Verborgen laden en een uitschuifbare bidbank

Tentoonstelling: Het geheim ontsloten. Rijksmuseum Amsterdam. T/m 30 aug. Dag 10-17u. Publicatie: R. Baarsen, Duitse meubelen. Prijs ƒ 49,50.

In gesloten toestand ziet het tafelkastje er tamelijk somber uit: pikzwart ebbenhout met robbellijsten en kwabornamenten. De zilveren stroomgod op de bovenzijde maakt het nauwelijks aantrekkelijker. Maar de buitenkant is niet belangrijk. Het kistje behoort tot de negen Duitse meubelen, daterend uit het tijdvak 1580 tot 1840, waarvan het Rijksmuseum voor één keer alle deuren en deurtjes heeft opengezet. Ook het zwarte Augsburger schreibtischlin (ca. 1627-1630) etaleert zijn laden, verborgen vakken en uitneembare compartimenten plus hun verrassende inhoud.

Een dergelijk kastje moest een afspiegeling van de gehele wereld zijn. Het geëxposeerde exemplaar bevat een staalkaart van gesteenten en houtsoorten, naast voorbeelden van kunstzinnige activiteiten zoals een geëmailleerd zilveren plaatje met een personificatie van de maand januari, een reliëf met Orpheus die de dieren temt en een geborduurde Kaïn en Abel. Ook voor luchtiger zaken blijft ruimte: een apart laatje bergt een toiletgarnituur met schaartje, mesjes en twee fraai bewerkte kammen. Voor contemplatiever momenten dient het huisaltaar waarvan de binnendeurtjes met marmer zijn bekleed. Dat marmer moet destijds zijn uitgekozen omdat de 'tekening' ervan zo perfect de hemel met wolken en de aarde met water suggereert.

Een apart verschijnsel in de meubelkunst van de 16de, 17de en begin 18de eeuw is marqueterie, een techniek waarbij kleine stukjes verschillend fineer in geometrische of figuratieve patronen (runes, arabesken, dieren, muziekinstrumenten) op het meubelgeraamte werden aangebracht. Exterieur en interieur van een Augsburgs kabinet uit het laatste kwart van de 16de eeuw bestaan geheel uit zulke kleurige mozaïeken. De anonieme schrijnwerker had een sterke voorliefde voor vissen, vogels, katten en hazen, maar hield geen rekening met het later aan te brengen hang- en sluitwerk. Sommige vissen kregen daarom een verzilverd ijzeren ladeknop in hun buik.

Zo'n schoonheidsfoutje komt nooit voor bij Abraham Roentgen (1711-1793). Van hem is het pronkstuk op de expositie: een bureau voor de aartsbisschop en keurvorst van Trier, Johann Philipp von Walderdorf. In de klokvormige bekroning van het bureau zijn het paarlemoeren portret van de ijdele eigenaar en zijn wapen-met-kroon aangebracht. Ook op de bureauklep, die een enorme paleiszaal voorstelt, keren de tekenen van Johann Philipps maatschappelijke status terug. Voor het doorgronden van het vernuftige meubelmechaniek is een voltooide ingenieursopleiding vereist. Sleutelgaten zijn verborgen, verstopte knoppen bedienen veren, laden draaien zijwaarts open door erop te drukken waardoor andere laden zichtbaar worden die juist weer in tegengestelde richting draaien. Uit de zijkanten komen bladen tevoorschijn die uitgerust zijn met een opklapbare boekstandaard (waarop een prachtig bloemstilleven in marqueterie). Mocht de aartsbisschop behoefte voelen neer te knielen, dan kan dat. Het fenomenale bureau bezit ook een uitklapbare bidbank.

De recentste meubels zijn afkomstig uit het atelier van Abrahams zoon David (1743-1807): drie kleine schrijftafels. Bij David Roentgen is de marqueterie veel bescheidener, het verguld bronzen beslag minder opvallend en het aantal vakken en laden geringer. Alle aandacht kan uitgaan naar de zuiver neo-classicistische vorm van de elegante bureaus.

Vader en zoon Roentgen gelden nog altijd als de vermaardste Duitse meubelkunstenaars. Tijdens hun leven genoten zij al een groot prestige; hun klantenkring telde vorsten en prelaten. In Frankrijk werd voor David in 1779 een speciale titel gecreëerd: ébéniste-mécanicien du Roi et de la Reine. Maar het grootste compliment kreeg hij van Catharina de Grote. Toen hij haar een schrijftafel had verkocht voor 20.000 taler was ze zo verrukt van het meubel dat ze hem eigener beweging een veel groter bedrag betaalde. Een royaal gebaar.

    • Hetty Terwee