Het carrousel

NEW YORK - In de Middeleeuwen werden vrouwen van wie vermoed werd dat ze heksen waren, aan de waterproef onderworpen. Er werd een commissie van wetenschappers gevormd. De deskundigen zagen erop toe dat de verdachte op de juiste manier in het water werd gegooid. Bleef ze drijven, dan was ze een heks en werd ze verbrand.

Als ze zonk was alles in orde, maar intussen was ze verdronken. Als volslagen leek heb ik voor het wetenschappelijk kunnen dat aan het DNA-onderzoek ten grondslag ligt, een respect dat grenst aan geloof; misschien is het een geloof. Maar de sfeer waarin het onderzoek naar de vlekken op de cocktailjurk van Monica Lewinsky zich voltrekt, de plechtige geheimzinnigheid, de amechtige begerigheid, de speculatie over de gevolgen van uitslag A of uitslag B - dat alles doet sterk aan een heksenproef denken.

Een zaak als deze wordt tot een zich zelfstandig voortzettende gebeurtenis. De verwikkelingen zijn niet te stuiten, er raken steeds meer mensen bij betrokken, in dit zelfstandig geheel krijgen regels en maatstaven een nieuwe uitleg, de kritische buitenwereld laat zich meeslepen of overheersen. En dan, nog vrij plotseling is het zo ver: dit zelfstandig carrousel heeft de macht overgenomen. Van geïsoleerde voorstelling is het tot nationale politiek van de hoogste orde geworden. Zo is het met de commissie voor on-Amerikaanse activiteiten van senator Joseph McCarthy gegaan, met Watergate, het Iran-Contrasschandaal, en nu deze affaire, van Whitewater tot Monica Lewinsky. Het carrousel kan niet meer worden gestopt, en alles wat daarbuiten gebeurt is van lagere orde. Als je niet beter zou weten zou je denken dat de president van de Verenigde Staten Kenneth Starr heet.

Van het vroegste begin af, toen Whitewater aan de orde kwam, draait alles om de vraag of de president op zijn woord kan worden geloofd. Al meer dan vier jaar probeert Kenneth Starr, de onafhankelijke aanklager, te bewijzen dat dit niet het geval is. Tot dusver vruchteloos. Met de zaak Lewinsky is misschien het keerpunt bereikt. De vraag is tegelijkertijd eenvoudiger en ingewikkelder geworden. Hebben ze het gedaan? Nee? Dat zal dan blijken uit de heksenproef, en een dag daarna is het carrousel tot stilstand gekomen en iedereen vraagt zich af hoe het mogelijk was dat zoveel mensen zich hebben laten meesleuren. Ja? Dan is het de vraag hoe de president zich eruit moet redden. Alles opbiechten en spijt betuigen. In dat geval zal men zich afvragen hoe erg het is dat hij eerst heeft gelogen. The New Yorker heeft al een leugenschaal ontworpen, van overdrijving, via halve waarheid en leugentje om bestwil tot meineed. We weten nog niet hoe hoog de president zou scoren. Maar de aandrang uit het publiek om op te biechten wordt sterker. Gesteld nu - onwetenschappelijk - dat de heksenproef geen duidelijke uitslag heeft (de jurk is, volgens sommige berichten al in de was geweest, hoewel dat volgens de deskundigen geen verschil maakt), dan kan daaruit voor Clinton toch een situatie ontstaan waarin het voor hem politiek verstandiger is op te biechten wat hij niet heeft gedaan. Dat lijkt al te absurd, maar binnen het carrousel gelden nu eenmaal andere maatstaven dan in de gewone wereld. Niets valt op dit ogenblik te voorspellen.

Commentaren van verstandige mensen die zich niet door het carrousel hebben laten meeslepen, zijn schaars. Een rechtsgeleerde, Jeffrey Rosen, stelt vast dat een president hierna niemand meer kan vertrouwen: niet zijn lijfwachten, noch zijn beste vrienden en raadslieden, want iedereen kan door een speciale aanklager worden opgeroepen om tegen hem te getuigen. Dat het in deze zaak eerst ging om een transactie waarvan beweerd werd dat die niet door de beugel kon, en daarna om ook alweer een beweerde verhouding, doet niet ter zake. Starr heeft in zijn methoden wel iets van McCarthy: iedere zaak, van welke inhoud of merites ook, is goed als daarmee de tegenstander wordt geschaad. De door Starr geschapen precedenten beperken de ruimte die Clinton en zijn opvolgers zullen hebben als het om kwesties gaat die diep en onschendbaar vertrouwen eisen. De vooronderstelling is dat het presidentschap tot in de nerven en in alle opzichten openbaar hoort te zijn, en iedere seconde moreel smetteloos. Wie ieder ogenblik kan worden opgeroepen om te vertellen of hij wel aan alle eisen heeft voldaan, kan niet regeren.

In een vlijmscherp artikel in The New York Times vat de historicus Arthur Schlesinger jr. het drama samen. Senator Barney Frank volgend, vergelijkt hij Starr met kapitein Ahab die Moby Dick, de witte walvis zal vernietigen. Het is nog vleiend voor Clinton en Starr. Het fanatieke gespit in minuscule zaken die tot het persoonlijkste van het leven horen, het gepruts in de details, is vernederend voor iedereen, een treurig gesukkel en meer niet. 'Genoeg is genoeg', besluit Schlesinger. Was dat maar waar. Het wachten is op de uitslag van de heksenproef.

Misschien is het een kwestie van smaak, en bovendien van generaties. McCarthy beleefde zijn triomfen in de strijd tegen het binnenlandse communisme of wat hij daarvoor aanzag. Nixon liet bij zijn politieke tegenstanders inbreken. Er zat in ieder geval nog een politiek belang achter, al viel dat voor een gewoon mens niet meer te begrijpen. In het Iran-Contrasschandaal is met grote moeite uit alle verwarring nog wel een politiek motief te destilleren, hoe bizar men de intriges dan ook heeft geweven. Bij de Lewinsky-affaire staakt het verstand.

In de bioscopen draait Saving Private Ryan, de film 'die laat zien hoe de Invasie werkelijk was'. Russell Baker, de minzame columnist van The New York Times - hij moet nu achterin de zeventig zijn - herinnert zich Franklin Roosevelt. 'Deze generatie heeft een afspraak met het noodlot', zei de grote president. 'En deze', vraagt Russell Baker zich af. 'Met Linda Tripp? Monica Lewinsky?'