Turkse Milli Görüs predikt integratie

In een uitzinnige Arena juichten duizenden leden van de moslimorganisatie Milli Görüs onlangs de fundamentalistische oud-premier van Turkije Erbakan toe. Zijn partij is in Turkije ontbonden. Hoe invloedrijk is Milli Görüs?

AMSTERDAM, 4 AUG. “Tot enkele jaren geleden stuurden nogal wat Turken in Nederland de kinderbijslag door naar familie in Turkije”, zegt Hüseyin Dündar, voorzitter van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs (Nationale Visie) in Zuid-Nederland. “Wij bewegen hen er nu toe om er computers voor hun kinderen van te kopen of er een taalcursus in Engeland mee te bekostigen. De toekomst van onze jongeren ligt in het Westen en niet in Turkije. Wie nauwelijks onderwijs geniet, is niet in staat om in Europa te integreren.”

In Nederland heeft Milli Görüs naar schatting 30.000 leden, 37 moskeeën, 38 vrouwen- en 65 jongerenverenigingen. Omdat de organisatie snel groeide werd ruim anderhalf jaar geleden gebroken met de landelijke organisatievorm vanuit de Ayasofia-moskee in Amsterdam-West. Noord-Nederland wordt nog steeds vandaaruit bestuurd, Zuid-Nederland vanuit Schiedam. Leden van Milli Görüs zijn actief in deelraden en gemeenteraden en er zijn, naar eigen zeggen, goede banden met Tweede-Kamerleden van Turkse afkomst.

De vervlechting van Milli Görüs met Turkije werd op 20 juni publiekelijk onderstreept door het bezoek van Necmettin Erbakan, oud-premier en leider van de politieke islam in Turkije, aan haar jaarlijkse bijeenkomst in Europa, die deze keer werd gehouden in de Arena in Amsterdam. Een enthousiaste menigte van zo'n 40.000 Turken uit verschillende Europese landen jubelde Erbakan urenlang als hun polItieke held toe.

Dündar is drie jaar geleden door Milli Görüs uit Istanbul gehaald om voorganger te worden in de moskee van de organisatie in Schiedam en om zich te bekommeren om de problemen van de Turkse jongeren. Sinds kort is hij ook voorzitter van de Turks-islamitische beweging in Zuid-Nederland, die als conservatiever wordt aangemerkt dan de afdeling Noord-Nederland in Amsterdam.

Dündar: “Ik voel me thuis in Nederland. Dit is een democratisch land, waar in tegenstelling tot in Turkije de vrijheid van godsdienst optimaal wordt gerespecteerd.” De sleutel voor de integratie van Turken in Nederland ligt volgens de imam in het ontwikkelen van een islamitische identiteit, gekoppeld aan een diep respect voor de Nederlandse samenleving en de Nederlandse wetten.

“Om de integratie te bevorderen”, verklaart Ismail Eryigit, voorzitter van Milli Görüs in Noord-Nederland, “zetten we de Turken ertoe aan om de Nederlandse nationaliteit aan te nemen en om Turkse imams in Nederland zelf op te leiden in plaats van in Turkije, zoals de Turkse staat voorstaat.” Milli Görüs werd in de jaren tachtig in Europa opgericht en is inmiddels met ruim 200.000 leden de grootste organisatie van Turkse moslims ter wereld.

Pagina 2: 'Turkse jongeren onze bruggenbouwers'

Die groei voltrok zich voornamelijk na 1992/'93, toen steeds meer Turken in Europa tot het inzicht kwamen dat terugkeer naar het moederland een wensdroom zou blijven. Maar ondanks betere kansen in het onderwijs kampt niet alleen de tweede, maar in sterke mate ook de derde generatie nog steeds met een achterstand. Milli Görüs bood de Turken in Europa de mogelijkheid om als islamitische minderheid te integreren in plaats van als individu.

Haci Karacaer, woordvoerder in Amsterdam, kenschetst Milli Görüs als een sociaal-religieuze beweging.

Maar Milli Görüs heeft wel degelijk ook politieke aspiraties, zowel in Europa als in Turkije. “De activiteiten van deze beweging zijn er primair op gericht”, zo staat in het rapport De politieke islam in Nederland dat onlangs door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) werd uitgebracht, “om langs democratische weg islamisering van de Turkse samenleving te bereiken”. Dat is ook niet zo verwonderlijk. De islamitische ideologie, gebaserd op vijf uitgangspunten: binnenlandse vrede, eenheid van staat en natie, een opleving van de Groot-Turkse gedachte en spirituele en economische groei, ontstond in de jaren vijftig in Turkije als uitvloeisel van de instelling van het meerpartijenstelsel. Hierdoor ontstond weer ruimte voor de islam binnen de politiek. De eerste generatie Turken in Europa die naar het richtsnoer van de Koran wensen te leven, zijn met die 'nationale visie' vergroeid.

“De ontkenning dat Milli Görüs banden heeft met islamitische partijen in Turkije is dan ook een farce”, beaamt een Turks/Nederlandse journalist die een boek voorbereidt over de activiteiten van de Milli Görüs. “Door de grotere democratische vrijheden in Europa kunnen de moslims zich hier beter profileren dan in Turkije zelf met als gevolg dat de Turksislamitische beweging in Europa wel degelijk door Erbakan en zijn partijmannen wordt gebruikt om druk uit te oefenen op de gevestigde orde en op het leger in Turkije, die vasthouden aan een staatscontrole over de islam.”

Karacaer houdt vol dat het 'onzin' is te beweren dat de massabijeenkomst in de Arena veel meer was dan een jaarfeestje van Milli Görüs. “De Turken in Europa hebben hun politieke voorkeuren meegenomen. En Erbakan is een man die ook onder de aanhang van Milli Görüs geliefd is”, zegt de Amsterdamse woordvoerder. “Ze zien hem als de Turkse Mandela, de man die voor een democratisch Turkije strijdt.”

Toch tekent zich binnen de Milli Görüs in Europa de afgelopen jaren tegelijkertijd een sterkere oriëntatie op de eigen positie in de diaspora af. In het rapport van de BVD wordt zelfs gesproken van een “geleidelijke scheiding van geesten, die grotendeels ook een gevolg is van een generatiewisseling. Een deel van de aanhang, met name de ouderen, oriënteert zich nog vrijwel exclusief op het moederland. [...] Degenen die hun toekomst in het Westen zien, leggen steeds meer de nadruk op het bevechten van het recht op politiek-religieuze eigenheid binnen de context van hun directe leefomgeving”. “De plicht om te wortelen”, noemt Üzeyir Kabaktepe, coördinator van Milli Görüs vanuit de Ayasofya, deze ontwikkeling. “Wij behoren lid te zijn van politieke partijen, van vakbonden en van ondernemersverenigingen. We moesten maar eens andere kranten lezen en andere tv-zenders bekijken dan alleen wat ons uit Turkije wordt aangeboden. Wij behoren deel te nemen aan het vrijwilligerswerk, van bejaardenzorg tot speeltuinverenigingen.”

De Nederlandse tak van Milli Görüs stelt zich, mede als gevolg van de verdere integratie van buitenlanders in Nederland dan bijvoorbeeld in Duitsland, steeds onafhankelijker op van het hoofdkwartier van Milli Görüs in Keulen en van Ankara. “Je kan dat ook opmaken uit de verschuiving van activiteiten”, meent Karacaer. “We zijn geen moskeevereniging meer. Met sportactiviteiten voor jongeren en bijvoorbeeld cursussen Nederlandse taal voor meisjes en vrouwen en met tal van discussies over maatschappelijke onderwerpen brengen we hen bewust in contact met de Nederlandse samenleving.” Yüksel van de jongerenfederatie ziet zichzelf vooral als een bruggenbouwer tussen de Turkse moslims en de Nederlandse samenleving. Volgens hem krijgen de Turkse jongeren, die hier sterker zijn ingebed dan de vorige generaties, de Nederlandse waarden en normen vanuit school wel mee. “Wij hebben de plicht om hen niet dwingend, maar op een appellerende manier in contact te brengen met de cultuur en de religie van Turkije, om zo te voorkomen dat ze tussen wal en schip raken.”

“Maar als de oriëntatie van de beweging zo sterk is gericht op de integratie van de in Nederland wonende Turken”, werpt Ilhan Akel van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) in Utrecht op, “waarom is Milli Görüs in de afgelopen jaren dan niet in staat gebleken de banden met de Turkse politiek los te weken?” Volgens hem leiden de naarstige pogingen om een plaats te verwerven voor de islam in Nederland, juist tot een vertraging van de integratie. “Het gaat niet om de individuele maar om een collectieve geloofsbeleving, om de moskee als machtssymbool en om het geloof als middel voor politieke doeleinden”, zegt hij stellig. “De islamitische jongeren groeien hierdoor niet op tot zelfstandig denkende wezens die zelfstandige keuzes maken.”

Karacaer ziet dat anders: “Of de integratie van de Turkse moslims slaagt, hangt af van de mate waarin ze bereid zijn in Nederland te veranderen en of de omgeving, Nederland zelf, bereid is om te veranderen. Ten tweede neemt de gerichtheid op Turkije af naarmate de democratie daar vordert.” Volgens Karacaer en anderen binnen Milli Görüs is de haat tegen het politieke systeem in Turkije onder de islamitische Turken in Europa in de afgelopen decennia toegenomen. “Nu we in een democratie wonen, weten we dat we sinds de oprichting van de Turkse republiek in 1923 voor de gek zijn gehouden. Dat ons een Westers seculier model is verkocht dat met een repressief Turks sausje is overgoten.”

“We ervaren de godsdienstvrijheid in Europa als een groot goed”, beklemtoont ook voorzitter Eryigit, “dat we graag ook in Turkije zelf gerealiseerd zouden zien.”