Intercommunie

Acht weken geleden bij het huwelijk van prins Maurits en Marilène van den Broek raakte kerkelijk Nederland in beroering over het half protestantse/half katholieke karakter van hun trouwdienst in Apeldoorn.

Vooral de deelname van prinses Juliana, prins Bernhard, prinses Margriet en andere niet-katholieken aan de katholieke versie van de 'maaltijd des Heren' leidde tot consternatie. Enerzijds werd hierin een verheugende vorm van oecumenisch, grensdoorbrekend gedrag gezien, anderzijds wist aartsbisschop Simonis nauwelijks wat hij ermee aan moest en heeft hij op het punt gestaan de ambassadeur van het Vaticaan in Den Haag te vragen of deze officieel bezwaar zou kunnen aantekenen bij de Nederlandse regering.

Acht weken later is de opwinding nog nauwelijks afgenomen. Vooral omdat er “als je de officiële liturgische teksten van de hervormde, gereformeerde en lutherse kerken voor de avondmaalsviering naast het officiële missaal van de rooms-katholieke kerk in Nederland voor de eucharistieviering naast elkaar legt, inhoudelijk eigenlijk geen enkel verschil is te bemerken”.

Dat zegt de 47-jarige gereformeerde theoloog, dr. Martien Brinkman, bijzonder hoogleraar aan de katholieke universiteit van Leuven en hoofdmedewerker van IIMO, het Interuniversitair instituut voor missiologie en oecumenica in Utrecht.

Brinkman die evenals zijn Utrechtse collega prof. A.W.J. Houtepen tot de voornaamste deskundigen op oecumenisch terrein wordt gerekend, vertelt over de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in protestantse en katholieke kring op het gebied van de avondmaals- of eucharistieviering sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) dat de katholieke kerk “bij de tijd” moest brengen.

Volgens Brinkman heeft het Concilie op dit gebied “een doorbraak temidden van gestolde verhoudingen teweeggebracht”. Vooral de protestantse avondmaalsviering heeft sterk onder invloed gestaan van de katholieke eucharistieviering. Bestond de avondmaalsviering vroeger vrijwel uitsluitend uit het voorlezen van bijbelteksten, tegenwoordig heeft zij dikwijls een katholiek-liturgisch karakter. Maar er blijven verschillen. Vooral in uiterlijkheden, onder meer ten aanzien van de gewaden van de voorgangers en wat betreft het knielen en het gebruik van wierook.

Bij protestanten was het avondmaal vroeger heel eenvoudig en sober, bij katholieken rijk-liturgisch. Bij een eucharistieviering was er bovendien altijd sprake van veel 'uiterlijke devotie' voor de hostie die naar zijn herkomst bestaat uit een dun, plat gebak van blank, ongezuurd en gewoonlijk helderwit tarwemeel. Katholieken gaan er eerbiedig en zorgvuldig mee om. Van “protestantse slonzigheid” is bij hen geen sprake, aldus Brinkman.

Bij het protestantse avondmaal wordt gewoon brood gebruikt. Ook crackers, matzes, Turks brood of stokbrood komen voor. Volgens Brinkman is het karakter van een protestantse kerkelijke gemeente onder meer aan het soort brood af te lezen. “Hoe progressiever, des te bruiner het avondmaalsbrood”.

Voor het overige zijn er weinig verschillen meer en loopt de beleving van de deelname aan de maaltijd des Heren onder katholieken en protestanten al geruime tijd nauwelijks meer uiteen. Naar zijn zeggen beleven beide categorieën gelovigen bij de deelname aan deze maaltijd de “werkelijke aanwezigheid van Christus”.

Voor katholieken geldt in dit verband volgens de Nieuwe Catechismus dat men het zich niet zo moet voorstellen “als zou Christus' lichaam in heel kleine maat onze mond binnengaan”. Maar volgens hetzelfde document moet men zich ook hoeden voor een zuiver symbolische uitleg omtrent Christus' aanwezigheid.

Wat deze aanwezigheid betreft geldt volgens Brinkman dat die, noch bij katholieken, noch bij protestanten, door een bepaald teken of gebaar of door speciale woorden van een priester of predikant wordt bewerkt, maar door tussenkomst van de heilige geest. Volgens Brinkman hebben katholieken en protestanten daarover al bijna dertig jaar lang in allerlei officiële verklaringen dezelfde standpunten ingenomen. Reden temeer, aldus Brinkman, om deze overeenstemming vast te leggen in regelingen voor gemeenschappelijke vieringen. Als pastorale overwegingen, ofwel de belangen van de gelovigen, werkelijk voorop zouden staan, dan zouden er volgens Brinkman al heel snel passende regelingen voor de intercommunie tot stand kunnen komen.

Vooral het grote aantal gemengd gehuwden zou daarmee gediend zijn.