Wel genoemd, niet benoemd

DEN HAAG, 1 AUG. Bij elke stoelendans zijn er mensen die zonder zetel achterblijven. Zo is het bij de kabinetsformatie ook. Nu het spel is gespeeld, zijn er enkele indrukwekkende kandidaat-bewindslieden over, die wel zijn genoemd, maar niet zijn benoemd.

Hans van der Vlist bijvoorbeeld, dijkgraaf in Noord-Holland, voormalig gedeputeerde in Zuid-Holland en prominent PvdA'er. Hij stond hoog op het lijstje kandidaten voor Verkeer en Waterstaat. Afgelopen maandag, toen vaststond dat de PvdA Verkeer en Waterstaat zou krijgen, werd hij nog gebeld door iemand uit de top van de PvdA-fractie. Op dinsdag ging de telefoon opnieuw: een ambtenaar van Verkeer en Waterstaat feliciteerde hem alvast met zijn ministerschap. Annemarie Jorritsma, de vertrekkende minister en nieuwe vice-premier, zou het zelf op het ministerie hebben verteld. Woensdag bleef de telefoon stil en zag Van der Vlist op de televisie dat Tineke Netelenbos minister was geworden. De PvdA had nu eenmaal een tweede vrouw moeten benoemen, en alleen 'zijn' ministerie was nog over.

Max van den Berg dan. Drie maanden geleden had deze directeur van de NOVIB en oud-voorzitter van de PvdA in Vrij Nederland gezegd dat hij minister van Ontwikkelingssamenwerking wilde worden in het onverhoopte geval dat Jan Pronk het niet zou doen. Jan Pronk deed het niet, zo bleek vorige week, en dus ging Van den Berg bij de telefoon zitten. Hij gaf dat vorige week vrijdag met zoveel woorden toe, in een vraaggesprek met De Volkskrant.

Op de lijstjes over de 'poppetjes' die kranten afdrukten, werd Van den Berg deze keer behalve als als minister van Ontwikkelingssamenwerking ook nog genoemd als staatssecretaris van Justitie, waar hij de gevoelige portefeuille van asielzaken zou gaan beheren. Helaas, de kranten hadden het mis. In kringen rondom PvdA-onderhandelaar Melkert blijkt de naam Van den Berg zelfs nooit te zijn gevallen. Hij blijft dus directeur van de NOVIB.

Clemens Cornielje is vaak genoemd als staatssecretaris van Onderwijs. De onderwijsspecialist van de VVD-fractie was campagneleider en geldt als vertrouweling van Frits Bolkestein. Hij is onomstreden en toen Bolkestein vorige week vrijdag instemde met een verdeling van departementen die zou leiden tot een PvdA-minister op Onderwijs, mocht hij zich staatssecretaris wanen. Samen met Monique de Vries trouwens, een andere onderwijsspecialist van de VVD op wie Bolkesteins oog was gevallen. Op maandag echter werden de ministerskaarten weer door elkaar geschud en kwam er toch een VVD-minister op Onderwijs. Monique de Vries werd staatssecretaris op Verkeer en Waterstaat. Cornielje kreeg donderdag een eervolle troostprijs: hij werd vice-fractievoorzitter.

Over troostprijzen gesproken. Job Cohen was bij de PvdA de gedoodverfde kandidaat voor Justitie. Cohen, voorzitter van de senaatsfractie van de PvdA en een gerespecteerd oud-staatssecretaris van Onderwijs, heeft weliswaar een zieke echtgenote die verzorging behoeft, maar zijzelf had hem aangespoord het ministerschap daarvoor niet te laten lopen. Helaas, niet de PvdA maar de VVD mag de minister van Justitie leveren. Cohen moet het nu doen met het staatssecretariaat.

Er zal ten minste één VVD'er even teleurgesteld zijn als Cohen: Jan Kees Wiebenga. Deze Europarlementariër, die zowel in de Tweede Kamer als in Straatsburg naam heeft gemaakt als justitie-specialist, had onder een PvdA-minister staatssecretaris kunnen worden. Zijn partij reageerde echter opgelucht: Wiebenga moet lijsttrekker worden bij de eerstvolgende Europese verkiezingen nu Gijs de Vries naar Den Haag komt en Jessica Larive niet herkiesbaar is.

Michiel Patijn moet nog wachten op een troostprijs. Patijn, een oude bekende van Bolkestein, is de afgelopen vier jaar naar tevredenheid van zijn partijleider staatssecretaris Europese Zaken geweest. Hij mocht stilletjes hopen op het ministerschap van Defensie, waar hij topambtenaar is geweest. Jammer. Defensie ging weliswaar naar de VVD, maar Bolkestein moest Frank de Grave nog onderbrengen, het politieke talent dat in 1996 tussentijds zijn wethouderspost in Amsterdam moest opgeven om de aftredende Robin Linschoten op te volgen op Sociale Zaken. Wanneer Loek Hermans, de Friese Commissaris van de Koningin, zijn twijfel niet had overwonnen en Onderwijs had geweigerd, zou De Grave naar Onderwijs zijn gegaan en was Patijn maandag beëdigd als minister van Defensie.

Ivo Opstelten, burgemeester van Utrecht, werd geen minister van Binnenlandse Zaken, Jan Hoekema, D66-Kamerlid, geen staatssecretaris van Defensie. Allen hebben een schrale troost: bij de volgende formatie circuleren hun namen opnieuw.