In verwachting

Het zat erin. Ze komt haar la niet meer uit. Het is stil in huis. Ze zwijgt als het graf. Soms jaagt ze me de stuipen op het lijf. Het is een korte explosie van vrolijkheid: de onbedaarlijke schaterlach van mijn vriendin galmt levensecht door de kamer. Uit de bureaula. Daarna is het weer stil. Ik maak me ongerust.

De papegaai heeft nu een hele week lang zwijgend in het bureau gezeten. Ik had vrij. We hadden samen leuke dingen kunnen doen. Maar niks. Ze komt alleen uit het bureau om te eten. Dan mompelt ze nog wat en haast zich op haar kromme poten onder mijn stoel door terug naar het bureau. Ze wil zelfs niet vrijen.

Mijn smeekbeden blijven onbeantwoord. Ik heb in die week op mijn knieën gelegen voor de halfopen la en ik heb haar geroepen. Maar niks, geen sjoege. Ik kan net haar koppie zien. Dan kijken we elkaar aan. Ze wacht daar in die la tot we weer terug gaan naar mijn vriendin. Want daar is het leuk.

Het enige geluid dat ze nog maakt is die uitbundige schaterlach. En dat stomme gemompel als ze gaat eten.

Vroeger maakten we samen muziek. Dat was gezellig. Ze zong als een dronken man. Ze liep graag over het toetsenbord van de synthesizer. Ze kon ongewild de samba aanzetten. En mooi fluiten kon ze, maar nu niks meer. Zelfs onze oude opname van de Whistling Blues, haar stokoude lievelingsnummer, door ons samen gefloten, hoort ze zwijgend en onzichtbaar aan. Geen sjoege uit de la. Dat is ongehoord.

Ik ben ten einde raad. Mijn gitaar gepakt en 'De uil zat in de olmen' nog geprobeerd, ik was wanhopig. Maar het 'joehoe, joehoe!' - haar partij - wou niet komen. Ze komt niet tevoorschijn.

Heel even reageerde ze op een coloratuursopraan op de radio, dat gaf hoop, maar de opleving was van korte duur. Zou ze depressief zijn? Of ziek?

Kunnen vogels tegen prozac?

'Ze kan altijd komen logeren', zegt mijn vriendin. Ja, en ik dan? Zit ik hier in mijn eentje. Je mist je aanspraak. In je eentje eten is niet gezellig. En dan te weten dat die twee daar samen de grootste pret hebben met de plastic kerstman. Dat is onverteerbaar.

Jazeker, ik ben jaloers. Mag ik? Dertig jaar lang was er helemaal niets aan de hand. We waren samen. Nooit een onvertogen woord. (Nou ja, in je herinnering ga je idealiseren.) Nu is alles voorbij. De eenzaamheid vreet aan je. Een man alleen is niks, lees ik bij Carmiggelt, die gaat lopen rommelen.

'Jij kan ook altijd komen logeren', zegt mijn vriendin.

Ten einde raad vis ik de vogel met geweld uit de la en breng haar naar het logeeradres. Meteen leeft ze op. Ze wandelt vief door de kamer, schatert vrolijk naar mijn vriendin en parkeert zichzelf onder het bed bij de vuurrode kerstman in het kistje met papiersnippers en wc-rollen. Zie je wel, denk ik, ze is liever hier dan bij mij.

De volgende dag belt mijn vriendin op: 'Ik moet je iets vertellen...'

Ik wacht.

'Ze heeft een ei gelegd, de schat!'

Dat was het. Een ei. Ik had het kunnen weten. Ze moest bevallen!

Maar het verhaal is niet uit. Er komt meer: 'Ze heeft het ei van haar stokje laten vallen toen ze in de kooi zat. Ik was niet thuis. Er zit een deukje in...'

Zulke dingen gebeuren als je maar eens in de vijf jaar bevalt van een onbevrucht ei.

'Gooi maar weg', zei ik.

Had ik dat maar niet gezegd.

De vogel was ontredderd. Ze wilde niet meer onder het bed vandaan komen. Toen mijn vriendin haar in de kooi zette, begon ze alle veren uit haar mooie rode staart te trekken. Waar het gedeukte ei had gelegen, was nu een kerkhof van rode veren.

Ze miste haar ei.

Mijn vriendin had een voorstel: 'Jij hebt nog een oud ei van haar bewaard', zei ze, 'zal ik dat onder het bed leggen?'

'Niet doen', zei ik, 'het gaat wel over.'

Dat was niet zo. Het werd erger. Ze trok nu ook al slagpennen uit haar vleugel. Ze werd kaal. Daarom haalde ik bakzeil. Ze wilde haar ei terug.

Het stokoude ei kwam uit de kast en ging onder het bed in het wijnkistje met papiersnippers.

Dat hielp. Ze zat heel tevreden bij haar ei onder het bed.

Na een week was het genoeg. Ze had er geen belangstelling meer voor. Het ei kon terug in de kast.

We gaan weer fluitend door het leven.