Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media wil communicatie vernieuwen; Computers moeten intiemer worden

In 1994 begon de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media in de Amsterdamse Wag met drie medewerkers en een stapel dozen. Nu heeft de Maatschappij 20 medewerkers die werken aan communicatie- vernieuwing. “Veel mensen kunnen zichzelf niet herkennen in nieuwe media.”

Internetsite Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media: http://www.waag.org

AMSTERDAM, 5 AUG. Hordes drentelende toeristen op zoek naar de verderop gelegen Wallen en gehaaste Amsterdammers op weg naar werk, winkel of stamcafé trekken dagelijks voorbij aan het historische monument De Waag. Slechts weinigen van hen zullen weten dat achter de massieve vijftiende-eeuwse muren zich een omvangrijk digitaal innovatiecentrum bevindt. Het naambordje naast de ingang van Nieuwmarkt 2-4 geeft aan dat hier de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media is gevestigd.

Toen Caroline Nevejan, oud-programmeur Politiek en Cultuur van Paradiso, en Marleen Stikker, 'burgermeester' van computernet De Digitale Stad, in 1994 de Maatschappij voor Oude en Nieuwe Media (MONM) oprichtten, bestond de stichting uit henzelf, één medewerker en een stapel dozen. Een jaar later betrokken zij de leegstaande Waag, waar zij een medialab, een conferentiezaal en een café-restaurant huisvestten. In drie jaar tijd is het personeelsbestand uitgebreid met programmeurs, software-designers, projectleiders en een 'artist in residence' tot twintig vaste medewerkers en is de stichting uitgegroeid tot een brandpunt van de Nederlandse communicatievernieuwing.

“Ons werk is uniek omdat wij niet vanuit de industrie maar vanuit kunst en cultuur naar de ontwikkelingen in de communicatietechnologie kijken”, vindt Stikker. Haar collega voegt hier aan toe: “Samen met een steeds wisselende groep partners uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de medische wereld onderzoeken wij hoe oude en nieuwe media een rol kunnen spelen voor zoveel mogelijk mensen op een zo breed mogelijk gebied.” Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is het nieuwste project van de MONM, genaamd Demi Dubbels Teletijdmachine, een Internet-project in het kader van kunstonderwijs voor lagere scholen. De leerlingen worden ondergedompeld in een realistisch en gedetailleerd weergegeven digitaal labyrint met de opdracht Demi Dubbel op te sporen. Zij is een verwaande dame van middelbare leeftijd die de ambitie koestert het ultieme schildersmodel te worden. Met haar teletijdmachine reist ze naar de ateliers van onder andere Picasso, Da Vinci, Warhol en Breughel om daar het originele model te verjagen en zichzelf aan de historische meesters op te dringen.

Omdat de leerlingen van de scholen over verschillende stukken informatie beschikken, moeten ze elkaar in specifieke ruimtes binnen de virtuele wereld opzoeken om te overleggen en het raadsel op te lossen. Onderweg krijgen ze opdrachten uit te voeren zoals het ontwerpen van een hijskraan in het atelier van Leonardo da Vinci en het maken van een collage met de Mona Lisa en Brueghels Toren van Babel. Opdrachten en informatie over onderlinge samenwerking en de afgelegde weg worden opgeslagen in een digitaal logboek. Ter afsluiting van het project ontmoeten de leerlingen elkaar in levenden lijve zodat hun onderlinge contact via het scherm een vervolg krijgt.

In het project doen de kinderen niet alleen kennis op over kunst en wetenschap maar leren zij ook spelenderwijs om te gaan met computers. “De ontwikkeling van Demi Dubbel dwong ons te bedenken hoe je ook al weer iets leert”, zegt Stikker. “Zoiets is veel te complex voor een bedrijf als IBM of Microsoft dat alleen maar toepassingen kan maken voor gebruikers die al bekend zijn met nieuwe media.” Nevejan: “Bovendien brengen we met dit project de werelden van binnen en buiten de school samen. Klassieke schoolboeken en videogames versmelten en vormen een nieuw geheel.”

Dat een dergelijke versmelting van oude en nieuwe media niet alleen een meerwaarde toevoegt aan informatievoorziening en educatie, maar ook esthetisch aantrekkelijk kan zijn bewezen de ontwerpers van de MONM in oktober 1996 met hun ontwerp voor een elektronische leestafel, die in 1997 beloond werd met de Designprijs Rotterdam. De Leestafel voor Oude en Nieuwe Media, die nu in het restaurant van de Waag staat, is deels meubel en deels computer. Naast de traditionele kranten en tijdschriften biedt de tafel via een viertal schermen een eenvoudig en gebruikersvriendelijk menu voor het digitaal bladeren langs nieuwsgroepen en internetsites. Om de overstap van oude naar nieuwe media nog soepeler te maken zijn er in de interfaces herkenbare bewegingen uit de 'gewone wereld' verwerkt zoals het omslaan van een bladzijde en draaiende persrollen in het nieuwsgedeelte.

“Veel mensen kunnen zichzelf niet herkennen in nieuwe media. De programma's zijn te onpersoonlijk en abstract voor ze om er effectief mee te kunnencommuniceren”, zegt Stikker. “Media moeten zintuiglijker worden”, beaamt Nevejan. “Je moet niet in het scherm opgesloten zitten want dat maakt communicatie één-dimensionaal en saai. Het is nu vaak alsof je geamputeerd rondloopt in de digitale omgeving.” De MONM ontwikkelt technieken en toepassingen om interactie via nieuwe media aantrekkelijker en levendiger te maken. Op Valentijnsdag van dit jaar kon in De Waag virtueel gezoend worden met bezoekers van Paradiso. Cupido's liepen rond met camera's om de gewenste partner te vinden. De door hen opgenomen beelden werden door Video-Jays op beide locaties gemixed en vertoond.

Dit 'virtual kissing' project is illustratief voor de pogingen van de MONM om digitale interactie intiemer en directer te maken. Het artistieke aspect is hierbij onontbeerlijk. Stikker: “Mensen hechten over het algemeen veel waarde aan het uiterlijk van hun omgeving. De schoonheid van een kerk of een museum wordt door velen gezien als een verrijking van de levenskwaliteit. Waarom zouden ze dan op het gebied van zo iets essentieels als communicatie genoegen nemen met de grijze, grauwe ontwerpen die ze nu voorgeschoteld krijgen?”