Hoogleraar kritiseert weergave van officier; Heertje: ik sprak met justitie over beursfraude

Was professor Arnold Heertje nou wel of geen tipgever in het beursfraudeschandaal? Heertje heeft er nooit op in willen gaan, maar nu er vertrouwelijke stukken uit het justitiedossier boven water komen, vertelt hij zijn verhaal.

NAARDEN, 5 AUG. “Dit verbaast mij zeer.” Professor dr. Arnold Heertje is 'not amused' als hij wordt geconfronteerd met twee A4'tjes, ondertekend door de Amsterdamse officier van justitie mr. H. de Graaff, de leider van het beursfraude-onderzoek. Het gaat om het verslag van een gesprek dat De Graaff op 18 augustus 1997 met een anonieme getuige heeft gevoerd. Onderwerp: de gang van zaken binnen het effectenhuis Leemhuis en Van Loon, één van de bedrijven die later in de beursfraudezaak in opspraak zou komen en zelfs ten onder zou gaan.

Die anonieme getuige is, zo bevestigt hij, Arnold Heertje. Maar het verslag ziet hij nu pas voor het eerst en dat is, zo benadrukt hij, “geen weergave van het gesprek zoals dat destijds gevoerd is. Er worden suggesties in gewekt die onjuist zijn. Bovendien heb ik met De Graaff afgesproken dat mijn antwoorden niet op papier zouden worden gezet en zeker niet in een dossier terecht zouden komen.”

Terug naar eind oktober vorig jaar. Nederland wordt opgeschrikt door wat al snel 'de beursfraude' zal gaan heten. Tientallen mensen worden opgepakt en op diverse adressen vinden huiszoekingen plaats. In de mediahype die volgt duikt al snel de naam van Heertje op, in de rol van tipgever. De hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam zou 'Operatie Clickfonds' aan het rollen hebben gebracht. Heertje zelf wilde destijds niet op de zaak ingaan. In het televisieprogramma 'Buitenhof' houdt hij stijf de kaken op elkaar en sindsdien luwt de zaak rondom zijn persoon langzaam maar zeker.

Tot deze week, als NRC Handelsblad inzage krijgt in een gedeelte van het justitiële dossier van 'Operatie Clickfonds'. Daaruit blijkt dat Heertje een verklaring over Leemhuis en Van Loon heeft afgelegd, het bedrijf waar hij tot eind '95 adviseur was en waar zijn “goede kennis” Han Vermeulen een directeurspositie bekleedde. In het verslag, dat niet door Heertje ondertekend is, komt met name een aantal interessante wetenswaardigheden aan de orde over een van de mededirecteuren van Vermeulen, Ad v.d. R., die overigens op slechte voet stond met Vermeulen. Deze Van der R. zou handelen met voorkennis en voor zichzelf posities innemen. Bovendien zou hij beschikken over een zwarte bankrekening in Zwitserland van “4 à 5 miljoen gulden”, zo is te lezen.

Een andere verdachte, D. van R., verbonden aan de bank Cantrade en vermogensbeheerder Experta, zou regelmatig met contant geld tussen Zwitserland en Nederland op en neer rijden. Ook wordt gemeld dat De Generale Bank in juni 1997 belangstelling had voor Leemhuis en Van Loon, maar dat er “via De Nederlandsche Bank een signaal is uitgegaan dat er iets niet in orde zou zijn. Eén van de directeuren zou fiscaal in opspraak zijn geraakt.”

Overigens zijn verderop in het dossier gegevens te lezen van de huiszoeking die er op 24 oktober 1997 bij Van der R. heeft plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat Van der R. inderdaad over een rekening bij de Zwitserse Cantrade Bank in Zürich (nummer 318703) beschikte.

Voor Heertje is het geen verrassing. “Vanuit mijn adviseurschap bij Leemhuis en Van Loon was ik natuurlijk goed op de hoogte van wat zich binnen het bedrijf afspeelde. Ik was daar bezorgd over. Sterker nog: de handel en wandel van Van der R. waren voor mij de werkelijke reden om mijn adviseurschap neer te leggen. Veel later werd ik door De Graaff benaderd om eens te komen praten. Daar heb ik natuurlijk gehoor aan gegeven en toen heb ik deze zaken verteld. Ik zie dat als mijn plicht.” Maar waarom is hij dan niet meteen na zijn vertrek bij Leemhuis en Van Loon naar justitie gelopen?

Pagina 15: Heertje beticht justitie van wekken onjuiste suggesties

“Dat was me een stap te ver, mijn vermoedens waren op dat moment nog te onzeker.”

Zou het niet zo kunnen zijn dat De Graaff niet zozeer geïnteresseerd was in Van der R., maar in zijn mededirecteur Vermeulen, immers een goede kennis van Heertje?

“Wat mij wel opviel”, zegt Heertje nu, “is dat De Graaff plotseling Vermeulen ter sprake bracht. Ik wist helemaal niets belastends over hem, dus heb er ook niets over gezegd. Maar in dit verslag wordt de suggestie gewekt alsof ook Vermeulen de praktijken van Van der R. hanteerde, maar daar is mij niets van gebleken. Daarom had ik dit stuk ook nooit getekend als ik het ter inzage had gehad.”

Overigens verschijnt Heertje in het dossier nog een keer ten tonele. Als er een aantal coderekeningen worden ontdekt, blijkt achter de naam 'Rocca' een marktkoopman schuil te gaan. Bij het verhoor door de FIOD is Heertje aanwezig, zo blijkt uit het proces verbaal.

Heertje schetst het geval als “een volstrekt onbeduidende zaak. Ik kende deze man oppervlakkig. Hij is, na afloop van een lezing die ik hield voor de Liberaal Joodse Gemeente, naar mij toegekomen en heeft mij zijn probleem toevertrouwd. Hij was marktkoopman, heeft zijn zaak verkocht en wilde het geld buiten de fiscus houden. Later bleek dat via een coderekening te zijn gebeurd die Han Vermeulen beheerde. Ik heb hem toen het enige juiste advies gegeven: alles opbiechten en het geld wit maken. Dat bleek trouwens niet zo makkelijk, want van zijn kapitaal was weinig meer over. Op een of andere manier is dat nogal ongelukkig belegd, maar daar weet ik inhoudelijk niets van. Ik heb die man, die ziek en oorlogsslachtoffer is, alleen maar een kleine dienst verleend door hem bij te staan.”

Toch roept de hele gang van zaken de vraag op of Heertje, als adviseur van Leemhuis en Van Loon, niet ook op de hoogte was van allerlei andere zaken die in 'Operatie Clickfonds' inmiddels aan de orde zijn gekomen.

Wat wist hij bijvoorbeeld van de coderekeningen, van de belastingontduikers of van het web aan rechtspersonen rondom de andere hoofdverdachten? “Niets, helemaal niets” zegt Heertje stellig. “ik heb al deze zaken via de publiciteit vernomen. Verder wacht ik met belangstelling af hoe hard justitie dit dossier krijgt. Mijn indruk is dat er een geweldig gebrek aan expertise bij justitie is over de gang van zaken op de beurs. Die 'Operatie Clickfonds' heeft tot nu toe veel reputaties gekost. Heel Leemhuis en Van Loon is bijvoorbeeld naar de knoppen gegaan. Je moet toch niet denken aan de schadeclaims als dat allemaal uiteindelijk niet hard gemaakt kan worden.”

Voor hem is de zaak nu over en uit: “Het is bedenkelijk dat die stukken allemaal op straat liggen, maar ik weiger in de rol van tipgever over de beursfraude geduwd te worden. Men was tenslotte al heel lang met die zaak bezig voordat ik op bezoek ging bij De Graaff. Het enige dat ik gedaan heb is in een zeker stadium wat vragen van een officier beantwoord. Ik moet de weergave van dat gesprek, wat vorm en inhoud betreft, voor de verantwoordelijkheid van de officier laten.”Het Openbaar Ministerie in Amsterdam kon, wegens vakantie van De Graaff, vandaag geen commentaar geven.