Winst in de wijken; Het bedrijfsleven begeeft zich in de stadsvernieuwing in Enschede

De gemeente Enschede gaat samen met Albert Heijn, McDonald's en Blokker werken aan de revitalisering van achterstandswijken in Enschede-Noord. Een nieuw staaltje ethisch ondernemen, of de ontluikende privatisering van de stadsvernieuwing? 'Wij geloven in een resultaatgerichte benadering.'

Waarom ik uit Deppenbroek ben verhuisd”, zegt een vrouw van middelbare leeftijd vinnig. “Die buurt holde gewoon achteruit.” Resoluut rijdt deze verloren dochter van Deppenbroek haar volgeladen wagentje het winkelcentrum uit, dat van buiten met zijn raamloze muren de uitstraling heeft van een crematorium. Dan koerst ze naar een andere Enschedese wijk, waar het kennelijk beter toeven is.

Deppenbroek behoort tot de armste stukjes Enschede, al valt dat door de ruime straten en het vele groen van buiten niet zo op. Maar de bewoners van de sobere eengezinswoningen en flatgebouwen uit de jaren zestig weten beter. “De gemeente heeft de boel al heel lang verwaarloosd”, zegt de bejaarde voorbijganger D. Muskee, die er al 31 jaar woont. “Veel mensen zouden nog liever vandaag dan morgen vertrekken.”

Dat nu is precies wat de gemeente Enschede èn een groep grote bedrijven, die zich heeft verenigd in het landelijke Overlegplatform Stedelijke Vernieuwing (OPS), willen voorkomen. Een dergelijke samenwerking is niet eerder in Nederland vertoond. Dat de overheid zich ontfermt over achtergebleven wijken, wekt geen verbazing. Maar wat is er plotseling in het Nederlandse grootkapitaal gevaren? Is de zucht naar winst ondergeschikt gemaakt aan liefdadigheid in een verarmde wijk?

Het blijkt bij nader inzien om een verstandshuwelijk te gaan, waarbij de gemeente en het bedrijfsleven elk hun eigen rendement nastreven: de gemeente wil tevredener bewoners, de bedrijven zien dat ook graag: tevredener burgers geven doorgaans meer geld uit in winkels en voor andere diensten. “Natuurlijk hopen wij als bedrijven op langere termijn de vruchten te plukken van onze inspanningen”, zegt Rob Crassee van Ahold Vastgoed, die als secretaris van het platform optreedt. “Wat goed is voor de wijk, is ook goed voor ons. Wij willen onze krachten met die van de overheid bundelen, zodat alle partijen er beter van worden.”

“We kunnen natuurlijk niet van de lucht leven”, bevestigt Ingeborg Posthumus van McDonald's. “Maar bij ons is het al jaren normaal om bij de maatschappelijke omgeving betrokken te zijn. Mensen die zich bij ons melden om een restaurant te openen en kennelijk alleen maar geld willen verdienen, worden niet geaccepteerd. Dat is ook altijd het uitgangspunt geweest van de Amerikaanse oprichter van McDonald's: we hebben de morele plicht iets terug te doen voor de samenleving.” Daarom heeft het bedrijf in Nederland de laatste jaren tien McDonald's-huizen geopend. Ze zijn bedoeld voor ouders van kinderen met kanker en liggen op loopafstand van academische ziekenhuizen.

Vitaliseren

Het initiatief in Deppenbroek wordt niet over de hele linie verwelkomd. “Ik zou liever hebben gezien dat de gemeente het gewoon op eigen kracht deed”, meent buurtbewoner Muskee. “Die bedrijven willen er natuurlijk alleen zelf beter van worden.” Dat wantrouwen leeft onder veel bewoners, zegt ook Jan Bron, stadsdeelcoördinator in Enschede-Noord. Muskee betwijfelt of de gemeente wel oprecht is. Volgens hem is die eigenlijk meer geïnteresseerd in een prestigeproject in de binnenstad. Daar wordt het Van Heekplein ingrijpend gerenoveerd, waarbij er onder meer een nieuw casino zal verrijzen.

De bedrijven van het OPS onderstrepen dat het hen niet louter om geld te doen is in Enschede. “Onze medewerking aan het project zal natuurlijk niet vrijblijvend zijn”, zegt Crassee. “We zullen daaraan zelf concrete dingen bijdragen. Het is bepaald niet onze bedoeling op deze manier subsidies aan te boren.”

Met de oprichting in mei van het Platform gaven de bedrijven gehoor aan een oproep van de staatssecretaris voor het Grotestedenbeleid, Jacob Kohnstamm (Binnenlandse Zaken), om na te denken over de vraag hoe zij konden bijdragen aan het vitaliseren van de Nederlandse steden. Ahold (Albert Heijn) nam de handschoen op en benaderde andere bedrijven. In het platform zitten acht grote bedrijven: naast Ahold ook Blokker, McDonald's, Postkantoren BV en vier uit de woningbouwwereld. “Steden zijn voor ons land economische, sociale en culturele krachtbronnen”, aldus een verklaring bij de oprichting. “De vitalisering van onze steden staat hoog op de agenda.”

De oprichtingsverklaring was maar net verschenen of Enschede, die bestuurd wordt door een brede coalitie van PvdA, CDA en VVD, stond al klaar met een plan voor het opknappen van Deppenbroek en de omliggende buurten Mekkelholt, Roombeek en Roomveld. Als het experiment in Enschede gunstig uitpakt wil het platform ook projecten in andere gemeenten aanvatten. Secretaris Crassee: “Wij geloven in een resultaatgerichte benadering.”

Kennis en fondsen

Het Enschedese project is een product van de tijdgeest van de jaren negentig. Overheid en bedrijfsleven, die elkaar in het verleden vaak als melaatsen behandelden, hebben inmiddels elkaars onvermoede kwaliteiten ontdekt, waaronder specifieke kennis en fondsen. Dit proces viel samen met een groeiend besef van eigen tekortkomingen. “We ontdekten beiden dat we de problemen niet alleen konden oplossen”, stelt Rolf Jongedijk, beleidsadviseur van de gemeente en een van de stuwende krachten achter het akkoord van Enschede. “Door samen te werken kun je de beschikbare gelden van beide kanten efficiënter besteden. De bedrijven wezen ons er op dat vooral in de sociaal-democratische gemeenschap vaak de neiging heeft bestaan de zaak te zeer in eigen hand te willen houden. Daar moeten jullie van af, zeiden ze.” Anderzijds erkennen steeds meer ondernemers dat er ook een ethische kant aan hun werk zat en zijn ze - binnen bepaalde marges - bereid daarvoor offers te brengen. “We maken in Nederland al enkele jaren een proces door van een herdefiniëring van de rollen van overheid en bedrijfsleven”, zegt Crassee. “Het is nog niet duidelijk waar dat in zal uitmonden.”

Het experiment van Enschede moet de grenzen voor die samenwerking helpen bepalen. Tot dusverre is er echter nog geen paal de grond in gegaan, afspraken over ieders financiële bijdrage zijn er evenmin. De leden van het platform hebben afgesproken dat dat steeds op ad hoc basis zal geschieden. Zo willen de partijen meer personeel uit de buurt werven voor vacatures bij bedrijven in Deppenbroek en omgeving. De bestaande huizen zullen worden gesloopt of opgeknapt en er zullen nieuwe huur- èn koopwoningen van hoger kaliber worden bijgebouwd, deels op oude fabrieksterreinen. De vier deelnemende woningbouwbedrijven, die direct of via dochterbedrijven al een belangrijk deel van de woningen in Deppenbroek bezitten, zullen hierbij - met hulp van de gemeente - naar verwachting het voortouw nemen.

Het crematoriumachtige winkelcentrum zal, ook van buiten, worden opgeknapt om faciliteiten te bieden aan beginnende ondernemers. De kosten en planning hiervan komen vooral voor rekening van de bedrijven. McDonald's overweegt een restaurant in Deppenbroek te openen. Bovendien zal er op kosten van de overheid een hoogwaardig nieuw wijkcentrum worden gebouwd. Zowel de gemeente als de bedrijven willen verder de lokale bevolking via regelmatige consultaties zoveel mogelijk betrekken bij het initiatief.

Rokende schoorstenen

Met stedelijke neergang hebben de bewoners in Enschede al decennia meer te maken dan hun lief is. Nog steeds is de stad niet geheel bekomen van de dramatische ineenstorting van de textielindustrie in de jaren zeventig en tachtig. Wie halverwege de jaren zestig vanaf een kerktoren op Enschede neerkeek, kon nog zeker zestig rokende schoorstenen om zich heen zien van textielbedrijven. Inmiddels is er nog maar een handjevol over. In 1950 werkten er 21.000 arbeiders in de textiel, in 1981 waren het er nog maar 2.500.

De werkloosheid in Enschede liep met sprongen omhoog. Lang hadden de meeste textielarbeiders niet doorgeleerd, waardoor ze elders niet makkelijk inzetbaar waren. In de jaren tachtig verslechterde de toestand in Enschede zozeer dat de gemeente gedurende enkele jaren 'artikel-12-gemeente' werd en daarmee onder financiële curatele van het rijk werd geplaatst.

Vooral in wijken als Deppenbroek, waar veel textielarbeiders waren neergestreken, liet de ineenstorting van de branche diepe sporen na. Aan de buitenkant springt de misère dankzij het vele groen niet direct in het oog. “Maar achter de ramen zit hier vaak een hoop ellende”, zegt stadsdeelcoördinator Bron. “De mensen hier zijn dikwijls werkloos en laag opgeleid. Bovendien zijn de inkomens laag.”

“In sommige wijken heb je mensen die inmiddels al een paar generaties werkloos zijn”, zegt PvdA-wethouder van werk en onderwijs Eric Helder. “Daar weten kinderen niet eens wat het is wanneer hun vader 's morgens de deur uitgaat naar zijn werk.” Dat geldt niet in de laatste plaats voor de buitenlandse werknemers uit Turkije en Marokko, die sinds de jaren zestig in steeds groteren getale arriveerden.

Een van hen is H. Kayhan (57), een Turkse gastarbeider die al sinds 1981 in Enschede verblijft. Eerst in een goedkoop pension, maar al vrij snel met zijn gezin in een woning in Deppenbroek. Zes jaar werkte hij in een textielfabriek tot ook die op de fles ging. “Sindsdien ben ik werkloos”, zegt Kayhan. Hij glimlacht verlegen en maakt maar weer eens een rondje door het winkelcentrum.

Terwijl de rest van Enschede geleidelijk aan opkrabbelde, mede dank zij de Technische Universiteit en bedrijven als Grolsch en Vredestein, bleef Deppenbroek kwakkelen. De criminaliteit groeide er snel. “Veel inwoners gingen liever een straatje om, als ze weer een groepje allochtone jongeren voor het winkelcentrum zagen. Bovendien waren er veel inbraken”, vertelt Bron. “Zo sloop een gevoel van onveiligheid de wijk binnen.” Inmiddels is de toestand iets verbeterd, mede doordat er een speciale ongeüniformeerde agent is aangesteld in de wijk, die een oogje moet houden op de jongeren. Ook elders in Enschede zijn er sinds vorig jaar naast 'gewone' wijkagenten zulke jeugdagenten werkzaam.

Op het stadhuis beseft men terdege dat er veel op het spel staat. Ook bij het opknappen van het Van Heekplein in het centrum van de stad hebben overheid en bedrijfsleven elkaar de hand gereikt. Voor een casino op een dergelijke locatie, zo geeft wethouder Helder toe, is het niet moeilijk veel geld los te krijgen. “In Deppenbroek is de uitdaging veel groter. Daar moeten we laten zien dat we het niet alleen op een gouden plek in de binnenstad kunnen, maar ook in een achtergebleven wijk.”