Koers moet wennen aan lopen in achterhoede

Marko Koers leek de grootste kanshebber op een medaille voor Nederland bij het aanstaande EK atletiek in Boedapest. Maar een blessure heeft de middenlange afstandsloper ver teruggeworpen. “Het is even slikken om achteraan te bungelen”, zegt hij.

HECHTEL, 3 AUG. Toen Marko Koers tien jaar geleden als jong talent bij Theo Joosten terecht kwam, gebruikte de trainer voortdurend het woord volharden. De hardloper begreep niet echt wat Joosten daar precies mee bedoelde. “Maar nu ga ik het steeds beter snappen. Ik mág nu niet opgeven”, zei hij zaterdag na de 800 meter in de Belgische Nacht van Hechtel.

Koers eindigde op de achtste plaats en hield alleen twee onbekende Belgen achter zich. Dat was voor iedereen wennen, vooral voor de atleet zelf. “Vorig jaar kwam ik hier naartoe om de wedstrijd te winnen, nu bungel ik achteraan. Dat is best even slikken.”

Hij was twee maanden uitgeschakeld met een stressfractuur aan de linkervoet. Nu werkt Koers aan zijn terugkeer en dat blijkt niet eenvoudig. “Het is moeilijk om in mezelf te blijven geloven”, bekende hij. Acht dagen geleden liep hij in Ingolstadt pas zijn eerste wedstrijd van dit buitenseizoen. Zijn tijd op de 800 meter, 1.47,90, stelde niets voor, maar voor Koers was het een begin. In Hechtel kwam hij zaterdagavond in 1.47,28 over de finish. “Ah, het is in ieder geval sneller”, zei hij, starend naar het blad met de uitslag. “Maar de tijd valt me wel een beetje tegen.”

Die past nog steeds niet bij een atleet van het kaliber-Koers. Zijn persoonlijke record staat op 1.44,01. Het Europees kampioenschap is dan ook nog heel ver weg voor Koers. “Het heeft pas nut om naar Boedapest te gaan als ik het gevoel heb dat ik daar de finale kan halen. Dan praat je over een tijd van 1.45. Gelukkig mag ik van de atletiekunie zelf beslissen of ik daar ga lopen of niet.”

Hij heeft nog twee weken. Het lijkt onbegonnen werk, maar Koers wil nog niet opgeven. “Er zijn atleten die zich niet bij wedstrijden laten zien als ze herstellen van een blessure. Die zijn bang hun trots te verliezen. Maar daar ben ik niet bang voor. Ik voel me echt niet minder nu ik hier achteraan loop. Voor mijn gevoel heb ik een maximale wedstrijd gelopen. Dat is het belangrijkste. Ik heb er niets aan om stilletjes in een hoekje te gaan zitten. En ik weet ook dat het in deze fase snel kan gaan met de vooruitgang.”

Uitpuffend, op zijn blote voeten, sprak Koers in Hechtel vooral zichzelf moed in. “Ik ben pas drie weken bezig en durfde hier toch weer door te gaan. Oké, het eindresultaat is misschien teleurstellend, maar ik heb er alles uitgehaald. Daarom moet ik er vrede mee hebben.”

Koers beseft ook dat geen topatleet blessurevrij zal blijven in zijn carrière. Voor de lange Nederlander betekent dit ongemak dat hij voor het eerst sinds 1992 niet het hele programma kan lopen.

Het jaar was voor Koers zo goed begonnen met zilver bij het EK indoor. Daarna trok hij met het nieuwste Nederlandse talent op de middenafstand, Gert-Jan Liefers, naar Zuid-Afrika voor een trainingskamp. Ze kwamen vrolijk terug en dat het Liefers goed heeft gedaan, bleek in Hechtel. Hij won in een veld van bekende atleten op indrukwekkende wijze de 1500 meter. Maar Koers voelde vlak na terugkeer uit Johannesburg ineens iets knappen in zijn linkervoet, hij kon niet eens meer gewoon lopen. Arts Peter Vergouwen zag vrijwel meteen dat het een stressfractuur betrof.

Koers kreeg een herstelprogramma met fietsen, zwemmen en krachttraining. De atleet kocht een mountainbike en vond het best leuk om er op te rijden en om de fiets te verzorgen. Op de dijken rondom Nijmegen ging hij er keihard tegenaan. “Ik heb misschien wel meer getraind dan normaal. Ik vergat soms dat ik alleen nog maar aan het herstellen was. Nu tijdens de wedstrijden word ik er pas weer echt mee geconfronteerd. Je ziet jongens waarmee je je normaal kan meten van je weglopen. Het is gewoon een moeilijke periode.”

Als hij het EK onverhoopt niet mocht halen, dan zal hij dit seizoen in ieder geval mentaal sterker zijn geworden. Koers: “Dat hoort ook bij de ontwikkeling van een topatleet. Daarom geef ik ook niet op, ik moet uit dit dal zien te komen.”