Verdachten tribunaal kaarten in gevangenis

Kort na elkaar overleden twee gevangenen in het Huis van Bewaring van het Haagse tribunaal voor ex-Joegoslavië. Eén hing zich op, de ander stierf zaterdag aan een hartaanval. Gezworen vijanden uit de oorlog zitten in Scheveningen broederlijk bijeen.

BOSANSKI ŠAMAC, 4 AUG. Veel gelachen hebben ze, ze maakten gedichten voor elkaar, ze deden spelletjes, ze voerden de duiven bij het hek. Moslims, Kroaten en Serviërs, allemaal verdacht van ernstige oorlogsmisdrijven, werden vrienden in Scheveningen. Milan Simic (38), Bosnische Serviër, zat veertig dagen in het VN-cellencomplex van het Haagse tribunaal. Nu is hij vrij, tijdelijk, wegens zijn handicap: Simic zit in een rolstoel.

In zijn woonplaats Bosanski Šamac beschrijft Simic uitvoerig de plek waar hij gevangen zat. Hij sliep in het gevangenishospitaal, overdag was hij in het Huis van Bewaring, in een ruimte met elf andere verdachten: Serviërs, Kroaten en één moslim. Ze hadden een eigen cel en een gemeenschappelijke ruimte. Daar waren fitnessapparaten, een tafeltennistafel, een dartsbord, televisie, radio, een eigen kookplaatje. Er lagen boeken, kranten, tijdschriften, ook de Kroatische Playboy. De gevangenen konden er alcoholvrij bier kopen, frisdrank, sigaretten, eieren en ham - eens per week maakten ze zelf een lijst van wat ze nodig dachten te hebben. Iedere dag konden ze tien minuten naar huis bellen. De manager van zijn afdeling nam klachten en verzoeken altijd serieus, zegt Simic. “Ik klaagde niet vaak, dus als ik wat vroeg, dan wist hij dat het belangrijk voor me was.” Het lukte Simic alleen níet om op zijn ziekenhuiskamer de betaalzender Canal+ te ontvangen. De anderen hadden dat wel, volgens Simic. Ze vertelden hem 's ochtends over pornofilms die ze hadden gezien. Simic werd tijdelijk vrijgelaten omdat er in de cellen te weinig ruimte was voor zijn rolstoel, en de medische zorg die hij nodig had ontbrak. De Bosnisch-Servische regering betaalde voor hem een borgsom van 25.000 dollar. Nu woont Simic, totdat zijn proces begint, weer in Bosanski Šamac. Hij mag van het tribunaal geen contact hebben met vroegere celgenoten. Maar van hun familie heeft hij gehoord, zegt hij, dat ze geschokt zijn door de dood van twee medegevangenen. De Servische Kroaat Dokmanovic hing zich ruim een maand geleden op in zijn cel, de Bosnische Serviër Kovacevic overleed afgelopen zaterdag aan een hartaanval.

Milan Simic (38) wijst naar een plek op zijn rug: daar zit de kogel nog, soms kan hij 'm voelen. Door die kogel kan hij niet lopen. Ook zijn rechterarm is verlamd, en de ene nier die hij nog heeft, werkt slecht. De gevolgen van een aanslag, in 1993. Hij werd in zijn auto beschoten vanaf de kant van de weg.

Drie jaar stond Simic op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers van het tribunaal voor ex-Joegoslavië. Dit voorjaar meldde hij zich in Den Haag, vrijwillig. “Wat moest ik? In deze rolstoel kan ik nergens heen.” Simic, econoom, wordt beschuldigd van mishandeling van een moslim - hij zou hem in elkaar hebben geslagen met ijzeren staven en stoelpoten - en van betrokkenheid bij etnische zuivering.

Pagina 5: We deden ons best het gezellig te maken

VN-GEVANGENIS

Hij zou, met vijf andere Serviërs, hebben meegewerkt aan de gevangenneming, verkrachting, marteling en verdrijving van duizenden Kroaten en moslims uit Bosanski Samac, een stadje in Noordoost-Bosnië.

Milan Simic is een magere man van één meter negentig, met dik, achterovergekamd haar en een baardje. Hij zit, in gestreept poloshirt en joggingbroek, in een café in Bosanski Samac. Op tafel ligt zijn mobiele telefoon, in een hoek zit de jongen die van 's ochtends tot 's avonds beschikbaar is om Simic' rolstoel te duwen of sigaretten voor hem te kopen. De jongen is Kroaat, een van de weinige die zijn overgebleven in de stad, waarmee Milan Simic maar wil zeggen dat hij niks tegen Kroaten heeft.

Simic vertelt graag over de gebreken van de VN-gevangenis in Scheveningen. Verontwaardigd, maar ook tevreden: iedere tekortkoming die hij ontdekte, bracht hem dichter bij zijn voorlopige vrijheid. Simic wist al bij aankomst in Den Haag dat de aanklager bereid was hem tijdelijk te laten gaan als zijn handicap problemen opleverde. Simic somt op: hij had televisie bij zijn bed, maar geen afstandsbediening. Hij zat met zijn rolstoel andere gevangenen in de weg als ze wilden pingpongen. Zijn lunch werd soms zo neergezet dat hij er vanuit zijn rolstoel niet bij kon. Hij moest op zijn cel blijven als anderen buiten wandelden of voetbalden. En in zijn cel kon hij niet bij de kraan om water te drinken. Het grootste probleem vond Simic de taal: hij spreekt alleen Servo-Kroatisch. Er was een tolk, maar die moest ook bij andere gevangenen zijn. “Ik kon moeilijk uitleggen dat ik doorligplekken had, dat mijn benen pijn deden. De verplegers en bewakers deden hun best, ze waren goed voor me, maar ze begrepen me niet. Ze hadden er geen idee van hoe ze met een gehandicapte moesten omgaan.”

Zijn verblijf in Scheveningen was misschien zwaar door zijn handicap, en een kooi, zegt hij, voelt nooit prettig, hoe comfortabel die ook is. Maar zijn gevangenschap was niet alléén ellende. Hij maakte er iets mee wat hij zich alleen van zijn dienstplicht herinnerde: kameraadschap. De Serviërs, Kroaten en de moslim die met elkaar een ontspanningsruimte delen, worden beschuldigd van soms onvoorstelbaar gruwelijke misdaden - begaan in de oorlog tegen elkaar. Maar in het VN-cellencomplex hebben ze het er niet meer over. Simic zegt: “Het waren mijn vrienden en we maakten veel grappen, wat moet je anders? Niemand weet waarvan de ander wordt beschuldigd. We zitten allemaal in dezelfde moeilijke situatie, waarom zouden we het elkaar nog moeilijker maken? Ik ga ervanuit dat de anderen net zo onschuldig zijn als ik.” Simic heeft er nooit ook maar een seconde over nagedacht wat een ander gedaan zou kunnen hebben. Hij vindt: “Oorlog heeft niks te maken met relaties tussen mensen, oorlog is politiek.”

De Bosnisch-Servische Milan Simic schaakte bijna iedere dag met de Bosnische Kroaat Zdravko Mucic, in de oorlog commandant van een kamp waar Serviërs zouden zijn verkracht, gemarteld en vermoord. Mucic, volgens Simic de grappigste van alle gevangenen, kreeg toestemming om iedere dag de duiven te voeren bij het hek, de etensresten werden er zorgvuldig voor bewaard. De anderen stonden voor het raam. Simic: “We zeiden dan tegen elkaar hoe goed het toch was dat wij hier waren, dat de Nederlandse vogels anders honger zouden lijden.”

Simic bewonderde Esad Landzo, de enige moslim op de afdeling, om wat die maakte op het kookplaatje: Landzo verzamelde eten van de lunch dat bijna iedereen te flauw vond en maakte er met kruiden iets beters van. Landzo was bewaker in het kamp waarvan Mucic commandant was.

De Bosnische Serviër Dusko Tadic, beschuldigd van misdaden tegen moslims in kampen in Noordoost-Bosnië, stond in aanzien omdat hij zo goed tafeltenniste. De Bosnische Kroaat Anto Furundzija, aangeklaagd omdat hij bij een verkrachting van een moslim-vrouw aanwezig was en niet had ingegrepen, was in het VN-cellencomplex kampioen darts.

Als Simic 's ochtends uit het hospitaal kwam, maakte de andere Bosnische Serviërs ontbijt voor hem. Aan het eind van de dag gaven ze hem een plastic zak mee met brood, worst en jam - het eten in het ziekenhuis vond Simic vies. Maar als zij er niet waren, omdat ze met hun advocaat of de aanklager praatten, dan deden de Kroaten of de moslim dat voor hem. “Iedereen was correct en vriendelijk, iedereen hielp me.”

Soms was een van hen in een slechte stemming, zegt Simic. Dan bleef die in zijn cel. “Maar als je goedgehumeurd was, ging je naar de ruimte waar de anderen waren. Dat noemden wij: naar de stad gaan. Alleen al daarvan kreeg je een betere bui. We deden ons best om het gezellig te maken.”

Simo Zaric, net als Simic afkomstig uit Bosanski Samac en beschuldigd van het organiseren van etnische zuivering, schreef gedichten. Milan Simic' ogen worden opeens vochtig. “Hij maakte een gedicht voor zijn zoon Mirel. Hij schreef dat die, door deze oorlog, niet de haat moest toelaten in zijn hart, maar ervoor moest zorgen dat dit nooit meer zou gebeuren. We zaten met andere Serviërs in een cel, Zaric las voor wat hij geschreven had. We huilden.” Nee, daar waren de Kroaten en de moslim niet bij. “Het ging over wat anderen ons hadden aangedaan, dat zou niet leuk zijn geweest voor hen. En waarom zou je de sfeer verpesten?”

Zaric verzamelde ook de grappen en anekdotes die de gevangenen vertelden, maakte er gedichten van en hing die aan de muur. Simic: “We draaiden bijvoorbeeld de dingen om: dan bedachten we dat wij hier de goede mensen waren, dat de slechte thuis zaten.” Hij lacht hard. “En omdat wij zo goed met elkaar omgingen, zeiden we: dit is de enige plek waar het Dayton-akkoord werkelijk wordt uitgevoerd.”