Arme landen beschuldigd van dumping; Gebleekte katoen houdt Brussel wakker

Hoe open staat de Europese Unie voor producten uit ontwikkelingslanden? Onlangs is een conflict ontstaan over de import van ongebleekte katoen die op de Europese markt zou worden gedumpt.

BRUSSEL, 6 AUG. Het begon met een klacht van Eurocoton, de in Brussel gevestigde lobby van Europese katoenwevers. China, Indonesië, Egypte, India en Pakistan zouden dumpingpraktijken toepassen bij de export van ongebleekte katoen naar de EU. Nu is het een strijdpunt geworden tussen EU-lidstaten, tussen Europese katoenwevers en katoenhandelaren en tussen de Europese Commissie en de vijf betrokken katoen exporterende landen.

Deze maand is het hele Brusselse circuit van ambtenaren, diplomaten en lobbyisten op vakantie. Maar na een voorzichtig voorproefje in de afgelopen maanden zullen de verschillende ongebleekte-katoen-lobby's elkaar in september in volle hevigheid bestrijden. Want dan is het erop of eronder. De Europese Commissie heeft zeer omstreden maatregelen voorgesteld. De ministers van Economische Zaken van de vijftien EU-lidstaten moeten voor 9 oktober met meerderheid van stemmen besluiten of ze instemmen met het voorstel. Tot de maatregelen die de Commissie wil, behoort het opleggen van een anti-dumpingheffing van gemiddeld twaalf procent op katoen die uit de vijf betrokken landen in de EU wordt ingevoerd.

Alle partijen zeggen dat er veel op het spel staat. Eurocoton waarschuwt dat er banen in de EU verloren gaan als de EU-lidstaten het voorstel van de Commissie verwerpen. EuroCommerce, een lobbyorganisatie van handelaren, voorspelt dat er banen verloren gaan als de EU-lidstaten het voorstel van de Commissie aanvaarden. De zes van dumping beschuldigde landen hebben gezegd dat het voorstel van de Commissie in strijd is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De Commissie zegt op te komen voor de belangen van de EU en van katoenexporterende landen - zoals Bangladesh - die geen dumping toepassen.

Toen vorig jaar Eurocoton een klacht over de dumping indiende, kregen de katoenwevers snel steun van de Franse president Chirac. Bij zijn verkiezingscampagne presenteerde hij zich graag als verdediger van de belangen van de Franse wevers. De redenering is dat als gevolg van de dumping meer weefarbeid in de betrokken katoen exporterende landen gebeurt dan bij verkoop tegen hogere prijzen het geval zou zijn. De dumping zou daarom ten koste gaan van Europese banen. Frankrijk wordt bij deze opstelling gesteund door Italië, Spanje, Portugal en Griekenland.

Oostenrijk heeft zich sinds kort bij deze groep gevoegd, nadat de Commissie een Oostenrijkse wens had ingewilligd die niets met ongebleekte katoen en alles met politiek te maken heeft. Oostenrijk wilde dat Turkije werd verwijderd van de lijst van landen die van dumping beschuldigd worden. Turkije is een zeer kleine katoenexporteur. Voor Oostenrijk is deze zaak echter belangrijk, omdat het hoopt als huidig voorzitter van de EU erin te slagen de relatie met Turkije te verbeteren.

Nederland is net als Groot-Brittannië, Denemarken, Ierland, Zweden, Duitsland en Finland tegenstander van de door de Commissie voorgestelde anti-dumpingmaatregelen. Deze groep landen verklaarde zich in april van dit jaar ook al tegen de voorlopige maatregelen die de Commissie nam, nadat het had vastgesteld dat de betrokken katoen exporterende landen voor lagere prijzen dan op hun binnenlandse markten naar de EU verkochten.

EuroCommerce, de organisatie van handelaars, is blij met de opstelling van deze landen, omdat gevreesd wordt dat de Commissie-maatregelen leiden tot prijsverhoging van katoenproducten in de EU. Dat is onzin, zegt de woordvoerder van Europees commissaris Brittan (Buitenlandse Handel), want de ongebleekte katoen maakt slechts drie procent uit van de totale kostprijs van katoenproducten als kleding en beddengoed. EuroCommerce meent ook dat wevers hun banen niet door goedkope importen kwijtraken, maar als gevolg van automatisering.

De Commissie wil voor een periode van vijf jaar voor ongebleekte katoen uit China een speciale heffing van 10,9 procent opleggen, uit Pakistan van 11,1 procent, uit Indonesië van 13,7 procent, uit India van 16,1 procent en uit Egypte van 18,5 procent. Maar de Commissie heeft daarbij een verzachtende maatregel bedacht. Als deze vijf landen bereid zijn om voor export naar de EU afspraken te maken over quota en hogere minimumprijzen, zouden de anti-dumpingheffingen kunnen zakken tot ongeveer vier procent. De katoen exporterende landen willen echter niet over minimumprijzen praten en de Europese handelaren vrezen dat zo'n systeem een bureaucratische nachtmerrie wordt.

België en Luxemburg zijn de enige EU-lidstaten die tot nu toe bij het overleg op ambtelijk niveau nog geen mening over de zaak hebben gegeven. De opstelling van deze landen kan een verrassing blijven tot de EU-ministers van Economische Zaken bijeenkomen om een definitief oordeel te vellen.