Oostvaardersplassen; 'Waarde van natuurgebied 600 miljoen'

DEN HAAG, 5 AUG. De nationale waarde van het natuurgebied de Oostvaardersplassen in Flevoland bedraagt ten minste 600 miljoen gulden. Dat is per hectare anderhalf keer zoveel als de waarde van landbouwgrond in datzelfde gebied.

Dat blijkt uit een onderzoek naar de economische waarde van natuurgebieden, dat de Stichting voor Economisch Onderzoek (SEO) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) heeft gedaan. Doel van het onderzoek was om economische argumenten voor natuurbehoud te vinden, naast de emotionele argumenten die natuur- en milieuorganisaties vaak aanvoeren. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van een natuurgebied zwaarder weegt dan het feitelijk gebruik ervan. De 750 respondenten, waarvan tweederde afkomstig uit Flevoland, gaven aan dat “de plassen er 'gewoon' moesten zijn”.

Volgens onderzoeker Annette de Groot van de SEO kunnen de conclusies over de Oostvaardersplassen niet klakkeloos als algemeen geldend worden gezien. “Het onderzoek heeft zich specifiek gericht op dit natuurgebied. Maar de variabelen die we gebruikt hebben om de economische waarde te meten, zijn wel op andere gebieden van toepassing”, aldus De Groot.

De totale waarde van een natuurgebied wordt voornamelijk bepaald door aanwezigheid, bereikbaarheid, grootte, rust en inrichting. Die variabelen zijn onderverdeeld in gebruikswaarde (bijvoorbeeld door exploitatie in de vorm van recreatie en excursies) en niet-gebruikswaarde (door de aanwezigheid van huizen en infrastructuur rondom het gebied).

De onderzoekers stellen dat door het ontbreken van een economische waarde voor natuurgebieden vaak “ten onrechte de tegenstelling tussen economisch belang en natuurbelang” wordt opgeroepen. De aandacht voor natuurgebieden neemt de laatste jaren weer af ten koste van de economische argumenten voor infrastructuur en landbouwgebied, aldus de SEO.

Land- en tuinbouworganisatie LTO-Nederland bestrijdt dit. Dit onderzoek is “in eerste instantie interessant”, aldus LTO-woordvoerder J. Luyten. LTO denkt niet dat het een bedreiging vormt voor de landbouw. Luyten: “De laatste jaren groeit de aandacht voor de natuur juist, zowel bij de sector als bij de consument. Er zijn al veel ontwikkelingen gaande die natuur en boerenbedrijf integreren. De economische waarde is niet meer alléén natuur of alléén landbouw, maar een combinatie daarvan.”