Computer

Scholing. Ik krijg geel in mijn handen gedrukt: de kleur voor educatie. Op de gang staat al een tiental schoolgangers klaar. De meesten gaan voor Nederlands, een paar voor crea en twee voor computer.

“Hoe schrijf je 'visafslag' en wat is dat?” wil Carlos, de Argentijn, nog snel weten. Al wekenlang help ik hem met zijn oefeningen. Hij wil zo snel mogelijk door taal heen om dan naar computer te kunnen: iets dat alle buitenlanders willen - computer is het hoogste dat er is.

Op computer zijn bijna alle apparaten al bezet. De meeste staan op spelletjes; de juf is er nog niet en de dienstdoende blauw kan het allemaal geen donder schelen. Computer is voor hem hetzelfde als de lucht of wat dan ook: een paar gedetineerden die in de gaten moeten worden gehouden. Hij dient zijn computeruurtje wel uit.

“Wat hebben we vandaag? ...De A-22, A-25, B-17, B-31, C-112, C-124... Waar is C-128? Oh, ik zie het al, Iso... En waar is D-120, oh, die heeft advocaat... Jongens, het is hier geen coffeeshop!” Vermanend priemt zijn vinger naar een paar herriemakers in de hoek.

De juf komt binnen. Snel wordt naar de les overgeschakeld. De meesten zijn nog in het begin, en dat zal voorlopig wel zo blijven ook. Want wat wil je als de lessen om de haverklap uitvallen, omdat er geen computerblauwe beschikbaar is, de juf niet kan of je zelf vanwege celstraf bent verhinderd?

Een Blok-D'er die nog op een kaartspelletje staat, krijgt direct een waarschuwing. “Nog een keer en je komt er de eerste drie keer niet meer in.” IJverig noteert de blauwe hem in zijn boekje.

Na twintig minuten is er koffie. Voor velen het belangrijkste moment van de les. Je krijgt hier koffie in een kopje met echte suikerklontjes; heel wat anders dan de agressievrije plastic bekertjes en loodzware korrels op cel. Bovendien kun je als je geluk hebt, ook nog twee kopjes krijgen. Vandaag zit het niet mee. Na één kopje is het afgelopen.

“Waarom zet je niet meer, Joego?”, sist een Antilliaan.

“Pakken waren leeg.” Dreigend staart de Joego hem aan. Hij heeft het meestbegeerde baantje dat er is en wil geen gezeur: altijd goede koffie en hij komt overal.

Na de koffie is er gezeik. De Marokkanen proberen de software van een landgenoot die op de zwarte lijst staat, te ontregelen. Razendsnel razen hun vingers over de toetsen. De Marokkaan zelf verzet zich met man en macht. Maar veel speelruimte heeft hij niet met twee tegen een en schreeuwen durft hij al helemaal niet. Als hij dat doet, kan hij het helemaal wel vergeten. Bewakersverraad is het ergste dat er is. Binnen een mum van tijd is zijn scherm één grote zwarte vlek.

“Wat is hier in godsnaam aan de hand?” Hoofdschuddend kijkt de juf hem aan.

“Ja, ik weet niet wat ik heb gedaan, maar in één keer was alles weg.”

“Ja, ja, dat zal wel.” Argwanend kijkt ze hem aan. Ze kent haar klanten onderhand wel. Maar hij geeft geen krimp. Behoedzaam toetst ze het menu er weer in.

“Wat staat hier?” De Antilliaan geeft me zijn handleiding. Hij begrijpt er geen bal van. De zinnen zijn te lang en te ingewikkeld. Voor de zoveelste keer leg ik hem de richtlijnen voor printen uit. Maar het helpt niks. Voor de evenzoveelste keer komt er blanco uit het apparaat.

“Dat fucking ding is kapot, man, ik weet het zeker.”

“Waar ben jij, Verschuur?”

Vermoeid kijkt de juf me aan. Het is haar derde en laatste les. Wie weet hoeveel gezeur ze al achter de rug heeft.

“Niet slecht, niet slecht”, mompelt ze. Na een paar weken heb ik het hele menu onder de knie. Zo'n goeie leerling heeft ze misschien nog nooit gehad.