Palestijnse journalisten mogen niet met Israeliërs omgaan

JERUZALEM, 3 AUG. De Palestijnse Journalistenbond heeft haar leden verboden om niet-professionele contacten met Israeliërs te onderhouden. Wie het verbod schendt, wordt geroyeerd. “We gaan een zwarte lijst opstellen”, zei de vice-president van de Bond, Tawfiq Abu Khousa, gisteren in Gaza. Het besluit werd genomen na een vergadering van de Arabische Journalistenbond, vorige week in Kairo.

Het ziet er echter niet naar uit dat het besluit enig effect zal hebben. Volgens ingewijden wilde de Bond aanvankelijk alle professionele contacten met Israeliërs verbieden, maar was ze bang voor een berisping door het Palestijnse Gezag. Het verbod op niet-professionele contacten is dus al een zwaktebod. Volgens Mohammed Suleiman, directeur-generaal van het Ministerie van Informatie, “zijn het Palestijnse Gezag en het vredes-onderhandelingsteam de enigen die gezamenlijke activiteit met Israeliërs kunnen verbieden”.

In juli was Suleiman zelf op Rhodos, op een conferentie met Israelische en Palestijnse journalisten betaald door de Griekse regering en de Europese Unie. Daar werd zelfs besloten om een 'persclub' op te richten waar journalisten van beide kanten elkaar kunnen spreken. De Journalistenbond probeerde vergeefs Palestijnse journalisten te dwingen niet naar Rhodos te gaan.

Een Palestijnse journalist die voor een Amerikaans tv-kanaal werkt, lacht om het verbod. “De Bond vertegenwoordigt niemand. De leiders werden acht jaar geleden, lang voor de akkoorden van Oslo, gekozen. Sindsdien hebben zij geen verkiezingen meer willen houden.” Ook hij was op Rhodos, met vijftien Palestijnse collega's. Na afloop werd hij er door de Bond van beschuldigd met de 'vijand' op een topless strand te hebben gezeten. “Ja zeg, op Rhodos zijn alleen maar topless stranden!”

De Palestijnse Journalistenbond is, net als die in andere Arabische landen, een bolwerk van de 'anti-normalisatie'. Met de Artiestenbond en de Schrijversbond is dit een van de laatste bastions voor de critici van het vredesproces met Israel, de hoeders van de oude pan-Arabische ideologie. De Libanese schrijver Fouad Ajami schrijft in zijn boek 'The Dream Palace Of The Arabs' dat de seculiere, socialistische Arabische intelligentsia, eens een machtige klasse, zich aan alle kanten gepasseerd voelt. De oppositie is in handen van fundamentalisten. De economie wordt bestierd door een kleine, kapitalistische elite. Ook het vredesproces met Israel loopt buiten hen om. De enige uitlaatklep die hun nog van overheidswege wordt gegund, zijn vakbonden en culturele instellingen. In Jordanië en Egypte worden schrijvers en acteurs vaak in de ban gedaan als ze contact hebben met Israeliërs. “In die landen”, zegt de Palestijnse journalist, “hebben journalisten de luxe om niet met Israeliërs te praten. Maar wij zitten in de frontlinie van het vredesproces. Wij moeten juist met ze praten, ook privé, om hen ervan te overtuigen dat de Palestijnen niet meer door hen overheerst willen worden.”

Hoe weinig gezag de Palestijnse Journalistenbond heeft, blijkt wel uit het feit dat er maar drie actieve leiders zijn binnen de Bond; de andere zes hebben zich ervan gedistantieerd. Een van die drie, Zakaria al-Talmas in Gaza, wist vanmorgen nog niet dat de andere twee gisteren het verbod hadden uitgevaardigd. “Ik weet er niets van. Ik zal het de anderen eens vragen. Maar ik denk dat het iets te maken heeft met de Arabische Journalistenbond. Die hebben in Kairo toch een zwarte lijst opgesteld? Misschien hebben wij die wel overgenomen.”