Geruchten over massagraf; Servië streeft vernietiging van UÇK na

PRIŠTINA, 5 AUG. Servische troepen zijn gisteren in de aanval gegaan in het Drenica-gebied, het hartland van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. De Servische premier Mirko Marjanovic zei dat Servië in Kosovo “het terrorisme beslissend en compromisloos blijft bestrijden”.

“Wij zullen deze veldslag winnen. Dat is ons recht en onze plicht. Dat eist de grote meerderheid van onze burgers van ons, los van hun politieke inzichten”, zei Marjanovic gisteren. Afgelopen donderdag verzekerde de Joegoslavische president Miloševic een troïka van Europese diplomaten nog dat het Servische offensief in Kosovo voorbij was.

De Volksbeweging voor Kosovo, een partij die nauw met het UÇK is verbonden, verweet gisteren Europa medeplichtigheid aan het Servische offensief. “Met hun zwijgen assisteren Europese politici het Servische geweld tegen Kosovo.” Bij de aanvang van het Servische offensief werd vorige week nauwelijks protest gehoord. Anonieme Westerse diplomaten zeiden te hopen dat het UÇK na een nederlaag enige bereidheid tot compromissen aan de dag zou leggen. Maar inmiddels lijken de Serviërs de gelegenheid aan te grijpen om te proberen het UÇK geheel uit te schakelen.

Servische troepen veroverden gisteren opnieuw enkele bastions van het UÇK. In het Drenica-gebied werd het dorp Lausa ingenomen en in brand gestoken. Bij de Albanese grens zouden de versterkte dorpen Smonica en Jablanica in Servische handen zijn gevallen. Bij de grens met Albanië werden volgens Servische bronnen acht Albanezen gedood die op muilezels trachtten Kosovo binnen te trekken. De 40-jarige luitenant-kolonel Nuri Shalap Muhamed uit Irak zou tot dertig dagen celstraf zijn veroordeeld omdat hij vanuit Bulgarije illegaal Kosovo probeerde binnen te komen om het UÇK bij te staan.

Journalisten zagen gisteren dikke rookwolken opstijgen uit de vallei van Lausa. Volgens vluchtende inwoners steken Servische troepen stelselmatig boerderijen en akkers in brand. Internationale hulpverleners hebben ook elders in Centraal-Kosovo een patroon van plundering, brandschatting en terreurbeschietingen waargenomen. De Amerikaanse speciaal gezant Christopher Hill zag gisteren tijdens een rondrit in Centraal-Kosovo huizen in brand staan zonder dat er in de omgeving gevochten werd.

Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) schat dat deze week 70.000 Albanezen op de vlucht zijn geslagen voor het Servische geweld. Daarmee zou het aantal vluchtelingen en ontheemden in Kosovo op ongeveer 220.000 mensen komen. De meesten verschuilen zich in de bossen en overleven daar soms op een dieet van water en groene pepers. Medewerkers van het WFP leverden het afgelopen weekeinde voedsel aan 3.000 Albanezen die zich in de bossen bij het plaatsje Crnovrane verscholen. Hulpverleners waarschuwen voor het uitbreken van epidemieën.

Een Westerse diplomaat die gisteren de stad Orahovac bezocht, zegt geen aanwijzing te hebben dat er zich bij deze stad massagraven bevinden. Een correspondent van de Weense krant Die Presse en de Berlijnse Tageszeitung schrijft vandaag dat Servische antiterroristische eenheden (SAJ) 567 Albanezen, onder wie 430 kinderen, hebben afgeslacht en in massagraven gedumpt nadat ze op 18 juli Orahovac op het UÇK heroverden. De massagraven zouden zich bevinden bij een vuilnisbelt in het zuiden van de stad. De correspondent beroept zich echter op onduidelijke bronnen. Servische bronnen erkennen dat bij Orahovac een aantal lijken is begraven toen niemand ze kwam opeisen. Diplomaten van de EU beloofden vandaag de geruchten te onderzoeken. (AFP, AP, Reuters)