Vooral gewoon naar de volgende eeuw

Geprolongeerde kabinetten zitten niet lang is de ervaring. Het nieuwe paarse kabinet heeft het in zich met die traditie te breken, meent Mark Kranenburg. Een te lange formatie leverde een weinig opmerkelijk programma op, maar een des te interessanter kabinet, met verrassende tegenspelers in de Tweede Kamer.

Eindelijk is Den Haag ook zover. Aanstaande maandag zal koningin Beatrix het tweede kabinet-Kok beëdigen. Dan ziet een meerderheid van de kiezers de keuze die zij reeds op 6 mei bij de Tweede Kamerverkiezingen maakte alsnog bevestigd. Nederland koos bijna drie maanden geleden voor continuïteit, Nederland krijgt continuïteit.

Paars II kan beginnen. Vijftien ministers afkomstig uit PvdA, VVD en D66 die in eerste instantie een overwegend vertrouwd programma zullen moeten gaan uitvoeren. Een herijking van de verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid, heette het in 1994. Het vinden van het juiste evenwicht tussen gemeenschappelijkheid en eigen verantwoordelijkheid heet het nu. Nederland is een land met toekomst, sprak het regeerakkoord van vier jaar geleden. Nederland kan de volgende eeuw met vertrouwen binnengaan, zegt het akkoord van nu. Dezelfde geluiden, vertolkt door veelal andere spelers, dat wel.

Minister-president Kok is de constante in het geheel. Hij gaat verder maar nu met een twee achter zijn naam. Geen gekkigheid, was ook dit keer weer zijn geruststellende boodschap aan het land: het wordt opnieuw een gewoon kabinet. Jammer voor degenen die politiek nog steeds beschouwen als een spel vol spanning en sensatie, een hoopvol geluid voor degenen die van een kabinet niet veel meer verwachten dan dat het land ordentelijk wordt bestuurd.

Klaas de Vries, de eerste informateur van de nu bijna afgeronde kabinetsformatie, had tweeëneenhalve maand geleden nog de hoop dat het nieuwe paarse kabinet iets bijzonders zou worden. “Dit kabinet gaat het land de volgende eeuw in helpen. Dat moet dus vernieuwend zijn, dat moet uitdagend zijn”, aldus De Vries tijdens zijn eerste persconferentie.

Uitdagend en vernieuwend; het zijn in elk geval niet direct woorden die geassocieerd kunnen worden met het regeerakkoord waarmee het tweede paarse kabinet van start gaat. Lang is er aan het begin van de formatie nagedacht over een motto. Het is er niet van gekomen. De visionaire vergezichten hebben het moeten afleggen tegen de nuchterheid van het polderdenken. Voor uitdagende en vernieuwende gedachten zal De Vries, nu als minister, eventueel zelf moeten zorgen.

Het nieuwe kabinet betekent automatisch het einde van de kabinetsformatie. Natuurlijk was het een vreselijke formatie. Maar is een kabinetsformatie niet per definitie vreselijk? De wijze waarop een coalitiekabinet wordt gevormd is een erkende zwakke schakel in het democratisch bestel. D66 werd dertig jaar geleden zelfs speciaal opgericht om het systeem te veranderen. Maar een instinct is een instinct, ook bij D66. En dus danste deze partij volwaardig mee in het schimmenspel rond de macht.

Nederland was de afgelopen maanden getuige van één van de meest klinische kabinetsformaties van na de oorlog. Geen verrassende partnerruil, geen slaande deuren, geen ultimata. Langzaam, maar vastberaden zijn drie partijprogramma's omgesmeed in een regeerakkoord. Dag in dag uit werd daartoe in een van de buitenwereld afgesloten ruimte in de Eerste Kamer door zes 'uitverkorenen' dossier na dossier doorgenomen.

Het beeld dat aan de kabinetsformatie van 1998 zal zijn vastgeklonken is dat van de drie onderhandelaars van PvdA, VVD, D66 die staand achter een katheder bijna dagelijks tegenover de verzamelde pers een oefening in nietszeggendheid ten beste gaven. De contouren waren geschetst, de problemen in kaart gebracht, de knelpunten geïnventariseerd, en ja natuurlijk werd er ook voortgang gemaakt. Beel was even helemaal terug.

Het had niet anders gekund, maar wel sneller en minder veel omvattend. Een regeerakkoord van 85 pagina's dat geen onderwerp onbesproken laat, is geen teken van bestuurlijke doortastendheid, maar een uiting van onzekerheid. Regeerakkoorden zijn gestold wantrouwen, is een de laatste tijd weer veel aangehaalde uitspraak van oud-premier Lubbers ooit. Wat dat betreft is het omvangrijke resultaat van lang onderhandelen een slecht voorteken voor de coalitie. Maar tegelijkertijd fungeert een regeerakkoord ook als pacificatieverdrag. Vanuit het oogpunt van vreedzame coëxistentie bezien kan paars II dat zoveel heeft vastgelegd nog heel lang mee. Of het kabinet daarmee ook slagvaardig kan opereren, is iets anders.

Veel zal in de eerste plaats afhangen van de economische omstandigheden. Met de voor de komende jaren voorziene groeipercentages kan het kabinet even ontspannen regeren als de nu vertrekkende ploeg. Moeilijk wordt het pas als een tegenvallende economische ontwikkeling echte keuzes noodzakelijk maakt. Op zo'n moment kunnen de klassieke tegenstellingen die nu zijn weggestopt onder de deken van economische groei, weer gemakkelijk opspelen.

Aan de andere kant: van een beetje interne spanning hoeft een kabinet niet slechter te worden. De vijftien ministers die zijn aangezocht staan garant voor een hoge mate van politiek gevoel. Geschoold in de gepolariseerde jaren zeventig gaan zij aan de slag als minister in de bestuurlijke jaren negentig. Zij treden aan in de wetenschap dat tweede kabinetten van dezelfde signatuur in de Nederlandse parlementaire geschiedenis vrijwel nooit de rit volledig hebben uitgezeten. Het verleden kan echter nooit maatgevend zijn voor de toekomst. Juist omdat de tijdgeest zo is veranderd, verzakelijkt, is een normaal einde van het kabinet in 2002 wel zo waarschijnlijk.

Als gevolg van alle personele mutaties en interne verschuivingen heeft het tweede paarse kabinet het in zich, om ondanks het weinig vernieuwende en inspirerende programma toch een enthousiast team te worden. Veel doorslaggevender voor de overlevingskansen en de slagkracht is het politieke krachtenveld waarin het nieuwe kabinet straks moet gaan werken. Anders gezegd: hoe zal de verhouding met de Tweede Kamer worden. De echte wisseling van de wacht heeft vooralsnog in het parlement plaatsgevonden. Er was al de markante verkiezingsuitslag die ertoe heeft geleid dat er in de Kamer sprake is van misschien geen linkse, maar in elk geval wel een 'sociale' meerderheid. Daar is nu het verrassende vertrek van de coalitiepijlers Wallage en Bolkestein bijgekomen. Thom de Graaf, als nieuwe D66 fractievoorzitter, tweeëneenhalve maand geleden nog de benjamin van paars is nu opeens de doyen.

De coalitiepartijen staan de komende jaren voor de opgave nieuwe posities in te nemen. Een nieuwe generatie D66-ers moet na de forse verkiezingsnederlaag duidelijk gaan maken dat de partij wel degelijk ergens voor staat. De VVD moet inhoud geven aan het liberale gedachtegoed zonder Bolkestein. En de PvdA moet onder leiding van de nieuwe fractievoorzitter Melkert zich voorzichtig gaan voorbereiden op de opvolging van partijleider Kok.

Paars II wordt net als Paars I een gewoon kabinet. Maar de omgevingsfactoren zijn een stuk minder gewoon. Daardoor kan het toch nog een bijzonder kabinet worden.

    • Mark Kranenburg