Nederlandse media zijn gedrogeerd door de Tour; Zou het niet beter zijn er nog eens op te wijzen dat doping verboden is?

Het optreden van de Franse justitie tegen wielrenners die werden verdacht van doping, was volgens Alain Franco terecht. De Nederlandse pers heeft tijdens de Tour iedere kritische houding laten varen en is blind geweest voor de werkelijkheid van drugsgebruik.

De maat is vol! Na het WK-voetbal was bij mijn Nederlandse collega's de Tour de France aan de beurt om te dienen als mikpunt voor hun aversie en minachting jegens Frankrijk.

Zelfs een krant als het Financieele Dagblad schrijft - buiten het gebruikelijke beleid om - liever vlammende hoofdartikelen tegen de Franse justitie dan dat het onderzoekt wat de kinderpornobusiness opbrengt. Wekenlang werden de lezers van de Telegraaf, de Volkskrant, NRC Handelsblad en het Financieele Dagblad als ganzen uit de Périgord volgestouwd met misleidende artikelen en eenzijdige informatie. De voorbeelden zijn legio, maar ik zal de meest opvallende citeren.

Het Financieele Dagblad schrijft: “De gevolgen voor de Tour de France zijn groot, maar dé verliezer is het gastland, dat zich in de ogen van de beschaafde wereld van een twijfelachtige kant laat zien. [...] In Frankrijk lijkt nog weinig veranderd sinds de tijden waarin Dreyfus voor jaren onschuldig achter de tralies ging”.

Uit de Telegraaf zouden vanaf het begin van het WK-voetbal integraal hele pagina's kunnen worden aangehaald met artikelen over de 'kwalijke invloed' en de 'mafiapraktijken' van de Franse organisaties die toegangskaarten verkochten, of over de door justitie georganiseerde 'heksenjacht' tegen de zo onschuldige en aardige Tourrenners die de 'chantage' en de 'razzia's' van douane en politie moeten ondergaan.

Zelfs het in het algemeen wat bedachtzamere NRC Handelsblad deed eraan mee door een bijlage over het WK-voetbal uit te brengen onder de kop 'De Franse slag' en door spottend over de organisatie te schrijven dat deze “gewoontegetrouw, de voorbereiding op zijn jan-boerenfluitjes had aangepakt”.

Nu we het toch hebben over dingen die gewoontegetrouw worden gedaan, mag ik - al jarenlang in Nederland werkzaam en dagelijks lezer van minstens vier dagbladen - wel even kwijt hoe ik als correspondent van een Franse krant zulke berichtgeving ervaar.

Gewoontegetrouw - en omdat het minder vermoeiend is - herkauwen Nederlandse journalisten liever bestaande vooroordelen dan dat ze proberen te begrijpen waar die vandaan komen en wat de werkelijkheid is die erdoor wordt verhuld. Maar zou het niet beter zijn er nog eens op te wijzen dat doping verboden is, dat gezonde mensen er vroeg oud door worden, als ze al niet doodgaan aan een overdosis, in plaats van kritiek uit te oefenen op de Franse justitie en politie die alleen maar hun werk doen door de wet te handhaven?

Gewoontegetrouw laten Nederlandse journalisten na de zaken goed uit te zoeken, en bekommeren ze zich er niet om of de lezer verkeerd wordt geïnformeerd.

Welk dagblad of programma heeft tijdens het WK-voetbal de rol onderzocht van de Nederlandse tussenhandelaren die in de voorverkoop meer kaarten hadden verkocht dan ze tot hun beschikking hadden, en die zo medeverantwoordelijk waren voor de 'chaos' waar alle kranten zo'n kritiek op hadden? Welke krant heeft de verhalen afgedrukt van wielrenners die gedetailleerd verslag doen van de dopingprogramma's waaraan ze worden onderworpen, van de pillen en de dagelijkse injecties met gevaarlijke stoffen die worden voorgeschreven door medici die meer weg hebben van drugsdealers dan van artsen.

In de Franse en Engelstalige pers bulkt het van dit soort artikelen waarin duidelijk aangegeven wordt hoe groot het probleem is. Of zou het soms - hoe wonderlijk - zo zijn dat de Nederlandse renners die het zo fantastisch doen in de Tour, alleen maar draaien op pindakaas en hagelslag? Zouden zij soms géén fietsende junkies zijn, zoals hun Franse, Italiaanse en Spaanse collega's?

Gewoontegetrouw vermengen de Nederlandse journalisten liever woorden en informatie op een zodanige manier dat ze anderen zwart kunnen maken, waarbij ze zwaarwichtige en absoluut ongepaste termen gebruiken als razzia's, heksenjacht, mafia en Dreyfus. Dat is immers toch veel mooier, en bovendien veel gemakkelijker! Maar zij die zulke woorden opschrijven praten uiteindelijk alleen maar de anti-Franse lezer naar de mond. En wat geeft het, als ze zich schuldig maken aan dezelfde knoeierij die ze afkeuren bij sommige van mijn Franse collega's die het Nederlandse drugsbeleid verwerpen zonder te onderzoeken welke ideeën eraan ten grondslag liggen of wat de resultaten ervan zijn.

Ik zou de laatste zijn om mijn Nederlandse collega's te vertellen dat ze de Franse pers moeten navolgen. In tegenstelling tot hen ben ik niet zo aanmatigend me op te werpen als representant van een 'gidsland' dat er altijd van overtuigd is alles beter te doen dan de anderen.

Ze moeten eens bij de Amerikaanse pers te rade gaan. Voordat het WK-voetbal begon, had Newsweek uiterst kritische stukken over Frankrijk gepubliceerd. Toen de opwinding weer gezakt was, koos het blad voor een koerscorrectie en riep het zelfs 'Hup Frankrijk!', niet alleen tegen de winnende voetballers, maar ook tegen het organiserende land. De New York Times gaf de Fransen zelfs een negen voor de begeleiding van het evenement. En dan heb ik het nog niet over het Spaanse El Pais, dat sprak van een 'fantastische organisatie'.

De International Herald Tribune verheugde zich er kortgeleden over dat de Franse justitie eindelijk de schroom van zich afwerpt en alles aanpakt wat voorheen taboe was, of dat nu de corrupte Franse politici zijn of de Tour de France.

In Nederland heeft alleen de correspondent van NRC Handelsblad geschreven over een terecht optreden van politie en justitie. Andere journalisten die van de gebeurtenissen verslag deden, gaven zich liever over aan het typisch Engelse 'French bashing'. Dat komt neer op het innemen van een haatdragende houding tegenover de Fransen, zonder acht te slaan op feiten en nuances, iets waarin vooral de tabloids, de Britse rioolbladen, erg goed zijn. Vormen The Sun en de Daily Mirror soms de nieuwe lichtende voorbeelden voor de Nederlandse media?