Azië-crisis en olieprijzen: Nettowinst Shell duikelt 21 procent

DEN HAAG, 6 AUG. De Koninklijke Shell/ Groep heeft haar nettowinst over de eerste helft van dit jaar met 21 procent zien teruglopen tot 3,2 miljard dollar (6,4 miljard gulden). Afnemende vraag als gevolg van de Azië-crisis en een te groot olieaanbod vormen de voornaamste oorzaken.

Over het tweede kwartaal daalde de nettowinst veertien procent. Deze teleurstellende maar niet onverwachte cijfers werden vanmorgen in Den Haag bekendgemaakt door de op 1 juli j.l. aangetreden president-directeur van de 'Koninklijke', drs. Maarten van den Bergh. “Het was geen gemakkelijk halfjaar”, erkende Van den Bergh.

Shells omzet daalde over de eerste helft van het jaar met 25 procent tot 48,8 miljard dollar (97,6 miljard gulden). De nettowinst op basis van geschatte actuele kosten daalde over de eerste helft van 1998 met twintig procent tot 3,5 miljard dollar (7 miljard gulden) en met zeventien procent tot 1,6 miljard dollar (3,2 miljard gulden) over het tweede kwartaal. Het rendement op geïnvesteerd vermogen, een belangrijke indicator voor Shell, kwam over de eerste jaarhelft uit op 10,2 procent tegen 11,8 procent over dezelfde periode vorig jaar.

Dat de beoogde 15 procent rendement onhaalbaar blijkt wordt door Van den Bergh toegeschreven aan de extreem lage olieprijzen die momenteel tussen de 12 en 13 dollar per vat schommelen, of zo'n 30 procent lager dan een jaar geleden. Deze prijsdaling is veroorzaakt door afnemende vraag als gevolg van de Azië-crisis en een groeiende productie door de olielanden. “Eén dollar lagere prijs per vat kost onze Groep 400 miljoen dollar nettowinst op jaarbasis”, aldus Van den Bergh.

De vooruitzichten voor de ruwe olieprijzen hangen volgens Van den Bergh af van de succesvolle uitvoering van de op de Opec-vergadering van eind juni overeengekomen additionele productieverlagingen. Als die worden uitgevoerd zullen de voorraden naar verwachting dalen en kunnen de prijzen herstellen. De volumes bij de afdeling chemie stegen, maar het resultaat daalde doordat de afname van de Aziatische regio en een groter aanbod een wereldwijde verslechtering van de marktomstandigheden tot gevolg hadden.

De kasstroom over het tweede kwartaal bedroeg 2,8 miljard dollar (5,6 miljard gulden), twintig procent minder dan een jaar geleden. Per 30 juni 1998 waren de liquide middelen en effecten 4 miljard dollar (8 miljard gulden), ongeveer 35 procent van het niveau van een jaar geleden. De daling over de afgelopen twaalf maanden is hoofdzakelijk het gevolg van hoge investeringen, inclusief acquisities.