Birma is niet gevoelig voor woorden

Onaanvaardbaar' en 'wij zijn woest' zijn een aantal van de Europese reacties op het optreden van de Birmese militaire regering. Oppositieleidster Aung San Suu Kyi werd vorige week na een verblijf van zes dagen in haar auto onder dwang naar huis afgevoerd. Het is niet voor het eerst dat de EU in scherpe bewoordingen haar kritiek uit op het Birmese regime. Maar zijn boze woorden genoeg?

Op 8 augustus is het 10 jaar geleden dat de junta op hardhandige wijze een eind maakte aan een golf van demonstraties voor democratie. Alleen al in de hoofdstad Rangoon vonden duizenden mensen de dood. Veel landen schortten de hulp aan Birma op en stelden een wapenembargo in. De junta werd unaniem veroordeeld in de Algemene Vergadering en de mensenrechtencommissie van de VN. Onder internationale druk schreef de junta in 1990 verkiezingen uit die met overgrote meerderheid van stemmen gewonnen werden door de partij van Aung San Suu Kyi, de Nationale Liga voor Democratie (NLD). Sindsdien weigert de junta de macht over te dragen. Om in het zadel te blijven werd het land opengesteld voor buitenlandse investeringen. Deze kwamen in eerste instantie vanuit de buurlanden maar later ook in toenemende mate vanuit Europa en de VS.

Jaren gingen voorbij. Jaren waarin de veroordeling van de junta op de daartoe geëigende internationale fora rituele vormen aanneemt. Jaren waarin Aung San Suu Kyi, als leidster van de oppositie, keer op keer prijzen uitgereikt krijgt, waaronder de Nobelprijs voor de Vrede. Maar ook jaren waarin het aantal buitenlandse investeringen, in joint ventures met het militaire regiem, gestaag groeit. De junta komt door deze financiële steun steeds steviger in het zadel te zitten. De onderdrukking duurt voort. Eenmaal vrijgelaten na vijf jaar huisarrest roept Aung San Suu Kyi de junta op tot een dialoog. De militairen reageren niet.

Teneinde de junta aan de onderhandelingstafel te dwingen verzoekt Aung San Suu Kyi de internationale gemeenschap te wachten met investeren in Birma. Alleen de Verenigde Staten hebben daarop gereageerd. Een aantal Amerikaanse staten en steden stellen wetten op die lokale overheden verbieden zaken te doen met bedrijven die in Birma investeren, de zogenaamde 'selective purchasing laws'. Pepsi-Cola en een aantal grote Europese bedrijven lopen hierdoor nieuwe contracten mis. Vorig jaar vaardigde de Amerikaanse federale regering een wet uit die nieuwe investeringen in Birma verbiedt. En wat deden Europese landen? Een meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer sprak zich in 1997 uit voor economische sancties. Hetzelfde is het geval in een aantal andere Europese lidstaten. Vooral Denemarken is groot voorstander van sancties. Ook het Europees Parlement, een Europese coalitie van 800 ontwikkelingsorganisaties, het internationaal verbond van vrije vakbonden, het CNV en FNV steunen een boycot. Tot strenge economische maatregelen komt de EU niet. Niemand neemt het initiatief, ook Nederland niet. Het ontbreekt aan daadkrachtig optreden en men gaat er vanuit dat vooral Frankrijk sancties zal blokkeren. De EU neemt het echter wel op voor het Europese bedrijfsleven en daagt de Amerikaanse Staten met 'selective purchasing laws' voor de klachtencommissie van de Wereldhandelsorganisatie, de WTO. Een veel gehoord argument is dat Europese sancties geen effect hebben omdat Aziatische bedrijven de investeringen over zouden nemen. Dat is maar de vraag.

Aziatische bedrijven blijken vooral actief in de toerisme-industrie in Birma, zoals in de bouw van hotels. De financiële levensader van het Birmese regiem zijn de grote olie- en gasvelden voor de Birmese kust. Velden die momenteel ontgonnen worden door het Amerikaanse bedrijf Unocal en de Europese bedrijven Total en Premier Oil. Het Amerikaanse Texaco zag onder invloed van de Amerikaanse sancties af van verdere investeringen. Wrang genoeg was het niet een Aziatisch bedrijf maar het Engelse Premier Oil en het Nederlandse IHC-Caland die meteen in dit gat sprongen.

De komende maand gaat het erom spannen in Birma. Aung San Suu Kyi heeft de junta een deadline gesteld. Ze wil dat het gekozen parlement voor 21 augustus bijeenkomt, anders zal ze de bevolking oproepen tot 'burgerlijke ongehoorzaamheid'. Door de financiële crisis in Azië zijn de investeringen vanuit de regio drastisch teruggelopen. De Europese investeringen zijn momenteel cruciaal voor het voortbestaan van de junta. Dit, terwijl Birma nauwelijks echt van belang is voor de Europese economie. De recente gebeurtenissen in Birma maken opnieuw pijnlijk duidelijk dat de junta niet gevoelig is voor woorden. Nederland het wordt tijd voor daden!

    • P. Vervest