In de vesting Colombo begint het te gisten

Gisteren riep de regering van Sri Lanka in het hele land de noodtoestand uit. De bevolking van het eiland krijgt zo langzamerhand genoeg van de burgeroorlog en de vrijheidsbeperkingen die daarmee gepaard gaan.

COLOMBO, 5 AUG. Met ingehouden woede wijst Arjun Jayasena op de lange rijen vaten met zand, de controleposten en de wegversperringen in een vrijwel lege straat, midden in het centrum van Colombo. “Vroeger barstte het hier van de mensen”, zegt Jayasena, horlogemaker in een klein kraampje langs de weg. “Nu, met al die troepen en afzettingen in Colombo, valt er niets meer te verdienen. Winkelende mensen en toeristen blijven overal weg. En dat terwijl de prijzen van rijst en suiker dagelijks stijgen.”

Langzaam groeien de onrust en het ongeduld onder de bevolking van de Srilankaanse hoofdstad, die al voor het uitroepen van de noodtoestand veel weg had van een vesting. De drie oude Hollandse kanonnen op het havenhoofd van Colombo staan in bijna aandoenlijk contrast met de tientallen wachttorens en militaire verschansingen er vlak achter. Veel straten in het centrum zijn volstrekt ontoegankelijk gemaakt, uit angst voor aanslagen van de Tamil Tijgers, de afscheidingsbeweging die al sinds 1983 in het noorden en oosten vecht voor een eigen staat.

De controle in Colombo is nog verscherpt sinds president Chandrika Kumaratunga gisteren de noodtoestand voor het hele eiland uitriep. Vanochtend werd bekend dat zij de provinciale verkiezingen, gepland voor 28 augustus, tot nader datum heeft uitgesteld. De officiële reden is dat de regering geen fronttroepen kan vrijmaken die de veiligheid van de kiezers kunnen waarborgen. Omdat op Sri Lanka wel in hachelijker omstandigheden verkiezingen zijn gehouden - aan het begin van dit jaar waren er nog lokale verkiezingen in Jaffna, een Tamil-bolwerk dat nu wordt gecontroleerd door het regeringsleger - gaan waarnemers ervan uit dat de president op dit moment geen politieke nederlaag voor haar Volksalliantie kan gebruiken.

“Dit is niet goed voor de democratie”, zegt Sajith Perera, een middenstander aan Galle Road, een drukke weg in Colombo. “De bevolking moet de kans krijgen om op een andere partij te stemmen.” Bijvoorbeeld op de UNP, de grootste oppositiepartij die steeds meer aanhang lijkt te winnen. Dat de noodtoestand was uitgeroepen, wisten veel mensen nog niet vanochtend. Landelijke kranten brachten het nieuws vandaag in één regel op hun voorpagina's, zonder enige uitleg of toelichting. Sinds twee maanden geldt een militaire censuur voor de media.

Hoewel van rellen of demonstraties in Colombo nog geen sprake is, was het gisteren in andere delen van Sri Lanka onrustig - ná het uitroepen van de noodtoestand. In en rond rond de zuidelijke havenstad Galle braken rellen uit en werden aanslagen gepleegd op een elektriciteitscentrale en enkele overheidsinstellingen. “Ook binnen de regeringspartijen bestaan grote twijfels over het uitstellen van de verkiezingen en het uitroepen van de noodtoestand”, zegt een parlementariër, die anoniem wil blijven. “De president is bang voor een verkiezingsnederlaag.” Algemeen wordt aangenomen dat zij pas na een militaire overwinning verkiezingen zal uitschrijven.

De coalitieregering van president Kumaratunga, sinds 1994 aan het bewind, lijkt daarmee steeds meer het slachtoffer te worden van de aanhoudende burgeroorlog tussen de Tamil Tijgers en het regeringsleger in het noorden van het eiland. Een groot militaire offensief dat vorig jaar werd geopend met het doel de Tijgers definitief te verslaan, lijkt ruim een jaar later te zijn uitgelopen op een mislukking, al houdt Kumaratunga vol dat de overwinning voor het grijpen ligt. Dat zij niet helemaal zeker van haar zaak is, bleek toen zij de Tamil Tijgers deze week onverwacht aanbood via een bemiddelaar te onderhandelen over vrede. De stap werd in de Srilankaanse media verklaard uit het groeiende ongeduld bij de president over de prestaties van haar leger in de jungles van Wanni, het oorlogsgebied ten zuiden van het schiereiland Jaffna, waar de Tamil Tijgers zich hebben verschanst. Al maandenlang leveren het leger en de Tijgers de bloedigste veldslag uit de geschiedenis rond de stad Mankulam. Eén van Kumaratunga's beloften in 1994 was snel een einde te maken aan de burgeroorlog.

Intussen is de Srilankaanse economie in het slop geraakt door de crisis in Zuidoost-Azië, het wegblijven van toeristen en de oorlogsbelasting die de Srilankanen betalen over vrijwel alle goederen en diensten. Prijzen van levensmiddelen zijn de laatste maanden snel gestegen en de werkloosheid groeit met de dag. Door de voortslepende oorlog en de groeiende ontevredenheid onder de bevolking is de “Volksalliantie na een regeringstermijn van vier jaar op een keerpunt aangekomen”, schreef de landelijke krant The Island vanochtend in een commentaar.

Een andere bron van zorg voor de regering van president Kumaratunga vormen de verhalen over massagraven op het schiereiland Jaffna, waar volgens de verklaringen van een Singalese soldaat de lichamen van zo'n zeshonderd vermoorde Tamils zouden zijn begraven door het regeringsleger. Amnesty International meldde vorig jaar al dat in Jaffna zeshonderd mensen waren 'verdwenen' nadat het regeringsleger het schiereiland eind 1995 veroverde op de Tamil Tijgers. De regering heeft toegezegd de zaak te zullen onderzoeken.