'Eenzaamheid komt hier niet voor'

Nederland telt ten minste 140 woongroepen voor bejaarden. Zoals de hindoestaanse woongroep in Den Haag: vlakbij de tropische winkels, het park en de tempel.

DEN HAAG, 5 AUG. De Surinaamse vlag hangt aan de muur. Daarboven het portret van koningin Beatrix. Tien vrouwen en drie mannen van de Surinaamse woongroep voor ouderen Shanti Bhawan zitten in een kring in hun gezamenlijke ruimte. Ze praten. Over Suriname. Over vroeger. Over hun kinderen en kleinkinderen. “Wat wij altijd met elkaar doen?” Mevrouw Mangal (“bijna tachtig”) kijkt met guitige ogen onder haar witte hoofddoek uit. “Mooie mannen kijken natuurlijk.” Ze giert het uit, de anderen lachen met haar mee.

Shanti Bhawan bestaat uit dertig woningen die vijf jaar geleden zijn gebouwd. Er wonen 38 Surinaamse hindoestanen, dertig vrouwen en acht mannen. De woongroep ligt midden in het Haagse Regentessekwartier, op loopafstand van tropische winkels, het buurtpark, de Mandir (de tempel) en moskeeën. Dat laatste is belangrijk want religie speelt in het dagelijks leven van de bewoners een grote rol.

Mevrouw R. Mangal noemt zichzelf de 'roddelvrouw' van de groep. Dat was ze al toen ze in Paramaribo woonde, want toen was ze de 'lotenvrouw'. Ze verkocht staatsloten. Daardoor kende ze iedereen en iedereen kende haar. Verderop zit mevrouw Nakourikantodas een beetje weg te suffen. Ze is geheel in het wit gekleed. Sinds ze vijf jaar weduwe is, draagt ze alleen wit of zwart. Als ze weggaat loopt mevrouw Ramkisor met haar mee. Ze gaan samen met de lift naar beneden, want mevrouw Nakourikantodas durft niet alleen in de lift. Ze is niet de enige. Mevrouw Mangal wijst naar haar benen. “Dit is mijn lift.” Ze is doodsbang in kleine ruimtes en neemt dus meestal de trap, vertelt ze. Ze laat ook altijd de deur van de wc open. Dan roept mevrouw Ori: “Als je dood bent laten we de kist ook open”. De vrouwen gieren weer van het lachen.

Groepswonen voor ouderen is sinds een jaar of vijftien in zwang. Het begon met het project De Halmen in Enschede, dat echter na korte tijd ter ziele ging. Maar de vele opvolgers werden wel een succes. Bij de Landelijke Vereniging Groepswonen Ouderen zijn 140 woongroepen aangesloten. Zestig staan in de startblokken. De opkomst van het groepswonen past volgens voorzitter H. Otter-te Kolsté in de hele tendens om langer zelfstandig te blijven wonen. Verschil met de meeste servicewoningen, aanleunwoningen en het 'beschut wonen' is dat het groepswonen niet aan een zorginstelling is gekoppeld.

Het groepswonen is “een belangrijk antwoord op de vraag hoe we eenzaamheid tegen kunnen gaan”, zegt Otter-te Kolsté. Ze ziet veel ouderen opfleuren in een woongroep. “We delen lief en leed”, zegt mevrouw Ramkisor. De bewoners eten samen, kijken samen tv of lopen voor de gezelligheid even bij elkaar naar binnen. Ze nemen samen een taxi naar een concert, ze bridgen en misschien wel het belangrijkste: ze letten op elkaar en zorgen voor elkaar bij ziekte. “Maar het is niet voor iedereen geschikt”, zegt Otter-te Kolsté. “Je moet wel een sociaal georiënteerd persoon zijn en geen solist. Want de sociale controle is natuurlijk wel groot.”

Aan woongroepen voor ouderen van buitenlandse afkomst bestaat volgens Otter-te Kolsté grote behoefte. Deze ouderen spreken vaak gebrekkig Nederlands en zijn minder goed in Nederland geassimileerd dan hun kinderen en kleinkinderen. “Zij hebben hier minder wortel geschoten.” Chinese ouderen, bijvoorbeeld, hebben jarenlang in het besloten circuit van de Chinese restaurants gewerkt. Voor die groep is een woongroep een grote uitkomst. Doordat de kinderen van ouderen uit anderen culturen wel vernederlandsen, is het bovendien steeds minder gebruikelijk dat die voor hun oude ouders zorgen.

Eenzaamheid komt niet voor in Shanti Bhawan, beamen de vrouwen in de gemeenschappelijke ruimte. De woongroep was in Den Haag de eerste voor een speciale groep. Nu zijn er ook woongroepen voor Chinese en Surinaams Creoolse ouderen. Een van de initiatiefneemsters was R. Samadhan, coördinatrice van de Vereniging Groepswonen Door Ouderen in Den Haag. “Ik kreeg in het begin het verwijt dat ik gettovorming bevorderde. Maar Nederlandse ouderen in Australië gaan toch ook bij elkaar zitten.” Shanti Bhawan was niet speciaal bedoeld voor hindoestanen, maar dat is wel zo gegroeid. Op de wachtlijst staan alleen hindoestanen. De behoefte om samen te wonen, heeft volgens Samadhan alles te maken met hun gemeenschappelijke verleden. Nederlandse ouderen praten over de Tweede Wereldoorlog, terwijl Surinaamse ouderen het volgens haar veel hebben over de koloniale tijd, immigratie of de slavernij bij hun voorouders. De bewoners van Shanti Bhawan zijn volgens Samadhan wel heel konings- en oranjegezind. “Toen Nederland van Brazilië verloor hebben ze gehuild.”

Bij de bouw van het complex mochten de ouderen meebeslissen over de indeling. Ze hadden niet veel wensen. Een fonteintje in de hal; dat vonden ze wel belangrijk. “Zij hebben liever niet dat bezoek in de keuken of de wc de handen wast.” Ook wilden velen het liefst een driekamerappartement zodat één kamer kon worden ingericht als bidruimte. Ze betalen tussen de 600 en 700 gulden per maand. De meesten hebben daarbij nog huursubsidie. Voor de gezamenlijke ruimte betalen ze tussen 35 en 50 gulden per maand extra.

In Shanti Bhawan gaat het volgens Samadhan anders toe dan in Nederlandse groepen. “Daar is het geregelder, altijd op hetzelfde tijdstip samen koffie of thee drinken. Hier gaat het er spontaner aan toe. Alleen de bewonersvergaderingen worden gepland.”

De woning van mevrouw Mangal is sober ingericht. De muren zijn wit. Het zeil op de grond is wit. Mangal pakt haar bezem: “Ik veeg elke dag.” Aan de muur in de gang hangt een glimmend portret van een man. Het is een Indiase acteur. “Mooie man, hè”, glimlacht ze.

    • Herman Staal