Gevechten in Kosovo gaan door

PRIŠTINA, 3 AUG. Tienduizenden Albanese ontheemden zijn in het nauw gebracht door de voortgaande gevechten tussen Servische ordetroepen en het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK.

Een woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR schatte vanochtend dat de afgelopen week 30.000 Kosovo-Albanezen op de vlucht zijn geslagen voor het Servische offensief. Het totale aantal ontheemden en vluchtelingen in Kosovo komt zo op 180.000 mensen.

Een internationaal konvooi van veertien trucks met hulpgoederen is gisteren naar de zuidelijke stad Prizren gereden. Het UNHCR slaagde erin voedsel af te leveren bij vijfhonderd vluchtelingen die zich verscholen in de bossen ten noordwesten van Mališevo, de dinsdag veroverde 'hoofdstad' van het UÇK. “Als er niet snel een polieke oplossing komt, staan we op de drempel van een humanitaire ramp”, zei een UNHCR-woordvoerder. Volgens de Amerikaanse speciale gezant Christopher Hill heeft de Joegoslavische president Miloševic zich vrijdag persoonlijk garant gesteld voor de veiligheid van de hulpverleners.

Centraal-Kosovo was dit weekeinde opnieuw toneel van felle gevechten, ondanks verzekeringen van Miloševic dat het offensief tegen het UÇK is afgelopen. De wegen van de hoofdstad Priština naar Pec en Prizren werden voor alle verkeer afgesloten na zware schermutselingen tussen het UÇK en de Serviërs, die zich volgens dienstdoende agenten vooral concentreerden rond het vorige week ingenomen bolwerk Lapusnik. Journalisten zagen brandenden huizen in tientallen dorpen in Centraal-Kosovo. Het dorpje Nekovce, waar naar schatting vijfduizend ontheemden zijn samengetrokken, werd met mortiers beschoten.

Volgens een UÇK-commandant in Likovac, waar zich een hoofdkwartier van het UÇK bevindt, openden de Serviërs dit weekeinde de aanval op dertien nieuwe dorpen. Hij stelde dat “het UÇK niet verslagen is” en “de aanvallen ons alleen maar sterker maken”. Enkele van zijn recruten erkenden evenwel dat ze de Serviërs niet konden tegenhouden. “Onze wapens zijn te licht, we kunnen onze dorpen niet verdedigen.”

In het zuiden, bij de grens met Albanië, namen Servische troepen met luchtafweergeschut het dorp Prilep onder vuur. Eerder zou daar een Servische agent zijn gedood. In het stadje Mališevo, dinsdag heroverd op het UÇK, werd zaterdag een Servische agent doodgeschoten door een sluipschutter.

Volgens Servische kranten zijn de afgelopen week 42 agenten gedeserteerd. De agenten zouden woedend zijn geweest dat ze geen steun kregen van de artillerie - ofwel van het Joegoslavische leger - bij een gevecht met UÇK'ers. Voorts zouden 22 agenten, voornamelijk moslims, uit Novi Pazar ontslag hebben genomen. Novi Pazar is de hoofdstad van de Sandzhak, een moslimgebied in Servië. (AFP, AP, Reuters)