Oud-generaals Italië vast voor vliegramp 1980

ROME, 3 AUG. Vier gepensioneerde generaals zijn in Italië in staat van beschuldiging gesteld omdat zij jarenlang het onderzoek naar de mysterieuze vliegramp bij het eilandje Ustica hebben tegengewerkt en onderzoekers hebben geprobeerd te misleiden. Op 27 juni 1980 ontplofte bij het eilandje, ten noorden van Sicilië, een DC-9 van de Italiaanse maatschappij Itavia op een vlucht van Bologna naar Palermo. Over de oorzaak, die nooit is opgehelderd, is veel gespeculeerd.

De ramp in 1980 bij Ustica, waarbij alle 81 inzittenden zijn omgekomen, is een van de duistere mysteries uit de periode van linkse en rechtse terreur die Italië in de jaren zeventig en begin jaren tachtig heeft doorgemaakt.

De justitiële onderzoekers publiceerden zaterdag een eindrapport van 680 pagina's. Daarin stellen ze vast dat de top van de luchtmacht actief heeft geprobeerd te voorkomen dat de waarheid aan het licht zou komen. Vier topofficieren en zes andere luchtmachtmedewerkers zijn in verband hiermee beschuldigd van hoogverraad en een “aanslag op de grondwettelijke instellingen”. Onder hen zijn de generaals Lamberto Bertolucci, voormalige stafchef van de luchtmacht; Zeno Tascio, ex-hoofd van de inlichtingendienst van de luchtmacht; Corrado Melillo en Franco Ferri (ex-medewerkers van de chefs van staven).

De justitie concludeert ook dat de betrokkenen zijn geslaagd in hun opzet en dat zij niet in staat is met zekerheid de oorzaak van de ramp vast te stellen. Zeker is dat er een explosie is geweest, maar rapporten van deskundigen spreken elkaar tegen. De ene commissie concludeert dat het verkeersvliegtuig is neergestort door een bomexplosie, de andere dat het is getroffen door een raket.

Het rapport gaat uitgebreid in op de internationale spanningen rondom Libië indertijd. Volgens een van de reconstructies is de DC-9 per ongeluk geraakt door een raket die is afgevuurd door een gevechtsvliegtuig van een NAVO-land, mogelijk Frankrijk of de Verenigde Saten. Het doelwit zou een Libische MiG zijn geweest waarin de Libische leider Moammar Gaddafi had moeten zitten. Deze lezing wordt gesteund door het feit dat op het Italiaanse vasteland een Libische MiG is neergestort. Volgens de luchtmacht is dat pas drie weken na de ramp bij Ustica gebeurd, maar er zijn zeer sterke aanwijzingen dat ook hier is gelogen.

De justitie concludeert dat ook de politieke bestuurders jarenlang zijn voorgelogen door de top van de luchtmacht. Het onderzoek is op duizend-en-een manieren geblokkeerd, met als resultaat dat er veel hiaten en tegenstrijdige verklaringen zijn. Radarinformatie en opnamen van gesprekken zijn gewist of veranderd. Sommige belangrijke getuigen zijn overleden. Ook van de kant van de NAVO heeft de Italiaanse justitie minimale medewerking gekregen.

    • Marc Leijendekker