OUDERWETS IN EEN SNELLE WERELD

Drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart is eigenaar van een van de elf teams in de Formule I. “We worden succesvol, maar weten dat zoiets niet van de ene op de andere dag kan”, zegt de baas van Jos Verstappen.

Hockenheim, raceday. Zondagochtend zeven uur, het rennerskwartier ontwaakt. Bij de garageboxen van de rivalen McLaren en Ferrari brengen mecaniciens banden op spanning. Een wagen van het Sauber-team verstoort de stilte. Een meisje van het Jordan-team rijdt een steekwagentje met fruit en broodjes naar de pitboxen van Ralf Schumacher en Damon Hill. In de paddock zijn de voorbereidingen voor de Grote Prijs van Duitsland in volle gang.

Voor Jackie Stewart hebben de Duitse 'Rennstadt' en de gelijknamige racebaan in de bossen naast de snelweg een bijzondere betekenis. “Voor mij is het niet synoniem met een circuit of met de Duitse Grand Prix. Als ik de naam Hockenheim hoor, is Jim Clark het eerste waar ik aan denk”, zegt de 59-jarige Schot. “Hij was een van m'n beste vrienden.” In april 1968 verongelukte Stewarts landgenoot hier dodelijk, tijdens een Formule 2-race. De toen 32-jarige Clark was met twee WK-titels (1963 en 1965) al een van de beste coureurs die de autosport had gekend, Stewart moest de eerste van zijn in totaal drie wereldtitels (1969, 1971 en 1973) nog winnen.

Kleiduivenschieten was de eerste passie van John Young Stewart, zoon van een garagehouder in Dumbarton en stammend uit een geslacht van jagers. Hij schopte het tot reserve van het olympisch kleiduivenschuttersteam van Groot-Brittannië. Als hij op zijn 21ste verjaardag bij selectiewedstrijden zo goed had geschoten als in de jaren ervoor en erna, had hij kunnen deelnemen aan de Olympische Spelen in Rome. “Als lid van het Britse team heb ik wel meegedaan aan EK's en WK's. Ik kwam nooit verder dan de zesde plaats. Hier in de buurt, in Darmstadt, ben ik nog eens tweede geworden tijdens de Grote Prijs van Duitsland.” Helen McGregor trouwde in 1962 niet met een autocoureur, maar met een kleiduivenschutter. Ze kregen twee zonen, van wie Paul mede-eigenaar is van Stewart Grand Prix.

Olympische roem had Stewart niet kunnen weerhouden van een carrière als autocoureur, zegt hij in de luxe bus van Stewart Grand Prix, met zijn pet met Schotse ruit binnen handbereik. “Van m'n vijftiende tot m'n 23ste had ik geschoten en ik vond het tijd voor wat anders.” Nu schiet Stewart nog voor z'n plezier. Elke maand gaat hij van Engeland naar Schotland, waar hij in Gleneagles een schietschool bezit, “de drukste ter wereld”.

Het scherpe gezichtsvermogen en de reactiesnelheid van de schutter kwamen de autoracer uitstekend van pas. In die dagen was racen letterlijk nog een strijd op leven en dood. In training en race lag het gevaar op de loer en sloeg het noodlot herhaaldelijk toe. “De coureurs van mijn generatie waren veel filosofischer ingesteld dan de jongens van nu. Tegenwoordig maken ze carrière, vaak zonder dat er erg vervelende dingen gebeuren. De twee dodelijke ongevallen op Imola in 1994 (Ratzenberger en Senna, red.) waren voor deze groep coureurs afschuwelijke gebeurtenissen. Al twaalf jaar was er geen Formule I-coureur meer verongelukt. Dat is langer dan mijn carrière als beroepsracer heeft geduurd. Wij kenden een immens aantal doden, in een heel kleine gemeenschap. De dood was voor ons een deel van het dagelijks leven. De meeste van mijn beste vrienden zijn er niet meer. In die dagen stond racen bijna gelijk aan oorlog. Je was een gelukkige groep mensen, opgewonden en gestimuleerd door de meest inspirende sport ter wereld, vergelijkbaar met downhill-skiën en stierenvechten. Tegelijkertijd zie je de dood om je heen. Piloten van Spitfires en Messerschmitts in de Tweede Wereldoorlog moeten hetzelfde als wij hebben gevoeld. Je feest samen, gaat samen met vakantie, je hield samen van het leven, juist omdat de dood met al die ongelukken zo dichtbij was. Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar je raakte eraan gewend. Je dacht: Oh my God, not another one.”

Aanrijdingen zijn er nog genoeg, ongelukken met dodelijke afloop vormen een uitzondering. “De Formule I-gemeenschap raakte in een totale depressie toen Panis vorig jaar in Canada een ongeluk had waarbij hij zijn benen brak. Dat was pijnlijk en zorgwekkend, maar vergeleken bij wat ik allemaal heb gezien, kan ik dat niet begrijpen. Als er nou iemand was verongelukt...”

Stewart ziet parallellen tussen zijn rijstijl en zijn manier van leidinggeven aan een van de elf teams in de Formule I. “Ik ben nogal behoudend, vooral financieel.” Ken Tyrrell wilde de jonge Stewart midden jaren zestig aan zich binden en bood 10.000 pond, op voorwaarde dat de teambaas tien procent van alle toekomstige verdiensten van Stewart zou toucheren. Stewart koos voor een eenjarig contract dat hem vijf pond opleverde. “Op dat moment verklaarden veel mensen me voor gek, achteraf was ik blij dat ik het zo had gedaan.” Het was in de tijd dat Stewart met Clark in Londen een appartement deelde. Bijnaam: de Schotse ambassade.

“Ik geef niet uit wat ik niet heb”, zegt Stewart. “We hebben geen geld van de bank. Ik geef toe, dat is ouderwets. Zo behoudend ging het tijdens mijn racecarrière ook. Ik heb zeventien keer op pole-position gestaan, terwijl ik 27 races heb gewonnen. Nooit veel snelste ronden in de race, wel veel overwinningen. Ik reed op een manier die me in staat stelde om races te winnen, zonder het elastiek helemaal op te rekken. In het zakendoen is het ruwweg hetzelfde. Wij worden succesvol, maar we weten dat het niet van de ene op de andere dag kan. Als je een tomaat geforceerd laat groeien om hem sneller op de markt te krijgen, is de kans groot dat hij niet zo lekker is als de homegrown tomaat die alle gelegenheid en aandacht heeft gehad om te groeien. Onze partners hebben er begrip voor dat wij zo werken, ze hebben dat geaccepteerd. Sommige bedrijven willen instant-succes. Maar ik ben van mening dat korte-termijnprojecten maar zelden overleven. Ik ben al 34 jaar verbonden aan Ford, dertig jaar aan Rolex, 29 jaar aan Moët & Chandon; allemaal langdurige relaties. Ken Tyrrell is nog een van m'n beste vrienden. In vijf minuten bouw je geen relatie op. Dat kan spannend zijn, maar het zal nooit een gelukkig huwelijk worden.”

Nadat in 1995 in samenwerking met Ford het idee van een eigen Formule I-team was geboren, stonden er bij de eerste Grand Prix van 1997 in Melbourne twee wagens van Stewart aan de start, met achter het stuur de Braziliaan Rubens Barrichello en de Deen Jan Magnussen, die in juli werd vervangen door Jos Verstappen. “Het was duur zoals wij het hebben gedaan, vanaf de grond een team beginnen, maar het was de beste manier. Het tweede jaar is altijd erg moeilijk in de F1. We hebben er nu een testteam bij en daar komt veel bij kijken. We zijn onlangs verhuisd naar een nieuwe fabriek en we zijn gegroeid tot een bedrijf met meer dan tweehonderd mensen. Achttien maanden geleden waren dat er twintig. We hebben een versnellingsbak van koolstofvezel ontwikkeld. Iedereen vraagt zich af waarom juist nu. Maar strategisch gezien was het beter om dat te doen in een jaar waarin het toch al moeilijk zou worden succesvol te zijn. Waarom niet nu alle problemen aanpakken zodat de jaren drie, vier en vijf beter voor ons kunnen zijn.”

Stewart nam deel aan 99 Grand Prix'. Op het circuit van Watkins Glen zou hij zijn honderdste rijden, in de laatste race van 1973. Teambaas Tyrrell had Stewart gevraagd om teamgenoot François Cevert die ene keer te laten winnen. Dat zou het respect voor Stewart, op dat moment al verzekerd van de wereldtitel, alleen maar groter maken, hield Tyrrell hem voor. Het zou een waardig afscheid zijn van de kampioen, die al eerder dat jaar had besloten te stoppen omdat hij 'opgebrand' was. “Ik zei tegen Ken dat hij wel erg veel van me vroeg, voor mijn laatste race ooit. Ik zal niet zeggen dat ik het gedaan zou hebben, maar ik neigde er wel naar.” Stewart hoefde die beslissing niet meer te nemen, omdat Cevert tijdens de training om het leven kwam. Uit respect voor vriend en teamgenoot Cevert stapte Stewart tijdens de GP van de Verenigde Staten niet meer in de auto. Zijn carrière was voorbij, maar in de Formule I hoopt Jackie Stewart opnieuw geschiedenis te schrijven.

    • Ward op den Brouw