Truckactiviteiten aanloop naar geslaagde fusie met Chrysler; Daimler-Benz op de Amerikaanse toer

Enkele maanden geleden zette Europa's grootste industrieconcern Daimler-Benz de autowereld op zijn kop met de aankondiging van de fusie met Chrysler. Begin dit jaar nam Daimler Sterling over, de halfzware truckdivisie van Ford. Met Sterling wil het Duitse concern het succesverhaal van een andere dochter, Freightliner, herhalen. Volgens topman Jürgen Schrempp verschaffen de Amerikaanse truckactiviteiten zijn bedrijf een voorsprong op de concurrentie.

Op de dag dat Daimler-Benztopman Jürgen Schrempp op bezoek komt zijn de productiemedewerkers van truckfabrikant Sterling uitgedost in smetteloze werkkleding. Het is tenslotte een belangrijke dag voor de 1.200 werknemers van de fabriek in het stadje St.Thomas in de Canadese provincie Ontario, waar op 22 juli officieel de eerste Sterling-vrachtwagen van de band is gelopen. Sterling is de nieuwe benaming voor de divisie halfzware trucks van Ford, die op 1 januari dit jaar door Daimler-Benz is overgenomen. De truckacquisitie is één van de laatste jachttrofeeën van Schrempp, die enkele maanden geleden de autowereld al op zijn kop zette met de aankondiging van de fusie tussen Mercedes-Benz en Chrysler, Amerika's derde autofabrikant. Een akkoord dat aan beide kanten van de oceaan luid is bejubeld en dat een autoconcern oplevert met 420.000 medewerkers dat vorig jaar een gezamenlijke winst realiseerde van bijna 10 miljard gulden op een omzet van 260 miljard.

Schrempp heeft er als topman van Europa's grootste industrieconcern geen problemen mee verschillende petten op te zetten. Hij is, via Daimler-dochter DASA, één van de drijvende krachten achter de vorming van één Europese defensie- en luchtvaartindustrie. En in de auto-industrie heeft Schrempp met zijn Amerikaanse collega Bob Eaton van Chrysler de toon gezet voor de eenentwintigste eeuw, waarin binnen 10 jaar volgens analisten door overcapaciteit (er is wereldwijd nu al een productiecapaciteit van 15 miljoen auto's meer dan de gezamenlijke autoindustrie kan afzetten) twintig van de nu nog veertig onafhankelijke autofabrikanten zullen moeten verdwijnen.

Op zijn minst even opmerkelijk is Schrempps dadendrang in de truckindustrie, een actviteit van Daimler die tot vorig jaar voornamelijk in Europa verliesgevend was. Volgens betrokkenen lag dat niet aan de producten van Daimler, met 422.438 voertuigen 's werelds grootste fabrikant van trucks, bussen en bestelauto's, maar meer aan de bureaucratie die de top van de raad van bestuur van Daimler tot voor kort kenmerkte. Sinds de komst van Schrempp waait in dit college volgens een Daimler-manager “een frisse wind”. Kurt Lauk, van oorsprong een theoloog die dominee wilde worden, is door Schrempp aangesteld als de eerstverantwoordelijke voor de vrachtwagens.

Maar ook Jürgen Schrempp schroomt er niet voor zich in de fabriek in St. Thomas “een trucker” te noemen. Vóór zijn DASA-tijd, waarin hij zijn 'love-baby' Fokker aan zijn lot overliet, was Schrempp al actief in de vrachtwagensector voor Daimler. In 1982 was Schrempp president van de Amerikaanse, aan de vrachtwagenindustrie gelieerde, fabriek Euclid, een honderd procent dochter van Daimler die uiteindelijk werd afgestoten. In 1981 kocht Daimler Freightliner, een Amerikaanse fabrikant van voornamelijk zware trucks boven 16 ton (in de VS aangeduid als klasse 8). Freightliner produceerde als dochter van de Amerikaanse transportreus Consolidated Freightways bij de overname door Daimler in 1981 slechts 10.000 vrachtwagens, maar heeft sindsdien de productie van trucks meer dan verachtvoudigd. Freightliner is in het segment zware trucks met een percentage van 30 procent momenteel marktleider in de VS. Na de toevoeging van Sterling als tweede vrachtwagenmerk naast Freightliner rekent Daimler-Benz voor de toekomst ook in het segment zogeheten heavy-duty trucks van zes tot vijftien ton op een vergelijkbaar marktpercentage in de Verenigde Staten.

“Onze strategie is met Sterling het succesverhaal van Freightliner te herhalen”, zegt Lauk simpel. Maar voor Schrempp zijn de activiteiten in de vrachtwagensector in de VS onderdeel van een groter geheel die moeten uitmonden in zijn finest hour, een geslaagde fusie met Chysler. Niet alleen Freightliner en Sterling worden door Schrempp daarbij als Amerikaanse succesverhalen van Daimler beschouwd, ook de fabriek in Tuscaloosa (Alabama), waar Mercedes-Benz de Mercedes-M-terreinwagen bouwt, beschouwt Schrempp wat dat betreft als de “Amerikaanse expertise van Daimler” die het industrieconcern uit Stuttgart volgens hem een voorsprong geeft op een aantal belangrijke Europese en Japanse concurrenten in de VS.

Jim Hebe, verantwoordelijk voor Freightliner en Sterling in de VS, vertelde het tijdens een bijeenkomst van bedrijfswagenanalisten, nog duidelijker. Volgens hem kunnen de belangrijkste Europese fabrikanten van vrachtwagens in de VS zoals Volvo Truck Corporation en Renault (die in de VS onder de naam Mack opereert) ten opzichte van Mercedes-Benz wel inpakken. Van Schrempp zul je dergelijke opruiende taal niet horen maar hij gaat er toch eens goed voor zitten als Hebe het woord neemt. Schrempp houdt, gezien zijn Amerikaanse bedrijfsachtergrond, wel van die open, agressieve benadering in de VS, waar veel uit Duitsland meegereisde Daimler-managers duidelijk aan moeten wennen. Ook andere cultuurverschillen tussen Stuttgart en Noord-Amerika vallen het Daimler-team dat in Schrempps gevolg meereist op. Hebe nodigt een van zijn belangrijkste klanten uit op het podium. Gerald Detter van Con-way transportation Services, met een omzet van 1,5 miljard dollar een van de grootste wegvervoerders in de VS. Alsof het een reclamespot op de televisie betreft bejubelen beide managers de Sterling-producten. De uit Stuttgart meegereisde Daimler-mensen kijken geboeid toe. “Het is toch fantastisch hoe ze hier hun personeel en belangrijkste klanten bij de producten betrekken”, reageert een Daimler-manager later aan de lunch in St. Thomas. “Daar kunnen ze in Europa nog heel wat van leren.”

Niettemin vormen de truckmarkten in de VS en Europa twee volstrekt gescheiden werelden. Zoals Mercedes-Benz zijn paradepaarden Atego en zware truck Actros niet hoeft aan te bieden in de VS, is het in Europa onmogelijk Freightliner of Sterling te verkopen. Soortgelijke problemen ondervindt het Amerikaanse Paccar,de moeder van de Nederlandse truckfabrikant DAF. De succesvolle zware truck DAF 95 slaat niet aan in de VS, waar Paccar als tweede truckfabrikant na Daimler-Benz vrachtwagens op de markt brengt onder de namen Kenworth en Peterbilt. Andere belangrijke aanbieders in de VS zijn Volvo, Renault (Mack) en Navistar.

De grootste Amerikaanse autofabrikanten General Motors en Ford hebben zich uit de markt van middelzware en zware vrachtauto's teruggetrokken. General Motors verkocht zijn divisie zware trucks onder de naam GMC aan Volvo, Ford deed zijn middelzware truckdivisie over aan Daimler. De belangrijkste fabrikanten van truckmotoren in de VS zijn Cummings, Caterpillar en Detroit Diesel, waar Daimler-Benz een aandeel van twintig procent in heeft.

Met de aankoop van Sterling, met als thuisbasis Willoughby in Ohio, denken Schrempp en Lauk een gouden slag te hebben geslagen. Dit jaar zullen er al 12.000 Sterling-vrachtwagens van de band lopen. In '99 moet die productie al zijn opgevoerd naar 20.000. Met de overname van Sterling heeft Daimler zich bovendien verzekerd van 200 Ford-dealers in Noord-Amerika (waarvan 50 in Canada) die de Sterling-vrachtauto's gaan verkopen.

In totaal behaalde Daimler-Benz vorig jaar in de Verenigde Staten, Canada en Mexico met de verkoop van trucks, bussen en bedrijfswagens een omzet van 5,5 miljard dollar. Wereldwijd verkocht Daimler 422.438 bussen, bestelwagens en trucks, wat een gezamenlijke omzet genereerde van ruim 39 miljard mark. In de eerste helft van dit jaar heeft Freightliner 45.300 trucks verkocht in de VS, waar de markt sterk fluctueert.

Dat het ook in de VS wel eens tegen kan zitten bleek bij Ford dat zijn middelzware truckdivisie in de VS van de hand heeft gedaan aan Daimler omdat het een verliesgevende activiteit was binnen het concern. Daimler-bestuurder Kurt Lauk kan er niet van onder de indruk raken. Sterling (de vroegere Ford-truckdivisie) bouwt naast bussen, ook betonmolens, brandweerwagens en vuilnisauto's voor de gemeentereiniging. “Vaste klanten die goed in hun geld zitten”, zegt Lauk. “Voor Ford was het bouwen van zware vrachtwagens een te kleinschalige activiteit om fors geld te kunnen verdienen. Voor ons sluit Sterling naadloos aan bij de actviteiten van Freightliner.”

Een andere bedreiging voor Mercedes-Benz is dat in Europa Volvo en Volkswagen plannen hebben voor een vergaande alliantie die zelfs kan uitmonden in een fusie. Lauk beweert evenwel dat dit op de vrachtwagenmarkt op korte termijn geen invloed zal hebben. Volkswagen, dat zelf niet over een vrachtwagendivisie beschikt, is vooral geïnteresseerd in de truckactiviteiten van de Zweedse fabrikant. Het concern uit Wolfsburg is bereid daarvoor diep in de buidel te tasten. “Maar geld zal nooit een drijfveer zijn voor Volvo om met Volkswagen te fuseren”, zegt Lauk. “Geld voegt niets toe aan de expertise waarover Volvo in de truckmarkt al in ruime mate beschikt. Als echte vrachtwagenbouwer moet Volkswagen vanaf nul beginnen. Aan zo'n fusiepartner heeft Volvo wat de truckmarkt betreft bitter weinig.”