Verwijt van Voorhoeve; 'Europa is weer te laat, nu in Kosovo'

DEN HAAG, 4 AUG. Oud-minister J. Voorhoeve (Defensie) verwijt de Europese staten dat zij, net als vóór 1995 in Bosnië, in Kosovo weer te laat zijn en te weinig doen.

Voorhoeve ziet “met ontzetting” dat een nieuwe oorlog in Kosovo is ontbrand, zei hij gisteren in zijn afscheidstoespraak tot het Defensiepersoneel.

Zonder de namen van Servische machthebbers als president Miloševic te noemen, maakte Voorhoeve duidelijk dat hij hen zowel verantwoordelijk houdt voor wat er aan “afgrijselijke oorlogsmisdaden” in Bosnië is gebeurd als voor wat hij voorziet in Kosovo. De VVD-bewindsman beleefde in de zomer van 1995 zijn zwaarste tijd als minister door de val van de moslimenclave Srebrenica in Bosnië, het vertrek van Nederlandse blauwhelmen daar en het daarop gevolgde afslachten van duizenden Bosnische moslims door de troepen van de Bosnisch-Servische generaal Mladic.

Voorhoeve herhaalde gisteren dat mensen als Mladic voor het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag moeten worden gebracht. “De wereld mag niet rusten voordat de slachters van Srebrenica en vele andere gruwelijke oorden zijn berecht. Het geeft zeer te denken dat de grote Servische oorlogsmisdadigers nog vrij rondlopen. Een aantal sleutelfiguren geniet de bescherming van de leiders in Belgrado, omdat bij berechting hun medeverantwoordelijkheid aan het licht zal komen”, zei hij.

Over het tot klein-Joegoslavië (Servië) behorende Kosovo, waar een Albanese meerderheid voor autonomie of onafhankelijkheid vecht tegen het Servische leger, zei Voorhoeve: “Wat zich nu afspeelt wordt, denk ik, het begin van het einde van het fascisme in Servië, want twee miljoen Kosovaren laten zich niet blijvend onderdrukken. Albanië en Macedonië kunnen in deze eindstrijd worden meegesleurd. Dat zal veel slachtoffers vergen, vooral van de burgerbevolking. War does not show who is right, but who is left.”

Voorhoeve onderstreepte nog eens dat hij de door het kabinet-Kok-II voorgenomen bezuinigingen van 375 miljoen gulden per jaar “veel te hoog” acht, zeker in combinatie met kortingen tot 150 miljoen in 2002 op diensteinderegelingen, tegemoetkomingen in ziektekosten en de individuele loonstijging. Hij wenste zijn partijgenoot en opvolger De Grave vijf dingen toe “die in de politiek zelden samengaan”: wijsheid, volharding, eerlijkheid, geluk en publieke waardering. Als motto beval hij De Grave een woord van Confucius aan: “Heb uw vijanden lief, maar wees ze wel een stap voor.”