Ergernis over 'botte werkwijze' van Franse justitie

Theo de Rooy van de Rabobank liep twee weken 'paranoïde' rond, uit angst voor een inval van de Franse politie. Het wielerpubliek vervloekte justitie. Intussen zint Tourdirecteur Leblanc op verdere maatregelen tegen doping.

PARIJS, 3 AUG. Dopingaffaires, politie-invallen, arrestaties - het imago van de Tour de France heeft de afgelopen maand een stevige opdonder gekregen. Desondanks is het enthousiasme van de wielerfans gebleven. “De Tour is dood, maar er is veel volk op de begrafenis”, merkte ploegleider Walter Godefroot van Telekom zaterdag op in Le Creusot, waar tienduizenden supporters de vermoeide Tourhelden hun tijdrit zagen voltooien.

De Franse toeschouwers bleven de hele Grande Boucle partij kiezen voor de renners, van wie ze ware martelaars maakten. Ze vervloekten justitie en bespuwden herhaaldelijk de chique rode auto van Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc, die het waagde de met doping besmette (Franse) formatie Festina naar huis te sturen. “Ik heb met u te doen, Walter”, zei een Vlaamse handtekeningenjager tegen Godefroot. “Bent u ook lastiggevallen door die flics van justitie?”

De nuchtere Godefroot, chef d'équipe van de verslagen vedette Jan Ullrich, heeft zich geërgerd aan de “botte werkwijze” van de politiespeurders, bedreigd heeft hij zich niet gevoeld. Zijn collega Theo de Rooy van de Rabo-ploeg daarentegen zei “twee weken paranoïde te hebben rondgelopen”. “Stel dat justitie ook bij ons huiszoeking was gaan doen. In Aix-les-Bains heb ik een buisje met voedingssupplementen in de wc doorgespoeld. In mijn auto lagen finimal-achtige tabletten, die cafeïne bevatten. Die heb ik weggegooid, want cafeïne is doping”, vertelde De Rooy.

De Raboploeg gebruikt volgens De Rooy infusen om de renners “fysiologisch water met een zoutoplossing” toe te dienen. “Misschien noemen de rechercheurs dat ineens een doping-maskeringsmiddel. 'Hup, mee jij', zouden ze bij het zien daarvan tegen me kunnen roepen. Voor ze in een lab hebben onderzocht wat het echt is, zit ik twee dagen op water en brood in de cel, nadat ik in een auto ben geduwd door de politie. Pers en camera's eromheen, mijn god, nee ik moest er niet aan denken.”

“De schrik zit bij ons zeker en vast niet in de benen”, grijnsde ploegleider Patrick Lefèvere van Mapei in Le Creusot, “want we hebben vijf etappes gewonnen.” Hij was niet benauwd geweest (“wij hebben niets te verbergen”), maar zei zich te hebben gestoord aan “de geilheid” van justitie. “Ze wilde per se scoren, ze zal lang hebben uitgekeken naar de julimaand.” De aanpak van de rechercheurs was volgens Lefèvere heel gericht. “Liefst veertien agenten haalden bij de équipe Les Françaises des Jeux de hele tent overhoop, naar ons werd niet eens gekeken, terwijl we in hetzelfde hotel zaten.”

Tijdens de door renners als 'razzia's' omschreven speuracties van justitie en politie vielen vaak de namen van de ploegartsen. Drie van hen (Ryckaert van Festina, Michailov van TVM en Terrados van Once) zijn opgepakt. Directeur Emile Vrijman van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) zei vorige maand dat de Tourartsen dikwijls “fans van van de renners” zijn en daardoor “over de grens” kunnen gaan bij de begeleiding. Hij pleitte voor het aanstellen van neutrale artsen, die in de Tour jaarlijks rouleren onder de ploegen. De Rooy vindt het geen goed idee. “Onze dokter (Leinders) werkt het hele jaar bij ons team. Hij kent de coureurs, heeft een goede band met hen. We zouden hem niet graag uitlenen.”

De Rooy vertelde dat hij bij de Tourstart “een zeker voorgevoel” had dat zich in La Grande Boucle dopingproblemen zouden voordoen. “Ik heb me eraan geërgerd dat Festina Christophe Moreau op de deelnemerslijst had staan. Die was in het Criterium International positief bevonden, óók bij de contra-expertise. Hij had moeten worden geschorst. Maar dankzij een traag werkende papierwinkel is zijn zaak gerekt zodat hij, volgens de Franse wet, niet kon worden geweerd in de Tour. Hij wordt pas geschorst in de winter, tjdens het cyclo-cross-seizoen. Ook dat kan in Frankrijk.”

Tourbaas Leblanc liet zich dezer dagen ontvallen dat hij in de Ronde van Frankrijk in 1999 twee rustdagen wil invoeren, zodat de renners beter kunnen herstellen en de klus clean kunnen klaren. De Rooy ziet weinig in het plan. “Coureurs houden niet van rustdagen, die verstoren hun ritme.” Zijn collega Godefroot is positiever. “Aardig idee, maar dan moet Leblanc ervoor zorgen dat de renners op zulke dagen ook rust krijgen. De rennershotels moeten aan een rustige weg liggen en pers en televisie dienen weg te blijven.”

Leblanc verklaarde ook dat in de Tour van '99 geen renners zullen worden toegelaten die eerder dat jaar bij een dopingcontrole door de mand zijn gevallen. De hoogste Tourbaas, bijna tien jaar aan de macht, wil daarmee een bijdrage leveren om “de vuile Tour schoon te maken”. Leblanc zei te zijn geschrokken van de dopingaffaires. “Ik heb ze helaas niet zien aankomen”, gaf hij toe in een vraaggesprek met Le Figaro. “Men heeft me daarom bekritiseerd, gezegd dat ik een hypocriet was. Maar ik wist van niets. Zoals de hele wereld had ik horen praten over EPO, maar ik had geen idee van de handel, het methodisch gebruik ervan of van maskerende middelen en al het andere.”

De Tourdirecteur, zelf ex-coureur ten tijde van Anquetil en Merckx, herinnerde zich dat in die periode weinig doping werd gebruikt. “Het ging om enkele milligram amfetamine. Die dingen bestaan tegenwoordig niet eens meer. Ik reed mijn eerste Tour, in 1968, met een vitaminecoctail, ergadyl, een kleinigheid, prul ja. In 1970 fietste ik mijn tweede Tour, op hetzelfde middel. Toen heb ik wel spullen als corticoïden in het peloton zien aankomen.”

In het algemeen was doping tijdens zijn actieve loopbaan niet meer dan een middel om even een inzinking te boven te komen, stelde Leblanc. “Die tien of vijftien milligram amfetamines die men nam, was om niet in te storten na een supperrit van 260 kilometer, die toen nog bestonden. Nu is de doping bedrog bij het spel geworden.”

In zijn betoog vertelde Leblanc niet dat het dopinggebruik in de Tour na 1967 (tijdelijk) sterk was afgenomen. De schrik zat er flink in na het drama rondom Tommy Simpson, die 31 jaar geleden bij de beklimming van de Mont Ventoux stierf aan de gevolgen van een combinatie van alcohol- en drugsgebruik. Leblanc verhaalde ook niet van de jaren vijftig, toen de Fransman Mallejac herhaaldelijk zo uit de dopingpot snoepte dat hij zittend op de fiets niet meer uit zijn ogen kon kijken. En Leblanc vergat de Italiaan Marinelli die, liggend op de grond, met het schuim op de mond, dankzij hartmassage van Tourarts Dumas in leven kon blijven. Zou de ex-renner, ex-journalist en groot organisator Leblanc niet weten dat de doping zo oud is als de wielersport zelf?