Wereldpolitiek

Voor moralisten is dit geen eenvoudige zaak; want welke moraal is hier van toepassing, wat is de grondslag voor het oordeel?

Laten we de huwelijkstrouw het eerst gelden, dan is de president schuldig. Want of Monica Lewinsky de waarheid spreekt of niet, ze is al jaren geleden voorafgegaan door Gennifer Flowers. En of Paula Jones gelijk heeft is niet opgehelderd.

Laten we de moraal van een andere loyaliteit voorgaan, dan zijn in ieder geval de twee eerstgenoemde dames in het nadeel. Eerst raakten ze met de president op goede voet, daarna heeft Gennifer haar desbetreffende memoires plus een fotosessie van zichzelf aan Penthouse verkocht, en nu pacteert Monica met de doodsvijand van haar ex-minnaar (of gefantaseerde ex-minnaar - dat moet nog bewezen worden). Ze heeft zelfs een jurk ingeleverd. Kledingstuk met romantische herinneringen, of met een geweldige verborgen bewijskracht en bedrijfskapitaal? Gemeten naar de maatstaven van de loyaliteit is het klassiek: een variant op het mes in de rug. Dit vraagstuk raakt eerder de moraal van jongemeisjes.

Hierbij komt dan nog de moraal van vriendinnen onder elkaar. Monica heeft het verhaal van haar romantische avonturen aan haar vriendin Linda Tripp verteld. Die heeft alles op de band opgenomen zonder dat Monica het wist. Daarna heeft ze de wereld bij benadering laten weten wat er op de bandjes staat. Een deel van de wereld waardeert dat niet. Nu, na een half jaar, verschijnt ze op de televisie, trillend van de zenuwen, en verklaart dat ze een goed burgeres is, die het niet verdient zo gemeen te worden behandeld. Hier gaat dus de moraal van de vriendin over in die van de staatsburgeres.

En nu zijn we eigenlijk al op het gebied van de politieke moraal. Laten we die gelden, dan is de president schuldig. De Gaulle heeft gezegd: 'Een president heeft geen vrienden.' Dat bedoelde hij imperatief. Nu blijkt, mutatis mutandis: 'Een president heeft geen vriendinnen.' Nou nou! zal men zeggen. En Lodewijk XIV dan? En Napoleon, Mitterrand, Kennedy? Zijn we die vergeten? Nee, maar dat waren andere tijden.

Zo komen we vanzelf op de moraal van deze tijd. Een jaar of veertig geleden is de seksuele revolutie uitgebarsten. Een jaar of dertig later is de zegetocht van de vrije markt begonnen. Beider bakermat is Amerika. Onweerstaanbaar hebben de twee bevrijdingsbewegingen de rest van de wereld veroverd. Bekeken van economisch gezichtspunt - zonder een moraal te laten gelden, maar volgens Schumpeter die zegt dat ondernemen bestaat uit het scheppen van nieuwe combinaties - dan zijn er weinig die de groei zo zichtbaar hebben bevorderd als de seksuele revolutie met de vrije markt. Volgens de moraal van deze tijd is er meer dan ooit toegestaan en wordt er meer geld mee verdiend. Kijk maar in de tijdschriftenwinkels, of op Internet, of in de Gouden Gids. In die van New York beslaan de escort-services in de laatste editie vijftig pagina's. De kerken hebben er vier.

Waarom dan een president lastig gevallen met beschuldigingen die bovendien nog bewezen moeten worden? Om te beginnen natuurlijk omdat hij de president is. Al zou het hele land tot zedeloze razernij en hebzucht vervallen, dan nog zou hij als de Heilige Antonius uit die dampende poel van verzoeking moeten oprijzen. Dat is hem dus niet gelukt. En hier gaat de moraal van de openbaarheid haar noodlottige rol spelen. Dat weten we allemaal: de moraal van de openbaarheid is dubbel. Die tweeslachtigheid zouden we kunnen laten verdwijnen door onze hooggeplaatsten toe te staan wat voor Jan, Piet, Truus en Cato dagelijks werk is, of ons zo te gedragen als we het van de president verlangen. Maar deze revolutie, de logische consequentie van de twee voorgaande, durft niemand aan, wil niemand. Dan blijven er voor de hooggeplaatsten twee mogelijkheden over: na te laten wat ze nu eenmaal niet mogen doen, of het wel doen maar in het geheim. Geen van beide is Bill Clinton gelukt.

Openbaarheid dient het recht, de macht en het geld. Recht gaat boven macht en geld. Laten we aannemen dat Kenneth Starr, de speciale aanklager, uitsluitend de onkreukbare dienaar van het recht wil zijn. Dan is hij tegelijkertijd de ongewilde maar door de hemel gezonden handlanger van machten die de president vijandig zijn, en van degenen die daaraan bovendien veel geld verdienen. Soms zijn dat dezelfden. Rupert Murdoch haat Clinton. Hij is de eigenaar van de New York Post. Die krant zwelgt in het nieuws waarmee het dagelijks door Starr wordt bediend. Eigenlijk, denk je, eist het rigorisme van Starr dat er aan zijn onderzoek geen geld mag worden verdiend, maar hier laat iedere moraal het afweten, en daarvan afgezien, zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar.

Dus nadert onafwendbaar het ogenblik waarop de president zelf zal worden ondervraagd. Hij staat daar niet alleen voor Starr en de zijnen; hij verschijnt voor het hof van de publieke opinie. Hij wil niet, hij verzint trucs, hij kronkelt. Al doende raakt hij verder in het moeras. Daar kan hij niemand meer vertrouwen, niemand de weg vragen. Want niet zodra wordt Starr het gewaar, of die raadgever krijgt een dagvaardiging en moet alles vertellen.

Moerasmythe heeft in Amerika een onheilspellende betekenis. Voortdurend naar nieuwe oplossingen zoekend raakten de Amerikanen in Vietnam steeds verder van hun doel verwijderd. Clinton is bezig, een éénpersoons moerasmythe te vestigen. In Vietnam dacht Amerika dat het bezig was het communisme daar te verslaan. Nu gaat het er een speciale aanklager om te bewijzen dat de president een verhouding met een jongedame heeft gehad, met haar geestdriftige instemming. Het is een fantastisch schouwspel.