Redders mijnwerkers bedolven onder kritiek

De Oostenrijkse overheid wordt fel bekritiseerd om de wijze waarop de reddingspogingen van tien mijnwerkers zijn georganiseerd. Afgelopen zondag werd een kompel bevrijd die ruim een week in het donker op zijn redders had moeten wachten.

LASSING, 1 AUG. Een mijnongeluk waarbij elf mannen op 130 meter diepte werden ingesloten door een aardverschuiving, heeft van Lassing, een rustig dorp in de Oostenrijkse streek Steiermark, een perfecte coulisse voor een science-fictionfilm gemaakt. Rijen legertrucks suggereren een staat van beleg. Daarachter staan tientallen campers met reusachtige schotels van tv- en radiostations uit de hele wereld.

Reddingsploegen uit Oostenrijk en de omringende landen zijn in felrode overalls gestoken, de politie draagt grijs, de diverse brandweren olijfgroen, de bergwachten khaki en de Italiaanse matrozen smetteloos witte pakken. De Italiaanse marine heeft drukcabines gestuurd, net als Duitsland. Hongarije stuurde een groep bergingsspecialisten, Kroatië pompen.

Sinds de “wonderbare” redding van Georg Hainzl uit de mijn afgelopen zondagavond, wordt de zoektocht naar de tien andere mannen met hernieuwde inzet voortgezet. Twee uur voordat Hainzl werd ontdekt had de minister van Economische Zaken, Hannes Farnleitner, het einde van de reddingsoperatie bekendgemaakt. “Het is zinloos, niemand kon dat ongeluk overleven”, zei hij. De mijnwerkers waren op dat moment tien dagen opgesloten en deskundigen vermoedden dat ze waren verdronken. Het is aan de koppigheid van Hainzls collega's en de vrijwilligers van het Duitse boorbedrijf HAS te danken, dat Hainzl toch nog werd gevonden. De redders hielden vast aan de traditie dat een mijnwerker pas dood mag worden verklaard als zijn lijk is gevonden.

Toen Ernst Nikodem “hallo” in het boorgat riep en er een “hallo” terugkwam, dacht hij eerst een echo te horen. Nikodem is een actievoerder van Greenpeace. Vorige week alarmeerde hij kanselier Viktor Klima toen duidelijk werd dat de Bergbehörde niet tegen zijn taak was opgewassen. Belangrijke informatie voor de hulpverleners ontbrak, de communicatie was slecht. Reddingswerkers kwamen bijvoorbeeld met ongeschikt boormateriaal omdat men verzuimd had te melden dat het gesteente zeer hard was.

De leider van het crisisteam, Alfred Maier, wordt nog steeds onder kritiek bedolven. “Ik word witheet van dat gekanker”, roept Peter Schultz, chef van het boorbedrijf HAS, als hij op de fouten van de Oostenrijkse overheid wordt aangesproken. “De situatie hier is tamelijk uniek. Niemand kan hier op voorbereid zijn. De coördinatie is een waanzinnige klus en ze krijgen alleen maar kritiek. Toen in 1992 in Turkije een mijn instortte heeft de regering er beton op laten gooien hoewel 68 mensen waren ingesloten! Het kon niemand wat schelen.”

Intussen is Justitie met een onderzoek begonnen. Uitgezocht moet worden waarom de bedrijfsleiding van de Naintsch Mineralwerke GsmbH, de eigenaar van de ingestorte mijn, met toestemming van de overheid de tien mannen waarnaar nu gezocht wordt, de nog onrustige mijn instuurde. Op dat moment hadden ze er al tien uur werk op zitten. Bovendien waren ze net uit een instortende schacht ontsnapt, waarbij Hainzl was achtergebleven.

Het grootste verwijt van de bevolking is dat overheid en bedrijfsleiding vervolgens veel te snel de reddingspogingen hebben opgegeven. “Dat was op zijn minst tactloos”, aldus Schultz. Toen Hainzl werd gevonden was een aantal machines gedemonteerd en stonden reddingsploegen op het punt te vertrekken.

Kritiek is er ook op de reactie van ambtenaren op de aangeboden buitenlandse hulp. De loco-burgemeester van Lassing beklaagde zich er enkele dagen geleden over dat een Duitse reddingsploeg spottend was begroet met de woorden: “Ah, een Duitse invasie!” Ook de leider van de Ruhrkohle Bergbau AG bevestigt dat zijn bergingsteam in eerste instantie niet welkom was. “Wat wij nu doen hadden we al een week eerder kunnen verrichten”, zegt Walter Hermühlheim.

Omdat de tijd drong zijn collega's van de opgesloten mannen op eigen houtje de mijn ingegaan. Zij kwamen heelhuids terug, maar alle ingangen worden nu bewaakt om herhaling te voorkomen. Vier vrijwilligers die toegang tot de mijn eisten kregen van de leider van het crisisteam geen toestemming, wat de woede van de familieleden alleen maar aanwakkerde. De overheid wil nu geen enkel risico meer nemen.

“De bevolking ziet in de vele journalisten een garantie dat de reddingspogingen niet weer afgebroken worden”, zegt de chauffeur die camerateams af en aan rijdt. Overheid en bedrijfsleiding zijn allesbehalve gelukkig met de aanwezigheid van de pers. Het is een typisch Oostenrijkse situatie: met grote vanzelfsprekendheid worden niet alleen de hulpverleners, maar ook alle aanwezige journalisten van eten en drinken voorzien. Informatie wordt daarentegen niet of nauwelijks verstrekt. Crisisleider Maier gaf journalisten die een landende helikopter fotografeerden wegens “verstoring van het eigendomsrecht” aan bij de politie. Als via de officiële lijnen geen informatie te krijgen is, worden andere wegen gezocht. Zo verkleedde een camerateam van de commerciële zender SAT zich als reddingsploeg om filmopnames te kunnen maken. Vandaag werd een algeheel spreekverbod voor reddingswerkers afgekondigd.

Heel anders is de situatie in het ziekenhuis in Graz waar de geredde Hainzl is opgenomen. Hainzl werd na zijn berging in een drukcabine geplaatst waarbij ondanks de kleine afmetingen - een meter hoog en anderhalf meter lang - een arts kroop zodat de man niet langer alleen hoefde te zijn. Deze arts liet Hainzl vertellen hoe hij de tien dagen was doorgekomen. Een band met dit gesprek werd aan alle journalisten overhandigd, samen met een door de arts gemaakte foto van Hainzl. Zijn vragen naar vrienden en collega's ontweek men omdat de artsen een shock-reactie vreesden. Gisteren heeft zijn vriendin verteld dat zijn vrienden nog opgesloten zitten.