Vermaak van Thom Stuart

Dans: Dood7onde door De Dutch Don't Dance Division. Regie en choreografie: Thom Stuart. Gezien: 1/8 tijdens De Parade in het Martin Luther Kingpark, Amsterdam. Herh. t/m 7/8. Kaartjes op het festivalterrein. Inl. via het AUB (020) 621 12 11.

Na de bonte Gay Parade door de Amsterdamse grachten is het niet verwonderlijk om op De Parade Marinus Magdalena te ontmoeten. Vroom zit deze Maria-transformatie (Rinus Sprong) in het gebedsnisje voor de kleine circustent Cuatro. Prevelend verkoopt hij waxinelichtjes en entreebewijzen voor Dood7onde. Ook brengt hij quasi kwelend 'Má-rí-nús', vrij naar West Side Story.

Dood7onde, de nieuwe productie van danser en choreograaf Thom Stuart (1966) is geen voer voor bijbelverslinders. Een volumineuze dame in het rood (Eva Svensson) en een slanke in het zwart (Saskia Krol) beloven een 'flamboyante' en 'erotische' voorstelling, 'met als speciale attractie een illusionist!'.

Het wordt inderdaad variété in optima forma, op enkele vierkante meters tegen een intiem rood-fluwelen gordijn. In een rap tempo krijgt het publiek een reeks afwisselende nummers voorgeschoteld.

Er is showdans in glimmende stippel- en streepjespakken. Een tapdansende Tiroolse met oranje pruik zingt over haar lief in Lederhosen (Thom Stuart), die er in een balletachtig duet vandoor gaat met een guitige, kortgeknipte blondine (Mirjam ter Linden).

In een sm-act wordt hij tot op zijn witte ondergoed gestript, waarna een engel vanuit zijn kruis opstijgt en dartelend in de lucht een zoet stukje viool speelt. In uniformen à la The Andrew Sisters, maar dan met gaten die de billen blootgeven, dagen de meiden de kerels uit. 'Treat me as a bad girl', waarop een filmische, kolderieke achtervolging start, compleet met klappertjespistolen en Laurel & Hardy-taart.

Het kundig gebrachte entertainment is een ode aan het leven, dat als motto 'keep young and beautiful, if you want to be loved' meekrijgt. Het is een tikkeltje zondig in zijn bespotting van religieuze, seksuele en kunstconventies, maar absoluut geen doodzonde. Het zal Stuart waarschijnlijk ook een worst wezen of hij de 'heiligmakende genade' verliest. Daarvoor zijn de zeven hoofdzonden - het getal in Dood7onde verwijst hiernaar - hem te lekker. Dat voel je, maar echt duidelijk onderscheiden zijn hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, nijd, gulzigheid, gramschap en traagheid niet.

De academisch geschoolde Stuart, die onder andere bij Scapino Rotterdam danste en vanaf 1988 choreografeert, maakte met zijn De Dutch Don't Dance Division in 1997 Closet Case and other short stories, eveneens een losse aaneenrijging van dans en andere kunstvormen.

Deze formule past hem. Wel had iets meer lijn dit keer geen kwaad gekund, al was dat enigszins in strijd geweest met de grammatica van het variété. Een voorstelling missen is haast nooit doodzonde, maar binnen de grenzen van De Parade is Dood7onde dit compliment van harte gegund.