Uitgevers van juristenbladen ruiken de markt

Vroeger schuwden advocaten publiciteit. Nu worden ze bekende Nederlanders en sinds kort zijn er zelfs twee juridische glossies.

ROTTERDAM, 4 AUG. “Wij willen de advocatuur doorzichtiger maken”, zegt Matthijs Kaaks, een van de twee hoofdredacteuren van Amice, een maandblad dat sinds mei verschijnt. 'Jurist en salaris' is de kop op de cover van het juli-nummer. In het hoofdartikel worden de verschillen in salarissen van juridisch Nederland op een rijtje gezet. Kaaks: “De laatste jaren is er een trend naar meer openheid. Wij willen advocaten en rechters een podium bieden waarop zij hun mening kunnen geven over actuele zaken.”

“Er is sprake van een 'coming out' van juristen”, zegt Mart Rensink, juridisch uitgever van Wolters Kluwer. Sinds juni geeft het concern zijn eigen tijdschrift voor juristen uit: Mr., dat eveneens maandelijks verschijnt. Behalve een vraaggesprek met de Amsterdamse rechtbankpresident Gisolf biedt het eerste nummer van Mr. ook een beschouwing over designbureaulampen. Het blad bericht verder over het Mordenate College, een 'superopleiding' voor briljante rechtenstudenten. Rensink: “Advocaten treden veel vaker naar buiten in de media. Omgekeerd is er een veel grotere maatschappelijke belangstelling voor het juristenvak dan vroeger.”

De wereld van de Nederlandse advocatuur wordt van oudsher geregeerd door tradities. Een van de belangrijkste mores was dat een advocaat niet in de publiciteit treedt. Zelfs reclame maken was verboden, zegt L. Quant, bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Quant: “Als een advocaat zijn naam met vette letters in de Gouden Gids zette, werd hij door zijn collega's tuchtrechtelijk berispt.”

Onder invloed van de Angelsaksische praktijk werd het reclame- en publicatieverbod in de jaren tachtig opgeheven. Quant: “In glossy magazines als de International Financial Law Review verschenen grote stukken over de kopstukken van de Nederlandse advocatuur. Het was natuurlijk eigenaardig dat die advocaten in Nederland niet in de openbaarheid mochten treden.” Tegenwoordig zijn topadvocaten als Spong, Doedens en Moszkowicz jr. bekende Nederlanders. Quant: “De advocatuur stelt zich veel vrijer op ten opzichte van de pers. Maar dat heeft ook alles te maken met het feit dat de Nederlandse pers de advocatuur heeft 'ontdekt'. Er wordt veel meer over recht geschreven dan vroeger. Jammer genoeg concentreert men zich vooral op de grote strafzaken.”

Het idee voor Amice werd in 1996 geboren in café 'Het Loetje' in Amsterdam. Kaaks: “De gedachte was om een onafhankelijk, journalistiek tijdschrift te maken voor juristen. Want dat was er nog niet.”

Kaaks, zelf advocaat, en Micha Kat, freelance journalist, zochten de medewerking van de Nederlandse Orde van Advocaten, het overkoepelende orgaan van alle pleiters in Nederland. Volgens Kaaks was de Orde niet echt te spreken over het plan: “De orde loopt niet bepaald voorop in de ontwikkelingen binnen de advocatuur. Men vreesde dat een blad als Amice zou leiden tot de beschadiging van het imago van het beroep. Ze wilden zich liever afzijdig houden.”

Volgens Vera de Leeuw, stafmedewerker van de orde, is dat een verkeerde voorstelling van zaken. “Wij stonden helemaal niet onwelwillend tegenover het initiatief. Alleen, wij geven zelf al een tijdschrift uit, Het Advocatenblad. Wij hebben Kaaks en Kat te goeder trouw doorverwezen naar de SDU, die de uitgave van Het Advocatenblad verzorgt. Die zagen er niets in.”

Kluwer, de grootste juridische uitgever van Nederland, toonde aanvankelijk wel interesse voor het plan van de twee, maar kwam later tot de conclusie dat een blad als Amice 'niet paste binnen de overige activiteiten van het concern'. Kaaks: “Kluwer was bang dat Amice de hoge 'targets' van het concern niet zou halen.”

Dit veranderde na een wisseling van de wacht binnen de juridische afdeling van het bedrijf. De nieuwe uitgever Mart Rensink zocht opnieuw contact met Kaaks en Kat. Die hadden inmiddels een contract gesloten met uitgeverij Rai-Langfords, dat Amice sinds mei op de markt brengt.

Sinds juni geeft Kluwer daarom een eigen tijdschrift Mr. uit. Rensink: “Mr. past in de nieuwe strategie van ons bedrijf. We benaderden de juridische wereld al met vakliteratuur. Maar het is duidelijk dat er onder juristen ook behoefte is aan nice to know-informatie.”

Het eerste nummer van Mr. had een oplage van twintigduizend. Daar waar Amice leunt op abonnees en losse verkoop, wordt Mr. uitgebracht door middel van controlled circulation. Het blad wordt gratis verspreid. Inkomsten moeten komen uit de advertentieverkoop. Volgens Kaaks zal een van de twee bladen op den duur moeten verdwijnen. De markt is namelijk klein: “ Nederland telt ongeveer twintigduizend praktijkjuristen. Tel je daar alle bedrijfsjuristen en juridisch geschoolde overheidsfunctionarissen bij, dan kom je misschien uit op dertigduizend. Maar daarmee is het wel bekeken.”

Het blad van de Orde van Advocaten hoeft niet voor concurrentie beducht te zijn. De verspreiding van Het Advocatenblad is gekoppeld aan het lidmaatschap van de Orde. De Leeuw: “Ons tijdschrift is meer een clubblad dan een onafhankelijk magazine.”

Volgens De Leeuw bestaat onder de leden van de orde interesse voor meer human interest. “Onze leden willen waarschijnlijk graag sappige verhalen lezen over affaires binnen de advocatuur. Daar kunnen wij natuurlijk niet over schrijven. Amice en Mr. kunnen dat wel.”

De Leeuw is echter niet optimistisch over de toekomst van de twee nieuwe bladen. “Beroepsmatig lezen advocaten zich al het schompes. Bovendien worden ze al overspoeld door vakliteratuur.”

De Leeuw dicht de uitgave van Kluwer de beste kans toe: “Op Mr. hoef je je niet te abonneren. Je krijgt het tijdschrift gratis op je bureau. Je kunt het even inzien en daarna weer wegleggen.”