerste.

Ergo, om de kosten van deze vergrijzing op termijn te kunnen blijven dragen, moeten veel meer vrouwen gaan werken. Niet langer vanuit emancipatoire redenen, maar omdat er dan meer mensen zijn die premies en belastingen betalen.

Premies en belastingen die allemaal in dezelfde 'mainstream' terechtkomen.