Hardnekkig

“Ik kijk als een antropoloog naar vreemde volkeren”, zei Renate Dorrestein, de eerste gast dit jaar in VPRO's Zomergasten. De uitspraak had betrekking op het gegeven dat Dorrestein, zelf geen moeder, een groot aantal fragmenten had uitgekozen waarin het gezin in de traditionele samenstelling centraal stond.

Maar de uitspraak kon staan voor de gehele aflevering. Dorrestein was in zekere zin de ideale gast voor deze uitzending, omdat je uit de keuze der fragmenten een bepaalde interessesfeer, en levenshouding kon afleiden.

Zomergasten is in meerdere opzichten een uniek programma. Het duurt zo'n vier uur, in een tijdperk waarin programmamakers zich in toenemende mate naar de 25 minuten zien teruggedrongen. Dan kan er lekker veel reclame in de programmering en blijft, als de uitzending geen succes is, de schade beperkt.

Ook uniek is, in een tijd waarin programmaformules steeds sneller over elkaar heen buitelen, dat Zomergasten al zoveel seizoenen meegaat. Aanvankelijk werd het gepresenteerd door VPRO-journalist Peter van Ingen en in die eerste jaren is ook de faam van de uitzending ontstaan dat het niet alleen een aaneenschakeling van bekende en geliefde televisiefragmenten is, maar ook een diepgaand interview met de gast.

Ik weet niet waarom, maar na een aantal jaren las en hoorde je plotseling dat Zomergasten bij Peter van Ingen niet in goede handen was. Hij zou als interviewer niet voldoende persoonlijkheid hebben, niet genoeg tegen zijn gasten zijn opgewassen. Het onzalige idee ontstond, dat de centrale presentatie van Zomergasten in handen moest komen van iemand die door zijn persoonlijkheid ook zelf een attractie zou zijn.

Freek de Jonge en Wim T. Schippers hebben mogen aantonen dat het hier een pijnlijke denkfout betrof. Gast na gast werd aan het oog onttrokken door hun assertieve persoonlijkheid. Wie er ook werd uitgenodigd - het werd altijd een avondje Schippers, c.q. De Jonge.

Het presenteren van Zomergasten is, kortom, een journalistieke werkzaamheid, waarvoor je iemand nodig hebt die, zonder in onbeduidendheid te vervallen, ernaar streeft de gast zoveel mogelijk te laten uitkomen, en er geen behoefte aan heeft voor eigen rekening te scoren.

In Hanneke Groenteman heeft de VPRO zo'n presentatrice gevonden. Wie, sedert jaren, eerst voor de radio en later voor de televisie mensen interviewt, kent die behoefte om zelf te schitteren niet, of hoeft het althans niet van een avondje te hebben. Het aardige van Groenteman is daarbij dat zijzelf altijd een persoonlijke belangstelling voor de ondervraagde aan de dag legt, of weet te suggereren.

Evenmin vervalt ze tot zwijgzaamheid, wanneer het gesprokene haar even niet bevalt. Of voelt ze zich persoonlijk aangesproken wanneer de ondervraagde even boos wordt of probeert de interviewster te schofferen - iets waartoe ondervraagden in hun zenuwachtigheid soms overgaan. Maar hardnekkig is Groenteman wel. Nadat Dorrestein helemaal aan het begin nogal heftig afwijzend had gereageerd op vragen over haar gezondheid, kwam dit onderwerp in de loop van de avond nog menigmaal, en met vrucht, aan de orde.

En Groenteman laat niet over zich lopen. Ook niet geheel tot tevredenheid van de schrijfster liet de presentatrice weten het geheel niet eens te zijn met Dorresteins veroordeling van het werk van Paul de Leeuw.

Wat in al die jaren Zomergasten ook is veranderd, is de manier waarop televisie functioneert in de samenleving. Tien jaar geleden was de kabel al tot de Nederlandse huishoudens doorgedrongen, maar toch kon je ervan uitgaan dat - althans uit de kring van kunstenaars en intellectuelen waaruit Zomergasten de invités betrekt - iedereen toch nog zo'n beetje dezelfde programma's had gezien. Door de grote toename van tv-programma's kan Zomergasten hoe langer hoe minder drijven op het herinnert u zich deze nog-effect en wordt de belevingswereld van de gast als leidraad steeds belangrijker. En daarmee de rol van de interviewer. Met Groenteman kan Zomergasten, als je mij vraagt, nog vele jaren mee.