Financiële afgrond

DE BODEM VAN de geldkist van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) is in zicht. Als het IMF, het laatste vangnet van landen voor de financiële afgrond, niet op korte termijn de beschikking krijgt over meer middelen, komt het Fonds zelf in financiële moeilijkheden. Extra geld is nodig nu de internationale financiële dominostenen maar blijven omvallen. De crisis, die ruim een jaar geleden begon, is nog steeds niet gestopt en het zal hoe dan ook nog een tijd duren voordat de getroffen economieën weer op orde zijn. Talrijke landen hebben leningen van het IMF gekregen op voorwaarde van harde beleidsaanpassingen. Maar het doel, herstel van vertrouwen, stabilisatie van de munt en een bodem in de economische neergang, is nergens bereikt. Nieuwe golven van internationale financiële destabilisatie - en daarmee van sociaal-economische en politieke onrust - dreigen.

Vorige maand heeft het IMF een greep gedaan in een fonds voor noodgevallen dat in twintig jaar niet meer was gebruikt. Ruim de helft van de 11,2 miljard dollar die het IMF in juli aan Rusland heeft toegekend, komt uit deze reservepot, die eind jaren zestig werd aangelegd voor het geval zich in een van de industrielanden een financiële crisis zou voordoen. Dat noodfonds is nu voor eenderde van zijn reserves geplunderd.

De liquiditeitsquote van het IMF, de omvang van de direct beschikbare financiële middelen, bevindt zich op een laagtepunt. Tegelijkertijd is de behoefte aan een ultieme verstrekker van liquiditeiten groter dan ooit.

DE RESERVES waarover de officiële instituties beschikken - de centrale banken en het IMF - vallen in het niet bij de reusachtige particuliere kapitaalstromen die met elektronische snelheid omgaan in de financiële markten. Het probleem is niet dat er geen geld is in de wereld, het probleem is dat het particuliere kapitaal geen vertrouwen heeft in risicovolle economieën en zich terugtrekt in veilig gewaande oorden.

Het probleem is ook dat alle inspanningen van het afgelopen jaar er niet toe hebben bijgedragen het vertrouwen te doen terugkeren op de internationale kapitaalmarkten. Een slordige 120 miljard dollar aan officiële leningen ten spijt, gecoördineerd door het IMF, is de rust niet hersteld. En dan gaat het niet alleen om de spectaculaire reddingsoperaties voor Thailand, Zuid-Korea, Indonesië en Rusland, maar ook om Hongkong, Pakistan en de Oekraïne.

Japan is bij dit alles het grootste raadsel. Nu zal Japan geen beroep op het IMF doen - het beschikt over grote dollarreserves - maar het dreigt de internationale economie wel in een spiraal van deflatie naar beneden te trekken. Het land beschikt over enorme besparingen, maar het slaagt er niet in om de bestedingen te reanimeren en de last van de niet-invorderbare leningen van het banksysteem te saneren. De Japanse politieke klasse, een nieuw kabinet met oude gezichten is zojuist aangetreden, kijkt machteloos toe.

GEZIEN DE enorme belangen die op het spel staan, is het bizar dat het Amerikaanse Congres met de meest uiteenlopende argumenten (waaronder die van de anti-abortuslobby) nog steeds dwars ligt bij de goedkeuring van de Amerikaanse bijdrage van achttien miljard dollar aan het IMF. Kritiek op het IMF is bon ton in de Verenigde Staten. Nu valt op het IMF-beleid in de huidige crisis zeker kritiek te leveren en het is voor verbeteringen vatbaar. De effecten van goed beleid vragen tijd. Een organisatie die geen geld heeft, kan weliswaar geen fouten meer maken, maar ook niets meer uitrichten om een crisis af te wenden. Dat zou pas werkelijk rampzalig zijn.