VN-delegatie vertrekt 'tevreden' uit Algerije

Een hoge delegatie van de Verenigde Naties heeft gisteren een bezoek van 13 dagen aan Algerije afgesloten. Ze heeft nu een “duidelijker idee” van de toestand in het door geweld geteisterde land.

ALGIERS, 5 AUG. De Algerijnse regering heeft bij het bezoek van een hoge delegatie van de Verenigde Naties, dat gisteren is afgesloten, een ongekende openheid aan de dag gelegd. De delegatieleden hadden, in tegenstelling tot de Europese trojka die hier in januari van dit jaar een heel kort bezoek bracht, naar eigen zeggen niets te klagen over de geboden bewegingsvrijheid en de toegang tot informatiebronnen. De delegatie, die op uitnodiging van de Algerijnse regering zich dertien dagen grondig en systematisch heeft geïnformeerd naar het politieke geweld en de mensenrechten in het land, brengt morgen een eerste verslag uit aan de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan. Haar definitieve rapport wordt dit najaar verwacht.

De delegatie, geleid door de Portugese ex-president Mario Soares, waarvan onder anderen ook de Franse ex-voorzitter van het Europese Parlement Simone Veil en de Jordaanse ex-premier Abdul Karim al-Kabariti deel uitmaakten, konden ook in afgelegen dorpen in het westen van het land de getroffen bevolking aanhoren. Soms gebeurde dat daags na een bloedbad, zoals in Ain Heli, waar twaalf mensen werden vermoord.

“Er waren helemaal geen problemen wat ons werk betreft”, aldus gisteren ex-premier Kabariti. Alleen het voorgenomen bezoek aan Blida kon niet doorgaan om veiligheidsredenen. Maar, voegde hij eraan toe, “over het algemeen is de veiligheidssituatie er toch veel op verbeterd en ook de democratisering en de economische hervormingen zijn ver doorgevoerd. Let op, dit is mijn persoonlijke visie”, zei hij nog. Vorige week had hij verklaard dat “Algerije alle steun verdient”. Maar hij werd daarvoor prompt teruggefloten door delegatieleider Soares die stelde dat deze bevinding volkomen op het conto van Kabariti geschreven moest worden en dat zijn VN-missie er een is van ”solidariteit met het Algerijnse volk”.

Alle geledingen van de maatschappij, de niet-gouvernementele organisaties, kwamen uitgebreid aan het woord evenals de 'legale oppositie'. Van contacten met het verboden, fundamentalistische Front van Islamitische redding, het FIS, wilde de Algerijnse regering niet horen, maar daarover was een akkoord bereikt met de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan. Toch werden ook de advocaten van de opgesloten leiders van het FIS tot tweemaal toe gehoord. Tot gespannen momenten of incidenten met de Algerijnse overheid is het deze keer niet gekomen.

Ook Soares zei, na een bezoek aan president Zéroual, tevreden te zijn met de verkregen informatie. “Er is ook gepraat met vertegenwoordigers van mensen die in verdachte omstandigheden zijn verdwenen en we hebben een gevangenis bezocht”, aldus Soares. Het ging om de Serkadji-gevangenis in Algiers, waar veel vermeende moslim-extremisten opgesloten zitten en waar twee jaar geleden een opstand in bloed werd gesmoord. De VN-delegatie heeft het gevoelige dossier van de mensenrechten ook bij de generaals, tot in het ministerie van Defensie, aangekaart en dat was tot nog toe een niet te nemen bastion.

Dit internationale onderzoek is vrij onverwachts gekomen, want de Algerijnse leiders hadden tot nog toe zo'n missie als een buitenlandse inmenging in hun interne aangelegenheden van de hand gewezen. Maar de druk op Algerije was groot. Na een reeks uiterst moorddadige slachtpartijen in september vorig jaar in de dorpen Bentalha en Raïs in de Mitidja-vlakte ten zuiden van de hoofdstad, kwam onder andere vanuit Frankrijk de kritiek dat “de Algerijnse bevolking recht heeft op bescherming”. In de Verenigde Staten pleitte president Clinton voor internationaal onderzoek naar het politieke geweld. De druk op de Algerijnse regering is sindsdien alleen toegenomen.

Een paar maanden geleden gaf de regering voor het eerst toe dat er door bepaalde “elementen binnen de veiligheidsdiensten en de Comités voor Zelfverdediging” (dat zijn door het leger bewapende burgermilities) op grote schaal buitensporigheden zijn begaan in de strijd tegen het terrorisme. Die concessie was echter onvoldoende om een eind te maken aan de internationale kritiek en de aantijgingen omtrent mogelijke betrokkenheid van de overheid - of op zijn minst een gebrek aan bereidheid om belaagde dorpen te beschermen. Het gaat daarbij om dorpen, zoals met name in Bentalha en Raïs, die soms vlakbij een legerbasis liggen, zonder dat die troepen evenwel tijdig in actie kwamen om slachtpartijen te voorkomen of te stoppen. En dan zijn er nog de beschuldigingen van Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties over willekeurige arrestaties en verdwijningen en het systematisch gebruik van foltering.

Sjeik Mahfoud Nahnah, de leider van de gematigd fundamentalistische moslimpartij MSP (ex-Hamas) die op een wat recalcitrante manier in de regering zit, boycotte aanvankelijk het werk van de delegatie. Het is een “spionagemissie”, verklaarde hij, maar uiteindelijk ging hij toch in op een uitnodiging. Na afloop zei hij dat “uit de vragen blijkt dat het wel degelijk een onderzoekscommissie” is en dat de verantwoordelijken daarvoor de gevolgen zullen moeten dragen. Nahnah stond niet alleen. Meer dan 200 parlementsleden hebben hun handtekening gezet onder een petitie tegen alle inmenging, “van waar die ook komt”.

De Algerijnse leiders hadden vooraf geëist dat het om een strikt informatieve missie zou gaan en Soares heeft alles gedaan om dat ter plaatse ook zo te houden. “Wij zijn hier om te luisteren, niet om te spreken”, zei hij diplomatiek. De vraag is nu wat er in het rapport zal komen te staan. Over de inhoud is binnen de delegatie nog geen eenstemmigheid. “We hadden niet de tijd om het over de structuur van ons rapport te hebben”, aldus Kabariti. “Iedereen zal zijn impressies en observaties aanbrengen en wij zullen proberen een consensus te bereiken.” Verwacht wordt dat Soares, die hier nu een voet tussen de deur heeft gekregen, een kritische dialoog tussen de VN en Algiers op gang probeert te brengen. De Algerijnse regering heeft gisteren juist zeer negatief gereageerd op een deze week bekendgemaakt rapport over Algerije van de Comissie voor de Mensenrechten van de VN in Genève. Daarin werd opgeroepen tot diepgaand onderzoek naar de rol van leger en politie bij schendingen van de mensenrechten.

In de Algerijnse pers staan na afloop van het bezoek erg uiteenlopende reacties. Krijgen we echt druk vanuit het buitenland? Wordt het Algerijnse drama geïnternationaliseerd, met op zeer lange termijn zelfs de mogelijkheid van een interventie van een internationale troepenmacht? Of wordt alle kritiek juist gestaakt?

“Wij laten ons door al die drukte niet van de wijs brengen. De openheid van de laatste weken is van tijdelijke aard en geldt alleen de delegatie en de pers. En dan nog binnen bepaalde grenzen. Het gaat vooral om een imagoverbetering, een louter kosmetische operatie”, zegt Said, een werkloze veertiger. “Wij kunnen nu beter extra op onze tellen passen want zodra de schijnwerpers worden gedoofd, wordt er hier in het land afgerekend.”