In deze contreien spring ik slootjes

Polsstokverspringen is een typisch Friese sport. Daar noemen ze het trouwens fierljeppen. Zelf ben ik opgegroeid in de provincie Utrecht, maar vlak bij ons huis was zowaar een polsstokverspringschans. Daar ging ik als meisje regelmatig kijken. Ik vond het mooi om te zien. Spannend vooral. Er viel er natuurlijk ook weleens een in het water.

Mijn broer werd als eerste lid van een club. Ik wilde ook, maar m'n ouders vonden het aanvankelijk maar niks voor een meisje. Een jaar later mocht ik toch ook lid worden. Ik bleek een redelijk talentje. Ik ben best wel een beetje een durfal en liep bijvoorbeeld door met m'n aanloop. De meeste meisjes en vrouwen remmen vlak voor ze de polsstok pakken toch een beetje af. Ik kon ook redelijk de stok inklimmen. Daarvoor heb je kracht in je armen en benen nodig.

In Nederland doen ruim tweehonderd mensen aan polsstokverspringen, en dan vooral mannen en Friezen. Ik denk niet dat mijn Nederlandse titel van vorig jaar een grote verrassing was voor de Friezen. Ze kenden me al langer, een jaar eerder was ik namelijk tweede geworden. Dit jaar verdedig ik mijn titel niet, omdat ik zwanger ben. Maar volgend jaar hoop ik weer van de partij te zijn.

Buiten Friesland is polsstokverspringen nog altijd een vrij onbekende sport. Ik moet regelmatig uitleggen wat het nu precies is. De meeste mensen in deze contreien - ik woon nu in Zuid-Holland - noemen het slootje springen. Ik vind het wel jammer dat het zo onbekend is. Ik heb er veel voor over, train toch zo'n twee à drie keer per week en ga zomers ook minder op vakantie. En als ik ga, is het meestal naar Friesland. Dan kan ik ook altijd een paar wedstrijden meepikken.