Tour de France

De strekking van het betoog van Alain Franco 'Nederlandse media gedrogeerd door de Tour', die al jarenlang uitblinkt door de genuanceerde en 'ingeleefde' wijze waarop hij in Le Monde schrijft over Nederland, is juist: de berichtgeving in de Nederlandse media over Frankrijk is - met uitzondering van die van Marc Chavannes in deze krant, vaak stuitend, doordat ze bol staat van de vooroordelen en anti-Franse retoriek.

Franco overdrijft niet (NRC Handelsblad, 3 augustus) en hij is zelfs zo vriendelijk geweest ons de verwijzing naar een zeer opvallende balk in eigen oog - het preventief inrekenen van Eurotop demonstranten - te besparen.

Toch schort er iets aan zijn betoog. Hij heeft namelijk de verkeerde aanleiding gekozen voor zijn terechte aanklacht. Franco wijst erop dat doping verboden is en dat de Franse justitie en politie alleen maar hun werk doen door de wet te handhaven. Maar daar zit juist het probleem! Waarom zou het gebruik van deze middelen door de wet verboden moeten worden?

Dat een renner die op het gebruik van doping betrapt wordt, gediskwalificeerd moet worden, is duidelijk. Dat hij ook de gevangenis inmoet, echter geenszins. Frankrijk is een van de weinige landen, waar niet alleen handel in drugs, maar ook het gebruik ervan strafbaar is. Dat de Nederlandse pers geschokt is omdat landgenoten het slachtoffer worden van de handhaving van deze wetgeving, is niet zo vreemd.