Onderweg met Hans van den Akker; 'Fietsen met die regen? Nogal lekker zeg'

Iedere week rijdt deze krant met een ondernemer - en soms een ondernemer die in het parlement zit - mee op de achterbank. Hoe denkt hij over de files? Wat vindt hij van het openbaar vervoer? Deze week: Hans van den Akker,ex-president-direc- teur van Hunter Douglas Europa, ex-voorzitter van de metaalwerkgevers FME, sinds mei lid van de CDA-fractie in de Tweede Kamer.

auto zilvergrijze Volvo 960 route van CS Rotterdam naar CS Den Haag (met de trein)

ROTTERDAM, 3 AUG. Na de koffie in Grand Café Engels (Rotterdam) probeert Hans van den Akker het nog één keer: “Zullen we toch maar met de auto gaan?”Hij heeft geen zin om de trein te nemen. Maar het was afgesproken. Bij de FME had hij een auto met chauffeur, nu heeft hij een OV-jaarkaart en hij zou vertellen hoe dat voelt. Zuchtend loopt hij het station in, naar het loket om een kaartje te kopen, want die OV-kaart heeft hij niet bij zich. “Ja, haha, ik zou hem gewoon in mijn portefeuille moeten doen. Maar zo ver zijn we nog niet.”

Iets vrolijker wordt hij als op het bord van de trein die net wegrijdt 30 minuten vertraging ziet staan. “Kijk!”, zegt hij. “Kijk! Dat is toch niet goed!”

Zijn trein vertrekt wel op tijd, maar dat brengt hem niet af van wat hij wil aantonen: een weldenkend mens wìl misschien wel met de trein reizen, maar een weldenkend mens kàn dat helemaal niet. Veel te veel vertragingen. “Ik probeer het echt”, zegt hij. “Ik heb tot nu toe dertien keer vanaf Gorcum de trein genomen. Eén keer vertrok hij op tijd.”

En wat ook zo vervelend is: hij woont in Giessenburg en dan moet hij éérst, acht kilometer, met de auto naar het station en hem zien te parkeren - allemaal gedoe.

U zou dat stukje ook kunnen fietsen.

Hij kijkt of hij water ziet branden. “Nogal lekker zeg, met die regen altijd, en dan in je goeie pak.”

Maar hij herstelt zich snel. “Mijn kinderen doen het wel. En het is gezond hè, een beetje beweging. En goed voor het milieu.”

Maar u doet het zelf liever niet.

“Nou ja, ik zei laatst nog tegen mevrouw De Boer dat we de mensen toch weer eens onder de aandacht zouden moeten brengen dat we zuiniger moeten zijn met energie. Het besef dat je de auto ook weleens zou kunnen laten staan is wat weggezakt.”

Bij u dus ook.

“Ja, bij mij ook. Laat ik eerlijk zijn: het is gewoon gemakzucht.”

Zeker, het was prettig, die auto-met-chauffeur toen hij nog voor de FME werkte. “Ik heb in die zes jaar negenhonderd leden bezocht. Ik legde 75.000 kilometer per jaar af.” Maar hij wil het niet verheerlijken, want een chauffeur kan ook lastig zijn, “bijvoorbeeld als je een vertrouwelijk telefoongesprek wilt voeren”.

Het handigste was: nooit een parkeerplaats hoeven zoeken. Punt.

Hij rijdt graag zelf, zegt hij, maar ook dat wil hij niet verheerlijken. “'s Morgens voor tienen is de randstad voor mij volkomen onbereikbaar. Vroege afspraken aan de andere kant van Rotterdam of Utrecht maak ik niet - je komt er toch niet langs.”

Sowieso, zegt hij, neemt hij altijd een marge van minimaal twintig minuten als hij met de auto ergens heengaat. “Je staat altijd wel ergens stil.”

En die keren dat u met de trein ging, hoeveel tijd was u toen extra kwijt?

“Als ik de trein naar Den Haag neem, kost me dat zeker een kwartier extra. Maar het vervelendste is: je moet wachten. Ik heb een hekel aan wachten.”

Maar in de file...

“Ja, ja, ja, in de file wacht ik ook. Maar dat is anders.”

Omdat u dan lekker in uw eentje zit.

“O nee, dat kan me niet schelen. Het kan me ook niet schelen wat er bij mij onder de motorkap zit. Dat stadium ben ik allang voorbij.”

Maar waarom is het dan erger om op het station te wachten dan in de file?

“Op het station weet je nooit hoelang het duurt.”

Maar in de file...

“Nee, in de file weet je het ook niet. Oké, het is inconsequent. Ik weet het gewoon niet. In de file staan vind ik gewoon minder erg. En de trein ìs gewoon geen alternatief als je vier, vijf afspraken op een dag hebt.”

Halverwege het ritje Rotterdam-Den Haag kijkt Van den Akker onverwachts tevreden om zich heen. “Die treinen zien er wel schitterend uit hè.” Hij vertelt dat hij niet gelooft - wat sommigen wel voorspellen - dat mensen minder zullen gaan reizen door verbeteringen in de informatietechnologie. “Reizen zit mensen in het bloed. En dat is ook heel goed. Je leert zo andere culturen kennen, andere gewoonten.”

Dus u gaat straks misschien ook weleens met uw OV-kaart in de tram of de metro.

“De tram? Ik bedoel reizen óver de grens.”

In de tram en de metro zie je veel andere culturen. “O, maar daar zie ik genoeg van. Bij Hunter Douglas zat ik midden in Feijenoord. In de verkiezingstijd ben ik nog op bezoek geweest in wijken waar tachtig procent allochtonen wonen. Dat ging uitstekend. Ik heb daar genoeg kennis mee gemaakt. Ik weet heel goed wat er leeft.”

U gaat het vaker doen?

“Ik zal de komende vier jaar de achterban regelmatig gaan bezoeken. Zeker weten! Maar ik wil wel eerst definiëren welk stuk van de achterban. Anders verdrink ik erin.”